Rechtbanken van de wereldgemeenschap

Het Joegoslavië-tribunaal is niet de enige rechtbank voor oorlogsmisdaden. Ook in Cambodja, Sierra Leone en Oost-Timor zijn tribunalen actief.

De Verenigde Naties vinden dat oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en volkerenmoord moeten worden berecht in het land waar de gruweldaden zijn gepleegd. Dat gebeurde na de Tweede Wereldoorlog in Duitsland en Japan, maar in Joegoslavië was het niet mogelijk omdat er nog een oorlog woedde. Anders dan Neurenberg en Tokio zijn de recent opgerichte tribunalen geen rechtbanken van overwinnaars. Ze zijn opgericht door de wereldgemeenschap. Een historisch overzicht.

Neurenberg en Tokio

Na de Tweede Wereldoorlog werden voor het eerste misdadigers berecht voor een internationaal strafhof. Vóór 1945 was het gebruikelijk `internationale misdaden' zoals zeeroverij en slavenhandel te laten berechten door nationale rechtbanken. Maar in Neurenberg en Tokio stonden de belangrijkste politieke en militaire leiders van Duitsland en Japan voor een internationaal gezelschap van rechters. Ze werden veroordeeld wegens misdaden tegen de vrede, misdaden tegen de menselijkheid en schendingen van het oorlogsrecht.

Het idee was niet nieuw. Het Verdrag van Versailles (1919) bood al de mogelijkheid om een tribunaal op te richten. Rechters uit de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Japan kregen het recht een oordeel te vellen over de Duitse keizer Wilhelm II. Maar uiteindelijk kwam zo'n tribunaal er niet.

Joegoslavië en Rwanda

Begin 1993 werd op initiatief van de VN-Veiligheidsraad het Joegoslavië-tribunaal opgericht, voor de berechting van oorlogsmisdadigers vanaf 1991 in het vroegere Joegoslavië. Naar aanleiding van de gruwelen van mei 1994 in Rwanda besloot de Veiligheidsraad tot de oprichting van een tribunaal voor Rwanda. Omdat het Joegoslavië- en het Rwanda-tribunaal zijn ingesteld door de VN, zijn alle VN-lidstaten verplicht met de tribunalen samen te werken. Staten zijn bijvoorbeeld verplicht om verdachten uit te leveren.

Permanent strafhof

Met het Joegoslavië- en Rwanda-tribunaal kreeg de roep om een permanent strafhof een nieuwe impuls. Waarom is er wel een tribunaal gekomen voor Joegoslavië en Rwanda en niet voor oorlogsmisdaden die zijn gepleegd in Irak (Koeweit), Rusland (Tsjetsjenië) en Indonesië (Timor)?

Plannen voor een permanent internationaal strafhof liepen in de jaren vijftig vast, een gevolg van de Koude Oorlog. Na de val van de Berlijnse muur in 1989 onderzocht een groep van onafhankelijke juristen, de Internationale Commissie voor Internationaal Recht, in opdracht van de VN wat de statuten voor zo'n tribunaal zouden moeten zijn.

Op 17 juli 1998 bereikten 161 landen in Rome een akkoord over de instelling van een permanent strafhof (International Criminal Court) dat verantwoordelijken voor misdaden tegen de menselijkheid, ongeacht de nationaliteit van de daders of slachtoffers, gaat berechten. Vier jaar eerder waren de onderhandelingen begonnen. Tijdens de conferentie in Rome in 1998 is over alle statuten en artikelen gediscussieerd, behalve over artikel 3, eerste lid; bij acclamatie werd de kandidatuur van Den Haag als vestigingsplaats aangenomen.

Het akkoord over de statuten moet nog geratificeerd worden. Het permanente strafhof is pas operationeel als zestig staten het geratificeerd hebben. De teller staat nu op vijftig.

Bij het oprichten van zo'n hof doen zich heel andere vragen voor dan bij het creëren van ad hoc-tribunalen. De kern van het probleem is dat staten bereid moeten zijn de jurisdictie van het hof te aanvaarden. En sommige landen, zoals de VS, zijn dat niet.

