`Sharon sprak met Bush vooral over Irak'

Premier Sharon kwam niet in de eerste plaats naar de VS om over de Palestijnen te praten, of zelfs Iran, waartegen Israël steeds harder uitvaart, maar over Irak. President Bush zou hebben besloten Irak aan te vallen.

,,De belangrijkste reden voor het bezoek van premier Ariel Sharon aan Washington deze week was niet de Palestijnse kwestie maar om met president George Bush over de kwestie-Irak te spreken. Ik heb sterk de indruk dat de regering-Bush besloten heeft Irak aan te vallen'', zegt Martin Indyk, ex-president Bill Clintons ambassadeur in Tel Aviv en eerder onderminister van Buitenlandse Zaken voor het Midden-Oosten. Hij doet zijn jas uit in het kleine kamertje in het prestigieuze Brookings-instituut in de Amerikaanse hoofdstad waar hij werkt aan een boek over zijn ambassadeurschap en het mislukken van het Israëlisch-Palestijnse vredesoverleg in Camp David.

,,Ik heb net met de mensen van Sharon gesproken'', zegt hij om nog meer gewicht te geven aan zijn waarschuwing over een mogelijke grootscheepse Amerikaanse militaire actie tegen het regime van Saddam Hussein in Bagdad. De komende rondreis van de Amerikaanse vice-president Dick Cheney door het Midden-Oosten legt Indyk uit als een Amerikaans initiatief om, zoals in de Golfcrisis van 1990/'91 het geval was, een Amerikaans-Arabische coalitie tegen Irak te formeren. Mocht dat wegens een wat positievere houding in de Arabische wereld jegens Irak niet lukken, dan zal president Bush volgens hem na het Amerikaanse militaire succes tegen de Talibaan in Afghanistan proberen ook zonder coalitie Saddams regime met geweld omver te werpen.

Indyk heeft het Amerikaanse oorlogsscenario vrij duidelijk voor ogen. Dat vertoont opvallende gelijkenis met wat over de Amerikaanse oorlog tegen Irak in goed ingevoerde westerse diplomatieke kringen in Washington valt te beluisteren. Hightech precisiebombardementen op strategische Iraakse doelen zouden een dermate demoraliserend effect op Saddams Republikeinse Garde moeten hebben dat deze elite-eenheid zich als een soort Iraakse variant van Noordelijke Alliantie in Afghanistan tegen de Iraakse president keert. 200.000 Amerikaanse soldaten moeten volgens dit scenario klaar staan om ,,het werk af te maken'' als de Republikeinse Garde deze aan haar toebedachte rol niet of onvoldoende doortastend vervult.

Voor Martin Indyk is het een uitgemaakte zaak dat Israël onder premier Ariel Sharon zal terugslaan indien Irak zoals in 1991 gebeurde de joodse staat dan met Scud-raketten waarover Bagdad nog schijnt te beschikken of met zelfmoordvliegtuigen zal aanvallen om een mogelijke nieuwe Amerikaans-Arabische coalitie te ontwrichten. Sharon is er echter volgens Indyk niet op gebrand om in de oorlog tegen Irak te worden betrokken. ,,Hij wil erbuiten blijven'', zegt hij. In 1991 hield premier Yitzhak Shamir ondanks de zware Iraakse Scud-raketaanvallen Israël ook buiten de oorlog: ook, maar niet uitsluitend, om de Amerikaans-Arabische coalitie tegen Irak niet te ondergraven.

,,Tijdens de Amerikaanse bombardementen op de Talibaan in Afghanistan gingen de Arabische massa's niet de straat op'', zegt Indyk. Volgens hem is dat een indicatie dat de VS in het Midden-Oosten betrekkelijk vrij spel hebben zonder de regimes van de Arabische bondgenoten in gevaar te brengen opnieuw tot militaire actie tegen Irak over te gaan. In het recente verleden heeft Israël reeds van de VS de verzekering gekregen te zullen worden ingelicht over de datum van een mogelijke Amerikaanse aanval op Irak zodat de nodige militaire en civiele veiligheidsmaatregelen kunnen worden getroffen.

Ook Iran kwam aan de orde tijdens Sharons bezoek: Israël blijft erop hameren dat het land een gevaar vormt. Volgens Indyk kan Iran op den duur een nucleaire bedreiging voor Israël vormen. Maar net als andere Amerikaanse functionarissen achtte hij het onverstandig dat Bush Iran heeft ingedeeld in zijn `As van het Kwaad' omdat in het land democratische krachten actief zijn. ,,Als Bush erin slaagt na Afghanistan een democratisch bewind in Irak te vestigen, dan kunnen we Iran onder zware druk plaatsen.''

Terwijl Indyk na te zijn geïnformeerd door ,,de mensen van Sharon'' de nadruk legde op het Iraakse aspect van Sharons onderhoud met president Bush heeft naar buiten toe het accent duidelijk gelegen op de Palestijnse kwestie. De Amerikaanse president weigerde gehoor te geven aan een verzoek van Sharon om alle banden met de Palestijnse leider Yasser Arafat te verbreken. Sharon zei tegen de Amerikaanse president dat Arafat niet alleen de weg naar vrede blokkeert maar ,,heeft gekozen voor strategische terreur en een terreurcoalitie heeft gevormd''. Bush ging daar niet op in, ondanks zijnn grote teleurstelling over de heimelijke Palestijnse poging aan wapens te komen, zoals bleek uit de onderschepping door Israël van het Palestijnse wapenschip Karine A voor Palestijnse terroristische doeleinden. Verder dan Sharon te verzekeren dat hij Arafat onder zware druk zal houden om ,,een einde te maken aan het terrorisme in het Midden-Oosten'' ging hij niet. President Bush belichtte het dagelijks lijden van de gemiddelde Palestijn en sprak over het horen van verhalen en zien van foto's van Palestijnen die honger hebben. Zijn regering heeft 300 miljoen dollar voor de verlichting van het leven van de Palestijnen uitgetrokken, die via NGO's worden gekanaliseerd.

Hoofdrolspelers in de pro-Israëlische en pro-Palestijnse pressiegroepen in Washington constateren dat de Israëlisch-Amerikaanse betrekkingen nu hechter dan ooit zijn. Martin Indyk wijst op de begrenzingen van deze Amerikaans-Israëlische idylle onder president Bush. ,,Sharon heeft tijdens een van zijn eerdere (van de vier) bezoeken president Bush beloofd dat hij niets zal doen dat de Amerikaanse belangen in het Midden-Oosten zal schaden'', zegt hij. Toen Israëlische troepen enkele maanden geleden Gaza binnentrokken en de Israëlische luchtmacht ook een Syrische radarpositie in Libanon had aangevallen nam Bush volgens Indyk de telefoon op en herinnerde Sharon aan zijn belofte.

Sharon heeft zo betrekkelijk vrij spel tegen het Palestijnse terrorisme ,,op voorwaarde dat hij het niet te bont maakt en voorzichtig te werk gaat'', constateert Indyk. Nu de regering-Bush volgens Indyk op het punt staat te beslissen om Saddam Hussein aan te pakken is het Sharon in Washington ingeprent dat hij de Amerikaanse belangen in het Midden-Oosten door te te scherpe militaire uitvallen tegen de Palestijnen niet in gevaar mag brengen. Daar zit de speelruimte in voor Arafat om Sharons irrelevantieverklaring te overleven. Want ondanks de scherpte van de Amerikaanse kritiek op hem blijft Arafat in Washington een niet te negeren pion in het spel van de macht in het Midden-Oosten.