Poezen in de jungle

Correspondent Marjon van Royen leeft in Rio de Janeiro niet helemaal alleen. Tegen katten kan ze geen `nee' zeggen.

Ze hebben namen als Manolo, Astolfo en Loterio. De liefste heette Miro. Hij was de woordvoerder van de zes. Als er geen eten meer was, of de kraan drupte niet lekker, dan protesteerde hij vriendelijk maar indringend. Al in Mexico waren ze bij me komen wonen. Ik vond ze in vuilnisbakken, op straat, en in het eerste pension waar ik woonde. Tegen katten kan ik geen `nee' zeggen.

Maar ook niet tegen dierenartsen. De eerste was een dame die me poes Manolo liet insmeren met een hondenmiddel. Nog geen half uur later lag hij schuimbekkend op zijn rug. ,,Ze kúnnen er dood aan gaan. Maar niet in álle gevallen'', verdedigde ze zich. De volgende heette Hugo. Hij reed in een roze kever, en droeg t-shirtjes met koeien erop. Het voordeel van Hugo was dat hij aan huis kwam. Hij castreerde en steriliseerde op mijn bureau. Toen alle katten geholpen waren, kwam hij nog steeds. Ik liet hem begaan. Want omwille van katten zeg ik geen `nee'. ,,Ik heb eens wat bloed afgenomen, en ontdekt dat ze aids hebben'', vertelde hij op een dag. Onmiddellijk gaf ik hem toestemming de duurste middeltjes kopen. ,,Ik denk dat ik een maandje bij je kom wonen'', bood hij toen aan. Zijn moeder had hem net het huis uitgezet. ,,Dan kan ik rustig een huis zoeken, en tevens je poezen bijstaan.''

Drie maanden later waren zowel Hugo als mijn katten er nog steeds. Ik vertelde hem dat ik een vriendje overkreeg, en genoeg had van zijn buikspiermachine in mijn woonkamer. Toen werd hij boos. Hij noemde me `hoer' en `kapitalist', schreef nog wat rekeningen, en verdween diezelfde nacht met mijn hi-fi-installatie en de inhoud van mijn ijskast in zijn roze kever.

Sinds vier jaar wonen mijn katten nu in Brazilië. Ze leven nog steeds. Vrolijk struinen ze door jungle. Ze kregen er een Braziliaans neefje bij. En de liefste dierenarts ter wereld. Luciana heet ze. Vroeger was ze een `hij'. Nu is ze 120 kilo pure zachtheid. Ze werkt in de hoerenbuurt en haar vriend is tatoeëerder.

João tattoo staat er op zijn kaartje. Over mijn zenuwen zit ik te wachten. ,,Neem gewoon een kleintje op je enkel, dan denk je er even niet aan'', dringt João tattoo aan. Met poes Miro was ik naar Luciana gerend. Hij had stuipen en rillingen: alsof hij shell-schock had. Het oude vrouwtje met haar worstige hond, en de zwarte travestiet met zijn poedel weken eerbiedig voor mijn spoedgeval. Dan komt Luciana naar buiten. Ze schudt haar hoofd. ,,Ik denk dat hij gebeten is door een slang'', zegt ze.

Discreet trek ik me terug om even te rouwen. Als ik terugkom staan ze allemaal in een kring om mijn dode poes. De travestiet, het oude vrouwtje, Luciana, en ook João tattoo. Ze huilen tranen met tuiten. Om míjn Miro, een poes die ze niet eens kennen! ,,Hier'', zegt Luciana als we zijn uitgehuild. Ze stopt me een scharminkelig poesje in armen. Ik heb het meegenomen. Want tegen zulke dierenartsen zeg ik geen `nee'.