VERDACHTE: SLOBODAN MILOŠEVIC

Slobodan Miloševic, een saaie beroepsbankier annex apparatsjik, kwam als leider van de Servische communistische partij in 1988 en 1989 in Kosovo in aanraking met het Servische nationalisme. Concreter: de (onderdrukte) woede van de Serviërs over de verhoudingen in de federatie. Konden de kleine volken zich immers niet prettig in de federatie ontplooien, terwijl de Serviërs, het grootste volk, steeds moesten inleveren?

Het geniale aan Miloševic is dat hij de enorme kracht van dat gevoel van gekwetstheid en slachtofferschap onderkende en dat hij het bovendien naar zijn hand kon zetten in zijn streven naar de vestiging van zijn eigen macht als leider van Servië èn Joegoslavië en de promotie van Servië tot belangrijkste republiek. Door kundig in te spelen op de gevoelens van de Serviërs maakte hij van zijn republiek een land dat werd gedomineerd door populisme, een woedend soort nationalisme, paranoia en de bereidheid geweld te gebruiken. Hij schiep chaos en profiteerde ervan, zonder oog voor de consequenties – groeiend nationalisme in de andere republieken, hun afscheiding en oorlogen in Slovenië, Kroatië, Bosnië en Kosovo – en zonder mededogen met de miljoenen slachtoffers.

Maar hoe geniaal ook, Miloševic werd toch een totale mislukkeling: hij zette alles in – en verloor alles. Zijn Plan A (een door Servië overheerste federatie) mislukte: er kwam oorlog van, in Slovenië en Kroatië. Plan B (de vereniging van alle Servische gebieden in een Groot-Servië) mislukte ook: de Serviërs verloren de oorlogen in Kroatië en Bosnië.

Miloševic haalde ook zijn derde doel niet, de handhaving van rest-Joegoslavië; de Serviërs verloren weer een oorlog en Kosovo hoort de facto niet meer bij Servië. Uiteindelijk waren het zijn eigen Serviërs die hem wegstemden en vervolgens naar Den Haag stuurden.