Vrouwen huilen, mannen schelden

Mannen en vrouwen hebben dezelfde emoties, maar zij uiten die verschillend. Boze mannen reageren boos, boze vrouwen houden zich in of huilen bij een ander uit.

Wat is blijdschap? Simpel, zal de emotieonderzoeker zeggen: blijdschap is een basisemotie die leidt tot één duidelijke, aan den lijve gevoelde `actie-tendens'. Hetzelfde geldt voor boosheid, verdriet en angst. Als je boos bent wil je aanvallen, wanneer je verdrietig bent wil je met rust gelaten worden, als je bang bent kruip je het liefste weg. Zo'n ondubbelzinnige `actietendens' leidt echter lang niet altijd tot dat veronderstelde gedrag. Je kunt bijvoorbeeld je woede verbijten en je verdriet overschreeuwen.

Monique Timmers is zo'n emotieonderzoeker. Onlangs promoveerde zij aan de Universiteit van Amsterdam op `Sex differences in emotion expression'. Ze onderzocht of vrouwen emotioneler zijn dan mannen. Timmers: ``Er bestaan op het terrein van de emoties duidelijke seksestereotypen. Wanneer algemeen wordt aangenomen dat vrouwen emotioneler zijn dan mannen heeft dat consequenties in het dagelijks leven. Maar vreemd genoeg bestond er nog geen onderzoek naar die vermeende verschillen.''

Timmers maakte het vage begrip emotionaliteit concreter door de emotionele ervaringen en de emotionele uitingen te scheiden. Daarbij onderzocht ze een aantal specifieke basisemoties bij mannen en vrouwen binnen twee `contexten'. ``Ik keek naar angst, verdriet, boosheid en teleurstelling. Daarbij vermoedde ik, dat de uitingen van met name boosheid sterk verschillen wanneer die emoties geuit worden tegen degene die ze ook veroorzaakte, danwel tegen een ander. Wanneer je je boosheid uit tegen de veroorzaker van die emotie duidt dat op een machtige positie, je spreekt iemand aan op zijn gedrag. Uiting tegen een derde persoon geeft eerder machteloosheid aan.''

sociale belangen

Vervolgens vroeg ze een aantal proefpersonen, zich aan de hand van `verhaaltjes' in verschillende situaties in te leven. De proefpersonen moesten aangeven wat zij bij die verhaaltjes voelden, en waarom ze welk gedrag zouden vertonen. Timmers: ``De uitkomsten waren duidelijk. Mannen en vrouwen ervaren in dezelfde situaties dezelfde emoties, met dezelfde intensiteit, maar ze uiten ze systematisch verschillend. Ze voelen de actietendens die bij de emotie hoort, maar voordat ze iets uiten vindt er regulatie plaats. Aan de uiting kun je dus lang niet altijd zien, welke emotie daaraan voorafging. Zo blijkt dat vrouwen eigenlijk bij alle emoties uiteindelijk vaak gaan huilen.'' Verder worden mannen vaker openlijk boos op degene die die boosheid veroorzaakt, boze vrouwen gaan eerder bij een ander uithuilen. En vrouwen uiten hun angst, verdriet en teleurstelling in het algemeen eerder dan mannen. Die verschillen in regulatie en uiting van de emoties hangen samen met de individuele ideeën en sociale belangen van mannen en vrouwen, met de motieven om emoties te uiten.

Timmers: ``De belangrijkste motieven waarop mannen en vrouwen verschilden waren de `instrumentele motieven' en de `op de relatie gerichte motieven'. In het eerste geval uit je je emoties om iets aan de situatie te veranderen, om te voorkomen dat een bepaalde situatie ooit nog voorkomt. Relationele motieven kunnen betekenen dat je je inhoudt om de ander niet te kwetsen, dat je vindt dat je binnen een relatie eerlijk moet zijn, of dat je troost en steun verwacht.'' Het zijn motieven die mensen desgevraagd wel zelf rapporteren maar waarvan ze zich mogelijk slechts ten dele bewust zijn wanneer ze hun emoties uiten, en die uiteraard ook in mengvormen voorkomen.

Uit het onderzoek bleek, dat mannen vaker instrumentele motieven hebben om met name hun boosheid tegen de veroorzaker te uiten. Vrouwen, zegt Timmers, hadden juist relationele motieven om die boosheid ten opzichte van de veroorzaker te onderdrukken. ``Vrouwen rapporteerden ook vaak relationele motieven om angst en verdriet te uiten, ze hoopten daardoor vooral troost en steun te krijgen.''

seksestereotiep

In een volgend deelonderzoek bekeek Timmers of die verschillende motieven ook werkelijk de oorzaak waren van de verschillende uitingen van emoties. ``We maakten een aantal proefpersonen boos door ze tijdens een spel te confronteren met een bijzonder onredelijke medespeler. De eerste proefpersonen reageerden seksestereotiep, mannen werden openlijk boos op die medespeler en vrouwen hielden zich in. Maar toen we de volgende proefpersonen van te voren vertelden, dat je je tijdens een spel het beste zelfverzekerd dan wel relationeel kunt opstellen, verdween het verschil tussen de seksen. Gelijke gedragsmotieven lijken bij mannen en vrouwen dus tot vergelijkbare emotionele uitingen te leiden.''

Waar die seksespecifieke motieven vandaan komen is ook voor Monique Timmers nog de vraag. Maar een volgend deelonderzoek heeft daarover al enige duidelijkheid verschaft. ``We hebben de opvattingen over mannen, vrouwen en emoties bij zowel vrouwen als mannen onderzocht. Die opvattingen kwamen sterk overeen. Beide geslachten zien vrouwen als emotioneel kwetsbaar, terwijl aan mannen eerder emotionele vaardigheden worden toegeschreven. En wanneer je verwacht dat je gedrag op een bepaalde manier beoordeeld wordt, houd je daar rekening mee.''

Tenslotte geeft Timmers nog een gedachte mee aan wie zijn emoties graag uit. ``Dat doen mensen vaak met het idee dat geuite emoties je zouden opluchten. Maar dat gebeurt meestal niet, zo blijkt uit ander onderzoek. Vaak wordt je emotie alleen maar sterker als je bijvoorbeeld de deur boos achter je dichtslaat. Een rustig gesprek werkt veel beter.''