Stad van recht, vrede en veiligheid

Als het aan het kabinet ligt wordt Den Haag legal capital of the world. Maar het gemak waarmee het Joegoslavië-tribunaal werd `binnengehaald' is uniek.

Er werd geen lobby gevoerd om het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag gevestigd te krijgen. Kofi Annan kwam in 1993 als plaatsvervangend secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor vredesmissies met het verzoek. De Nederlandse regering zei ja, zij het niet van harte. Topambtenaren van Buitenlandse Zaken en Justitie spraken van `een schaamlap voor de afwezigheid van de internationale gemeenschap tijdens het conflict op de Balkan'. Bovendien, zo dachten zij, zou het tribunaal zonder eigen politiemacht hooguit wat onbelangrijke misdadigers berechten.

Nederland voerde wél een intensieve lobby om het permanente strafhof naar Den Haag te halen. Die campagne kreeg bijval van secretaris-generaal Boutros-Ghali die in 1995 Den Haag promoveerde tot `legal capital of the world'. Tijdens de oprichtingsconferentie van het permanente strafhof, in 1998 in Rome, leidde de vestigingsplaats tot geen enkele discussie en werd met een hamerslag de kandidatuur van Den Haag aanvaard.

Het begin van `Den Haag, stad van vrede, recht en veiligheid' dateert uit 1899 toen op Huis ten Bosch de eerste wereldvredesconferentie werd belegd. De destijds 19-jarige koningin Wilhelmina steunde het initiatief van de Russische tsaar Nicolaas II. Het doel van de conferentie was ,,een mogelijke vermindering van het buitensporige wapentuig dat op alle naties drukt''. Rusland kon de geldverslindende wapenwedloop met Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk nauwelijks bijhouden. Ruim tien weken werd er onderhandeld over onder meer maritieme oorlogsvoering en er kwam een verbod op het gooien van bommen uit luchtballonnen.

De bijeenkomst was een vervolg op de afspraken die in 1864 in Genève waren gemaakt. Tijdens de eerste conventie van Genève werden er internationale overeenkomsten gesloten voor de bescherming van gewonden op het slagveld. In 1899 werd in Den Haag afgesproken dat deze conventie ook gold voor de oorlogen op zee en voor de behandeling van krijgsgevangenen.

Acht jaar later werd een tweede vredesconferentie belegd, ditmaal in de Haagse Ridderzaal. Er werden zo'n veertien conventies opgesteld, waarin werd bepaald hoe een oorlog gevoerd diende te worden. De protocollen van de Haagse vredesconferenties en de bijna zeshonderd artikelen van de Geneefse conventies liggen ten grondslag aan de berechting van oorlogsmisdadigers door de verschillende VN-tribunalen.

Tijdens de tweede vredesconferentie (1907) werd begonnen met de bouw van het Vredespaleis. Het verlenen van vast domicilie aan het Permanente Hof van Arbitrage was het hoofddoel van de bouw van het paleis dat voor een groot deel is gefinancierd door de Amerikaanse industrieel en filantroop Andrew Carnegie. Bouwmaterialen (Italiaans marmer, hout uit Indonesië, glas-in-lood uit Groot-Brittannië) en de inventaris (kroonluchters van Boheems glas en een bijna vijf meter hoge vaas uit Rusland) werden vanuit de hele wereld geschonken om het internationale karakter van het gebouw te benadrukken.

Het hof van arbitrage was in 1899 opgericht tijdens de eerste vredesconferentie. Het treedt op in geschillen tussen landen die de Haagse Conventies hebben onderschreven (nu 88). Bovendien arbitreert het hof bij conflicten tussen internationale organisaties en tussen staten en internationale organisaties.

In het Vredespaleis zit ook het Internationaal Gerechtshof, het `geweten van de wereld'. Dit gerechtshof is het belangrijkste gerechtelijke orgaan binnen de VN en bestaat uit vijftien rechters, onder wie de Nederlander mr. P.H. Kooijmans (oud-minister van Buitenlandse Zaken), die worden benoemd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de Veiligheidsraad. Het Internationaal Gerechtshof buigt zich enkel over geschillen tussen landen. Op verzoek geeft het Hof ook adviezen aan de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad.

Sinds 1945 zijn bijna tachtig zaken voor dit hof gebracht. Daarbij gaat het om territoriale en grensgeschillen, milieuproblematiek, luchtvaart, nucleaire proefnemingen, militaire interventie en krijgsgevangenen. In 1996 bracht het hof een omstreden advies uit over de rechtmatigheid van de dreiging met en het gebruik van kernwapens. Op dit moment ligt er nog een groot aantal zaken te wachten op een uitspraak. Een daarvan is aangespannen door de Federale Republiek Joegoslavië tegen de NAVO. De bombardementen vallen volgens Belgrado in de categorie oneigenlijk gebruik van geweld.

Nederland heeft ruim dertig internationale gouvernementele organisaties en die zijn vrijwel allemaal in Den Haag en omgeving gevestigd. Het Permanente Hof van Arbitrage en het Internationaal Gerechtshof zijn de oudste; het OPCW (de organisatie die toeziet op de naleving van het verbod op chemische wapens) en Europol zijn van recentere datum. Den Haag is de vierde VN-stad, na New York, Genève en Wenen. De aanwezigheid van internationale organisaties brengt tal van verplichtingen mee. De wederzijdse rechten en plichten zijn vastgelegd in een zogenoemde zetelovereenkomst. De voorrechten en immuniteiten (op het gebied van huisvesting, verblijfs- en werkvergunningen, fiscale aangelegenheden en sociale zekerheid) vertonen grote verschillen.

Uit een inventarisatie bij de internationale organisaties, uitgevoerd door Buitenlandse Zaken, bleek vorig jaar dat Nederland ,,het beginsel van goed gastheerschap in onvoldoende mate vervult.'' Nederland moet meer oog hebben voor de belangen van de instellingen, met name als ze hier al gevestigd zijn. Het ontbreekt aan coördinatie van beleid tussen de verschillende departementen en er is een gebrek aan ,,duidelijke en slagvaardige aanspreekpunten.''

Verder is er sprake van discriminatie. Het Joegoslavië-tribunaal en het Europees Patentbureau vinden bijvoorbeeld dat ze dezelfde privileges zouden moeten krijgen als het OPCW. Bij dit hoofdkantoor kunnen de medewerkers bijvoorbeeld belastingvrij inkopen doen. Ook de medewerkers van het tribunaal en het patentbureau willen tv's, drank, parfum en kleren zonder BTW kopen. Het ministerie van Financiën lag lang dwars, maar gaf eind vorig jaar toe.

Financiën maakt een inventarisatie van de verschillende zetelovereenkomsten. Het is de bedoeling nieuwe overeenkomsten beter op elkaar af te stemmen. En er wordt een vergelijkende studie uitgevoerd naar de vestigingsvoorwaarden van internationale organisaties in het buitenland. In het voorjaar wordt het rapport aan de ministerraad gepresenteerd en de verwachting is dat er direct een plan de campagne komt om meer internationale organisaties aan te trekken, want het gemak waarmee het Joegoslavië-tribunaal naar Den Haag werd gehaald, zal zich niet herhalen.