Oude meester Grass zorgt weer voor een rel

De ondergang van het schip de Gustloff in 1945 vormt het uitgangspunt van Günter Grass nieuwste novelle, `Im Krebsgang'. De verschijning werd een literair en politiek evenement.

Op 30 januari 1945 bracht een Russische onderzeeboot in de Oostzee met drie torpedo's een Duits schip tot zinken. Aan boord waren bijna 10.000 mensen, hoofdzakelijk vrouwen en kinderen, op de vlucht voor het Rode Leger. Negenduizend van hen vonden die nacht de dood in het ijskoude water of in het ruim van het voormalige cruiseschip, genaamd de Wilhelm Gustloff.

Günter Grass nam de ondergang van het vluchtelingenschip als basis voor zijn jongste novelle, Im Krebsgang, die deze week verscheen. Lovende tot jubelende recensies en een vleug actuele politiek maakten van het zoveelste hoofdstuk in de omgang met de Duitse geschiedenis een literair evenement.

De Gustloff staat symbool voor de volksverhuizing van miljoenen Duitsers, die uit angst voor de barbarij van het Sovjet-leger in de nadagen van het Derde Rijk hun heil in het Westen zochten. De Oostpruisen vluchtten soms per schip, maar veelal te voet over een maar ten dele bevroren Oostzee en onder permanente beschietingen uit de lucht. Ongeveer 33.000 mensen overleefden die barre tochten niet.

De Duitse literatuur, ikzelf inbegrepen, stelt Grass, heeft dat deel van de Duitse geschiedenis te lang links laten liggen. Met Im Krebsgang wil hij die fout corrigeren. Niet zomaar om een lacune op te vullen, maar met een politiek doel: het onverteerde leed van de zogenoemde Vertriebenen voedt het neonazisme en moet alleen al daarom bespreekbaar zijn.

Grass laat het verhaal van de Gustloff vertellen door een middelmatige journalist die in de nacht van 30 januari 1945 werd geboren, vlak nadat zijn moeder na de aanslag door een torpedoboot uit het water was gevist. De moeder, Tulla Pokriefke, een personage uit eerdere Grass-romans, dringt er haar hele leven bij de zoon op aan het verhaal van de Gustloff te vertellen. Als hij ten langen leste die taak op zich neemt, stuit hij op een website van neo-nazi's. Daar wordt de door een jood vermoorde NSDAP-er Wilhelm Gustloff, naar wie het schip is vernoemd, vereerd. De site www.blutzeuge.de is het werk van zijn zoon Konny, kleinzoon van Tulla.

De journalist wordt niet alleen door zijn moeder opgejut, maar ook door `der Alte', een alwetende verteller die permanent over zijn schouders meekijkt. Zo maakt Grass expliciet duidelijk waarom dit verhaal verteld moet worden. ,,De Gustloff en haar vervloekte geschiedenis waren decennialang taboe.[...] Nooit had men over zoveel leed mogen zwijgen, alleen omdat de eigen schuld oppermachtig was en de openlijk betoonde wroeging in al die jaren voorrang had.' Nooit, schrijft Grass, had men het leed van de Vertriebenen aan rechts mogen overlaten. ,,Dit verzuim is bodemloos.'

Grass ontvouwt zijn vertelling zoals een kreeft zich voortbeweegt: ogenschijnlijk achteruitlopend komt de kreeft toch snel vooruit. Door historische zijpaden in te slaan wordt novelle al snel complex, maar nooit verwarrend. Het royale gebruik van dialect, uit de mond van Tulla, zorgt voor vaart en wekt de historische stof tot leven. ,,Wie aisig die See jewesen is und wie die Kinderchen alle koppunter. Dass musste aufschraiben.'

Zoals wel vaker bij Grass, groeide ook de verschijning van Im Krebsgang uit tot een mediagebeurtenis van formaat. De oude meester, inmiddels 75, hielp daarbij een handje. In een vraaggesprek voor de NDR-televisie hield hij de kanselierskandidaat van de christen-democraten, Edmund Stoiber, medeverantwoordelijk voor het rechts-radicalisme in Duitsland. Hij hekelde de goede betrekkingen die de minister-president uit Beieren onderhoudt met de Italiaanse premier Silvio Berlusconi en de Oostenrijkse populist Jörg Haider. Ook haalde hij een tien jaar oud citaat van Stoiber aan, die Duitsland eens een ,,durchrasste' (van rassen doorwoekerde) samenleving noemde. De CSU vuurde onmiddellijk terug. ,,Grass wordt oud', zei de secretaris-generaal van de partij. ,,Hij is niet meer dan een miezerige bespeler van het blikken trommeltje in de cavalerie van linkse auteurs.' Toen een lagere CSU-godheid ook nog Stoibers waarschuwing probeerde te verdedigen, had de verkiezingsstrijd van 2002 haar eerste relletje.

Ook Grass' oude vijand, literatuurpaus Marcel Reich-Ranicki, droeg het zijne bij. Ranicki, tot vorig jaar gespreksleider van het boekenprogramma het Literarische Quartett, had deze week de eerste uitzending van zijn culturele soloprogramma. Toen uitlekte dat Ranicki Grass' nieuweling zou recenseren werd de publicatie van het boek prompt twee weken vervroegd, en wachtten cultuurminnaars sensatiebelust op de dingen die komen zouden. In 1994 had Reich-Ranicki immers Grass' roman Ein Weites Feld letterlijk aan flarden gescheurd. De literatuurpaus was ,,tot tranen geroerd'. De novelle is ,,het beste werk van Grass ooit'. ,,Een grote vertelling [...] Een maritieme dodendans.' Ik hoop, besloot Reich-Ranicki, ,,dat dit een nieuw begin is'. Op één punt had Reich-Ranicki kritiek. Het was onzin om te beweren dat het leed van de Gustloff een bewust onbesproken thema was. ,,Dat is een onzinnige legende. Duitsland is een vrij land, het taboe dat Grass hier doorbreekt is uitgevonden.' Ook merkte hij fijntjes op dat in de concentratiekampen elke dag duizenden omkwamen.

De Gustloff werd, zo schrijft Grass overigens ook zelf, al in 1959 verfilmd en er zijn al eerder boeken over geschreven. Alleen niet door Günter Grass, winnaar van de Nobelprijs en het mediagenieke geweten van links.

Günter Grass, Im Krebsgang, Steidl Verlag, 18 euro.