PR

Vorige week werd ik geïnterviewd door Wim Brands van het VPRO-programma De Avonden. Tijdens dat interview roerde Wim Brands het onderwerp aan van de lage status van de leraar. Je kon tegenwoordig toch niet meer met goed fatsoen vertellen dat je van plan was om leraar te worden, gaf hij als voorzet. Die gedachte nu berust op een misverstand, kon ik hem terechtwijzen. Over leraren wordt namelijk helemaal niet geringschattend gedacht. Onderzoeken wijzen uit dat leraren als beroepsgroep in het algemeen hoog worden gewaardeerd. Maar als je zegt dat je leraar wilt worden, moest ik erkennen, zal inderdaad menigeen de wenkbrauwen fronsen. Zoals dat ook het geval zal zijn als je vertelt dat je van plan bent om huisarts te worden in een van de grote steden. Meer op de manier van: weet je wel waaraan je begint?

Maar, moest ik toegeven, onderwijs heeft niet alleen de naam moeilijk te zijn, daarnaast is ook sprake van een negatieve beeldvorming. Dat heeft alles te maken met de wijze waarop die sector naar buiten treedt. De belangrijkste spreekbuis van de leraren zijn de vakbonden. Die hebben het vaak over geld en werktijden. Niet bepaald onderwerpen die tot de verbeelding spreken. Bovendien hebben zij de beroepsgroep belachelijk gemaakt door de werktijden tot vier cijfers achter de komma vast te leggen. En als er gedemonstreerd wordt gaat de aandacht van de camera's vooral uit naar de meest bizar uitgedoste figuren en van zulke clowns lopen er altijd heel wat rond. Op het gebied van de pr, de public relations, valt er in het onderwijs heel veel te verbeteren.

De sleutel tot een betere beeldvorming ligt bij de leraren zelf. Zij zijn met vele tienduizenden. Iedereen kent in zijn omgeving wel iemand die in het onderwijs werkt. Dat zou moeten betekenen dat iedereen ook goed geïnformeerd is over de problemen die er spelen. Dat nu is absoluut niet het geval, en dat komt niet doordat er niet naar leraren geluisterd wordt, maar door de beperkte manier waarop zij hun omgeving over hun sector informeren. De kennis van leraren omtrent het onderwijs beperkt zich maar al te vaak tot de school waar ze werken, het vak dat zij doceren, hun collega's, en tot de wijze waarop hun directie functioneert. Als leraren de problemen van het onderwijs verwoorden, krijgt u dus te horen wat er in hun ogen schort aan hun werksituatie op hun school. Gezien de enorme verschillen tussen scholen, tussen vakken, tussen secties, levert dat even veel verhalen op als er leraren zijn. Het onderwijs zou er zeer bij gebaat zijn als leraren verder zouden kijken dan de eigen school lang is.

Een voorbeeld is de publiciteit rond de Schooltoets, waarbij scholen collega's oproepen die toets te boycotten. Blijkbaar weten die briefschrijvers niet tot wat een schandalig laag onderwijsniveau de afschaffing van de toets indertijd op veel scholen heeft geleid. Prima, als een school vertelt waarom zij ervoor kiest die toets niet af te nemen. Maar niet een algemeen zwamverhaal waarom dat in zijn algemeenheid niet goed zou zijn, waarom al die andere scholen of schoolbesturen dus verkeerde keuzes maken. Stel dat artsen zouden vertellen dat in de meeste andere ziekenhuizen verkeerd of onnodig wordt geopereerd, dan zou dat uw vertrouwen in de gezondheidszorg niet bevorderen.

Prick@nrc.nl

Zojuist verscheen van de hand van Leo Prick het boekje: `Zo kan het echt niet langer'.