Teren op de zak van de advocaten

Voor de vrouwen van gedetineerden van het Joegoslavië-tribunaal bestaat geen financiële regeling. Maar er is een netwerk van geldschieters.

Een retourtje Zagreb-Schiphol kost 220 euro. Een verblijf van een week in hotel Petit aan de Groothertoginnelaan in Den Haag kost 525 euro. ,,Ik was voor een week Den Haag ongeveer tweeduizend Duitse mark kwijt'', zegt Ljubica Kupreškic. Haar man Mirjan zat samen met zijn broer Zoran en hun neef Vlatko bijna vier jaar vast in het VN-cellenblok in Scheveningen. De drie Bosnisch-Kroatische mannen werden vorig jaar in hoger beroep vrijgesproken van de moord op moslims in het Bosnische dorp Ahmici.

Iedere maand kwamen de vrouwen van Zoran, Mirjan en Vlatko op bezoek. Ze bleven een week en waren van 's ochtends negen tot 's middags vijf in de gevangenis. Na hun vrijspraak eisen de advocaten van Zoran, Mirjan en Vlatko Kupreškic miljoenen euro's schadevergoeding van de Verenigde Naties. De mannen waren iedere maand bijna vijfhonderd euro kwijt aan de telefoon en extra eten. Hun vrouwen moesten vliegtickets kopen en een hotel in Den Haag betalen; kosten ruim duizend euro per maand. De advocaten eisen ook compensatie voor gederfde inkomsten en voor `immateriële schade'.

Voor de vrouwen van de gedetineerden van het Joegoslavië-tribunaal bestaat geen financiële regeling. Als hun man – in veel gevallen de kostwinner – wordt opgepakt, stagneren de inkomsten voor het gezin. De vrouwen zijn vaak gedwongen een baan te zoeken, wat moeilijk is omdat ze gemiddeld een week per maand in Den Haag zitten. Veel gezinnen zijn daarom afhankelijk van de financiële steun van buren, familie, vrienden, (ex)collega's en vakbonden.

En van de advocaten. Een advocaat bij het tribunaal verdient ruim 120 euro per uur. Voor westerse advocaten is dat het bedrag van een stagiaire, maar voor hun Servische en Kroatische collega's is het veel geld. De verdachten kregen al snel door dat Balkan-advocaten er daarom heel wat voor over hadden hun zaak te mogen verdedigen. Zo ruilde Dusko Tadic begin 1997 de Nederlandse advocaat Michail Wladimiroff in voor een Serviër. De Servische advocaat kocht van zijn salaris een huis voor Tadic' vrouw in een voorstad van Belgrado. Het is nu gebruikelijk dat advocaten een percentage van hun salaris geven aan de gezinnen van hun cliënten.

De Kroatische regering betaalt de reis- en verblijfskosten voor de vrouwen en kinderen van de twee Kroatische generaals die door het tribunaal worden vastgehouden, Tihomir Blaškic en Rahim Ademi. Omdat ze nog steeds generaal zijn - ze staan ook nog op de loonlijst -, en omdat ze nog niet definitief zijn veroordeeld. Ademi moet nog terechtstaan, in de zaak tegen Blaškic loopt een hoger beroep.

Gezinnen worden ook financieel gesteund door – vaak anonieme – financiële weldoeners. Een van hen is Tihomir Maric, hij is directeur van een computerbedrijf in Mostar. Hij gaf financiële steun aan de gebroeders Kupreškic en aan generaal Tihomir Blaškic. De Bosnisch-Kroatische generaal werd anderhalf jaar geleden door het Joegoslavië-tribunaal veroordeeld tot vijfenveertig jaar gevangenisstraf. Hij was commandant van het leger dat in het voorjaar van 1993 moslims uit de vallei van de Lasva, in midden-Bosnië, wegjoeg of doodde. ,,Ik betwijfel of je Blaškic verantwoordelijk kunt houden voor de excessen die in Bosnië hebben plaatsgevonden'', zegt Maric. ,,Ik vond en vind dat hij streed voor de goede zaak. Hij beschermde ons volk tegen de moslims. Ik voel mij moreel verplicht hem te ondersteunen.''

Blaškic heeft veel financiers. De generaal gaf zich vijf jaar geleden vrijwillig over aan het VN-tribunaal. Zijn advocaat probeerde, daartoe aangespoord door de financiers, om hem op borgtocht vrij te laten. Openbaar aanklager Richard Goldstone stond daar niet afwijzend tegenover, maar stuitte op verzet bij zijn collega's. Dankzij zijn geldschieters, waartoe ook de Kroatische regering zou hebben behoord, wist Blaškic in het begin van zijn detentie (1996) veel privileges te verwerven. Hij verbleef in een zogenoemd `safe house', eerst in Groningen, later in de buurt van Leiden. De bewaking, zo'n tien man per dag, kwam voor rekening van Blaškic. Het tribunaal heeft deze prioriteiten afgeschaft.

Wel bestaat de mogelijkheid dat gedetineerden voorlopig worden vrijgelaten in afwachting van hun proces. Daarbij geldt dan als voorwaarde dat de verdachte zich vrijwillig bij het tribunaal heeft gemeld. De laatste keer dat dit is voorgekomen was bij Biljana Plavšic. De ex-presidente van de Servische Republiek in Bosnië, is door het tribunaal aangeklaagd voor genocide. De 71-jarige Plavšic is de oudste verdachte en zij is de enige vrouw.

,,Biljana Plavšic, Radislav Kristic (de Bosnisch-Servische generaal die voor genocide tot 46 jaar gevangenisstraf is veroordeeld, red.) en Slobodan Miloševic weten zich financieel gesteund door de zeer welgestelden'', zegt Maric. ,,De kleinere vissen, zoals mevrouw Carla Del Ponte (de openbaar aanklager, red.) hen noemt, moeten het doen met de kleine financiers'', legt de ondernemer uit.

Maric rekent zichzelf tot de ,,middencategorie'', ieder jaar schenkt hij zo'n 2.500 euro aan de gezinnen van de Kroatische gedetineerden. De helft van het bedrag gaat rechtstreeks naar de gezinnen, de rest gaat naar speciale organisaties die het geld verdelen.

Er zijn, zo schat Maric, honderden organisaties die de gedetineerden van het Joegoslavië-tribunaal en hun gezinnen financieel steunen. ,,Kroaten, Serviërs, en moslims hebben allemaal hun eigen geldschieters.''

Het geld wordt contant gegeven of in natura, zoals vliegtickets. De financiers zijn op de hoogte van elkaars bestaan, maar werken niet samen en er is geen overkoepelende organisatie die zorg draagt voor de coördinatie van de hulpverlening. ,,Er wordt ook veel anoniem gegeven'', vertelt Maric. Hij kent een bejaarde vrouw in Busevec, een kleine plaats ten zuiden van de Kroatische hoofdstad Zagreb. ,,Naast een crucifix heeft ze een klein potje staan. Daar gaan iedere week – van haar schamel pensioen – een paar kuna's in. Voor haar helden in Scheveningen.''