TRANSSEKSUEEL 3

Bij lezen van het debat tussen de psychiaters J. à Campo, A. Boenink, en klinisch-psychologe P. Cohen-Kettenis over transseksualiteit en een mogelijk verband met schizofrenie (`Geslachtsverandering is geen feest', W&O, 26 januari) dacht ik: `Het hele artikel is jammer genoeg gebaseerd op het intussen al weer oude misverstand dat het bij de behandeling van genderdysforie gaat om een verandering van het geslacht. We zijn terug bij af.'

Eind jaren zestig was het namelijk mijn eerste man, de endocrinoloog en farmacoloog O.M. de Vaal, die na lang zoeken en met veel moeite uiteindelijk een chirurg bereid vond een geslachtsaanpassende operatie te doen bij de eerste transseksueel die zich bij hem had gemeld. Deze patiënte was na een derde suïcidepoging opgenomen geweest in een Amsterdams ziekenhuis en had al vele jaren van psychotherapie achter zich. Met een te vrolijk klinkend jaren zestig `moet-kunnen-virus' had het allemaal niets te maken.

À Campo had de eerste mensen eens moeten zien en horen die zich zo'n dertig jaar geleden als eersten voor een geslachtsaanpassing kwamen melden. Hun achtergrond was zonder uitzondering extreem en treurig. Bijna allemaal waren de probanden De Vaal sprak liever niet van patiënten korter of langer bij een psychiater in behandeling geweest. Altijd zonder enig resultaat. Nadat ook andere artsen, antropogenetici, psychologen en juristen overtuigd waren geraakt dat het hier mensen betrof die op de een of andere wijze vanaf de geboorte het slachtoffer waren van een noodlottig verschil tussen hun genderidentiteit en hun lichamelijke geslachtskenmerken, kwam langzaamaan de multidisciplinaire hulpverlening op gang.

Helaas is de antropogenetica hierbij gaandeweg uit beeld geraakt. Hernieuwing van het somatisch onderzoek zou in onze tijd van menselijk genoom en DNA-onderzoek zinvol zijn. De genderidentiteit moet immers waarschijnlijk worden gezien als een genetisch vastgelegd en onveranderlijk patroon. Voor alle betrokkenen is het bijzonder jammer dat À Campo een zorg die nog steeds heel kwetsbaar is in Nederland, maar die inmiddels al 30 jaar op integere wijze is verstrekt aan ongeveer 1500 mensen, schade toebrengt met de uitspraken die hij, op basis van zeer summier eigen materiaal, in uw krant (en in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde) heeft gedaan.