Vragen over risico's van brandvertrager

De beschikbare informatie over de broomhoudende brandvertrager FR-720 is te beperkt om uitsluitsel te geven over ,,de aard en omvang van de risico's'' ervan. Dat schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) aan minister Pronk (VROM). De bewindsman wil de brandvertrager verbieden.

Minister Pronk had het RIVM gevraagd een beoordeling te maken van een studie naar de risico's van de broomhoudende brandvertrager door het laboratorium Notox. De voorlopige conclusie van Notox was dat de stof geen risico vormt voor milieu, consumenten of werknemers. Dit omdat de emissies van het giftige broom ,,extreem laag'' zijn, aldus het RIVM-rapport.

Tot de studie was opdracht gegeven door het bedrijf Broomchemie in Terneuzen. Dat wilde vorig jaar de broomhoudende brandvertrager in productie nemen. Daarvoor had het vergunningen van de provincie Zeeland en van staatssecretaris De Vries (Verkeer en Waterstaat). De broomhoudende brandvertrager FR-720 wordt vooral in wasemkappen en afvalwaterbuizen verwerkt.

Het RIVM meent dat het ,,niet mogelijk'' is om op basis van de huidige informatie conclusies te trekken over de risico's van FR-720 ,,anders dan dat verdere informatie of testen noodzakelijk zijn''. Het instituut plaatst verder ,,opmerkingen'' bij de ,,volledigheid en juistheid'' van de door Notox aangeleverde informatie.

De Europese Commissie, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Italië hebben zich tegen een verbod op productie, import, handel en gebruik van de brandvertrager door Nederland gekeerd. De Europese Commissie meent dat een stof alleen kan worden verboden als Wetenschap & Onderwijspelijk is bewezen dat de stof het milieu en de volksgezondheid schaadt.

Broomchemie zegt door het voorgenomen verbod elke maand ,,tonnen'' euro's verlies te lijden. Het management vreest dat Dead Sea Bromine Group, het moederbedrijf in Israël, de vestiging in Terneuzen straks misschien zal sluiten.