Cambodja

Omdat het permanent strafhof nog niet operationeel is, zijn er het afgelopen decennium verschillende ad hoc-tribunalen opgericht. Zo zette, na moeizame diplomatieke onderhandelingen, de Cambodjaanse koning Norodom Sihanoek vorig jaar op 10 augustus zijn handtekening onder een wet die een speciaal tribunaal in het leven roept voor de berechting van voormalige leiders van de Rode Khmer.

Het tribunaal moet zich buigen over de misdaden die door de Rode Khmer zijn begaan in de periode 1975 en 1979 toen de Rode Khmer in Cambodja de macht in handen had. Volgens schattingen kwamen toen 1,5 miljoen mensen om het leven (ongeveer 20 procent van de bevolking) door executies, honger en uitputting. De leiders van het terreurbewind van de Killing Fields zijn nooit berecht. Hun leider, Pol Pot, is in 1998 overleden.

Het `Rode Khmer-tribunaal' zal worden gevestigd in de hoofdstad Phnom Penh en in meerderheid bestaan uit Cambodjanen. VN-juristen en buitenlandse rechters – die een vetorecht krijgen – moeten waken over een eerlijke rechtsgang. Door het inschakelen van de VN-juristen hopen de Cambodjanen de geloofwaardigheid van het tribunaal te verhogen; de meeste rechters in Cambodja gelden als corrupt en partijdig. Het tribunaal zal gaan werken binnen het Cambodjaanse rechtskader. Tussen de VN en Cambodja vinden nu afrondende onderhandelingen plaats.

Sierra Leone

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, fiatteerde begin dit jaar de plannen voor een oorlogstribunaal in Sierra Leone. Mensen die zich tijdens een burgeroorlog in de jaren negentig mogelijk schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid zullen voor het tribunaal moeten verschijnen.

Tijdens de oorlog tussen regeringstroepen en rebellen van het Verenigd Revolutionair Front (RUF) zijn duizenden mensen vermoord en verkracht. Ruim vijfduizend kinderen zouden door het RUF zijn ontvoerd; ze werden gedrogeerd en opgeleid tot soldaten. Een van de leiders van het RUF, Forday Sankoh, zal waarschijnlijk als een van de eersten worden gedaagd door het tribunaal. Verder zal het tribunaal naar verwachting nog zo'n twintig andere hoofdverantwoordelijken in staat van beschuldiging stellen. Andere verdachten moeten verantwoording afleggen voor een nog in te stellen nationale waarheids- en verzoeningscommissie naar Zuid-Afrikaans model.

In tegenstelling tot andere oorlogstribunalen wordt het tribunaal in Sierra Leone gefinancierd door vrijwillige bijdragen van VN-leden. Het functioneren van het tribunaal wordt bemoeilijkt door een akkoord tussen de regering van Sierra Leone en de rebellen, waaronder veel rebellen zijn die amnestie verkregen in ruil voor een staakt-het-vuren. Volgens de VN-gezant voor Sierra Leone, Allieu Ibrahim Kanu, kan het tribunaal volgend jaar beginnen .

Oost-Timor

Zes advocaten, zeven aanklagers en dertig rechercheurs staan op de loonlijst van het Oost-Timor-tribunaal. De voormalige Portugese kolonie stemde in augustus 1999 voor afscheiding van Indonesië, waarna Indonesische soldaten en Timorese paramilitairen overgingen tot het doden, verkrachten en verdrijven van de bevolking en het in brand steken van huizen. Zo'n tweeduizend mensen werden vermoord, tweehonderdduizend mensen waren gevlucht, en 80 procent van de infrastructuur was vernield.

In dertig aanklachten zijn 83 mensen aangeklaagd voor misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide. De juridische omschrijvingen van deze misdaden corresponderen met de statuten van het permanente strafhof. Door gebrek aan juridische expertise en materiaal fungeert het tribunaal slecht. Drie rechters (twee internationale en een lokale) delen één kamer, met een laptop en zonder internetverbinding. Een internetcafé wordt gebruikt om jurisprudentie te raadplegen.