Nederland doet mee

Over tien jaar of meer zal de Nederlandse luchtmacht in een nieuwe Amerikaanse jachtbommenwerper vliegen, de Joint Strike Fighter. In het toestel zullen onderdelen van Nederlandse makelij zijn verwerkt, zoals deuren en bekabeling. Over de kwaliteit van deze opvolger van de F-16 is nu nog niets te zeggen. Maar een eigentijdser bemand gevechtsvliegtuig dan de JSF zal er over tien jaar niet zijn. Het zijn deze twee belangrijke voordelen die vastzitten aan het besluit van het kabinet om ons land te laten deelnemen aan de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter: de Nederlandse industrie vaart er wel bij en de luchtmacht krijgt een ultramoderne jager.

Of het de juiste keuze is gezien de toekomst van de luchtoorlog, of het goed is voor Europa en of de belastingbetaler ermee is gediend, zijn heel andere vragen. Vervanging van de Nederlandse F-16's kost 5 à 6 miljard euro, een bedrag dat hoger is dan wat de Betuwelijn en de hogesnelheidslijn samen kosten. Er was veel voor te zeggen geweest als het kabinet zich niets van de Amerikaanse druk en de binnenlandse lobby had aangetrokken en had besloten de beslissing over de keuze van een nieuw toestel pas over een jaar of vijf te nemen. Tegen die tijd zou Nederland een jager `van de plank' kunnen kopen, uitontwikkeld en wel.

Het nu genomen besluit draagt de sporen van haast. Een diepgaand debat is niet gevoerd: over wat Nederland met zijn luchtmacht wil, over nieuwe ontwikkelingen in de luchtoorlog na Kosovo en Afghanistan en over de financiële onzekerheden die deelneming met zich meebrengt. Het is laakbaar dat deze zaak er enkele maanden voor de verkiezingen nog even moest worden doorgedrukt. Nederland doet voor minimaal 800 miljoen euro mee met de ontwikkeling van een Amerikaans jachtvliegtuig, met de bedoeling dit militaire product daarna aan te schaffen, maar het electoraat is slecht geïnformeerd. In ruil voor deelname zijn compensatieorders voor Nederlandse bedrijven te verwachten. Het effect daarvan op de economie moet echter niet worden overschat. Dat dit wel is gebeurd, heeft een nuchtere beoordeling en een objectieve toestelvergelijking in de weg gestaan.

Voorlopig kost deelname alleen maar geld. Dat Nederland een van de medeontwikkelaars van het Amerikaanse toestel zou zijn, is een misvatting. De ontwikkeling van de Joint Strike Fighter is in handen van de Amerikanen en, in mindere mate, de Britten. Nederland levert naar Amerikaanse wens, betaalt zijn contributie en hoopt dat het op termijn niet alleen waar voor zijn geld krijgt, maar ook rendement boekt op het geïnvesteerd vermogen.

De besluitvorming over de JSF zal met belangstelling in de Europese hoofdsteden zijn gevolgd. Nederland laat de Eurofighter links liggen, het prestigieuze maar nog steeds weinig imponerende project van een aantal Europese defensiebedrijven. Ook de Franse Rafale wordt niet gekozen, een uitstekende jager met hetzelfde nadeel als de Eurofighter: het is niet die ene, sterke en vanzelfsprekende concurrent van het Amerikaanse aanbod. Beide toestellen tonen Europa's onvermogen om op veiligheidsgebied gemeenschappelijk een vuist te maken. In de moderne oorlogvoering blijft luchtoverwicht essentieel. Wat is logischer dan een gezamenlijke Europese defensie-industrie die daarop inspeelt en met concurrerende offertes een serieus alternatief biedt voor de Amerikanen? In de civiele vliegtuigbouw lukt dat al dertig jaar; zie Airbus. Bij de militaire tegenhanger overheersen nationale sentimenten en staan verdeeldheid, trage besluitvorming en een ingewikkelde bedrijfsstructuur de integratie tot één defensie-industrie in de weg.

Nederland kiest Amerikaans. Goed nieuws, hoe dan ook, voor de VS en een dertigtal Nederlandse bedrijven en instituten, Stork en Philips voorop. Het kabinet heeft de plicht de belastingbetaler nauwkeurig op de hoogte te houden van de kostenontwikkeling in dit financieel ongewisse avontuur. Europa heeft weer een beetje het nakijken. Dat is sneu, maar er zijn andere landen die wel Eurofighter of Rafale bestellen. En over een kwart eeuw zijn er nieuwe kansen. Dan moet een onbemand gevechtstoestel de lucht in. Wie dat nu ontwikkelt, maakt straks de dienst uit.