WAD 3

Met opgetrokken wenkbrauwen las ik de ingezonden brief van W.H. Mineur (W&O, 2 februari) die een bijdrage levert aan de discussie omtrent het oudst bekende Nederlandse woord. Dit woord, wad, volgens Nicoline van der Sijs (W&O, 19 januari) door Tacitus in het jaar 107 genoemd in de plaatsnaam `Vadam', vinden wij terug in het huidige Wadenoijen. Volgens Mineur echter heeft `Vadam', door schrijver `Vada' genoemd, geen betrekking op Wadenoijen. Tacitus plaatst `Vada(m)' immers op de linkeroever van de Waal.

Hier begeeft Mineur zich als classicus op geografisch terrein door met veel aplomb te stellen dat Wadenoijen `precies aan de andere kant van de rivier' ligt, waarmee bedoeld wordt de rechteroever. Dit mag heden ten dage inderdaad het geval zijn, rond het begin van de jaartelling stroomde waarschijnlijk nog een voorloper van de Waal, toen niet de hoofdstroom van het Rijnsysteem, vanaf Tiel door de bedding van de huidige Linge. Beter gezegd: de Linge is het restant van deze voormalige stroom. Hierdoor lag Wadenoijen (of een voorloper van het huidige dorp) in genoemd tijdvak dus vermoedelijk wel op de linkeroever. Voor een duidelijk overzicht van de kwestie verwijs ik naar de studie van Berendsen/Stouthamer: Palaeogeographic development of the Rhine-Meuse delta, The Netherlands (Van Gorcum, 2001)

Omstreeks de vijfde eeuw na Christus volgde de hoofdstroom van de Waal reeds de loop ten zuiden van Tiel. Misschien betekent dit dat de voormalige rivierloop bij Wadenoijen hierdoor al rond het begin van de tweede eeuw na Christus minder water gevoerd heeft, waardoor hij op gezette tijden doorwaadbaar was.