Orvelte Meeuwenplas

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week is ze in het wreed mooie maar openbaar-vervoersluwe Drenthe.

Orvelte is een museumdorp en daar komt Orvelte recht voor uit. 's Zomers zal het er afgeladen druk zijn, er is een zee van parkeerruimte voor auto's en touringcars. Buiten het zomerseizoen is het stil. Nee, het is leeg. Alle schuren waar oude ambachten worden gedemonstreerd hebben hun luiken potdicht, nergens brandt een lichtje, de paardentrams staan opgeborgen onder zeilen. De enige bewoner die buiten loopt, lijkt te zijn losgelaten. Ze is de dorpskunstenares annex galeriehoudster die het in de zomer ook wel eens moeilijk heeft: ,,Dan komt er echtparen, meestal op de fiets. De vrouwen stappen af om bij mij naar binnen te gaan, en die mannen zeggen: ga jij maar, ik wacht wel buiten.''

Wij trippelen langs de rustieke straatklinkers het dorp uit wandelen lukt pas buiten de dorpsgrens.

Drenthe is geen barmhartige plek voor wandelaars. Openbaar vervoer is er nauwelijks, zeker in het weekeinde kun je er als wandelaar alleen terecht via goocheltoeren met de eigen auto en/of van te voren geregelde taxiritjes. En dat is wreed, want Drenthe is, juist nu, fabuleus mooi.

Na de strakke, benevelde lijn van het Oranjekanaal te zijn overgestoken duiken we het bos in. Brede zandpaden en natte zwarte karrensporen voeren ons langs eikenstammen waar duizenden spinnenwebben glinsteren in het jonge zonlicht. Langs de zoom van de bruine heidevelden en zandvlaktes glanzen witte berkenstammen terug in grillige gelederen. Vennen weerspiegelen in metallic-blauw de aarzelende lentehemel. Een uitgebreide familie wilde zwanen heeft bezit genomen van een van de plassen. Scherp staan ze met hun zwartgele snavels en rechte halzen afgetekend, ze zijn net de letters van een brief in geheimschrift.

Omdat het een van de eerste mooie dagen van het jaar is, verscheuren de motorfietsen soms de rust met hun gebrul. Motormuizen zijn bang voor regen, vandaar, maar ze zijn ver weg en onzichtbaar.

Na Orvelte is er urenlang niemand meer te bekennen tussen de enorme sparren, beuken en eiken. Vlak voor het Witteveen en het Blankeveen staat het spoor zo blank dat er met een boog omheen getrokken moet worden, lekker stout dwars door het kreupelhout. Dan komt het voormalig kamp Westerbork in zicht, met het monument met de omhoog gebogen rails en de fragmenten van de barakken die het kamp snerpend tastbaar maken. De rij enorme radiotelescopen van de sterrenwacht geeft er kosmische proporties aan. Hier is het druk en dat is goed.

Jurjen Keessen: Drenthepad, kaarten 10, 11, 12 (18 km). Uitg. NIVON i.s.m. de Stichting Wandelplatform Lange-Afstand-Wandelpaden. Openbaar vervoer is hier niet of functioneert beperkt.

Tel. taxi in Assen 0592 373111.