MET EIWITANALYSE BLIJFT EIERSTOKKANKER NIET VERBORGEN

Eierstokkanker is eerder en beter op te sporen door analyse van een set bloedeiwitten. Met deze methode spoorden onderzoekers van een aantal Amerikaanse instituten in een groep vrouwen alle proefpersonen met eierstokkanker op, hoewel ze ook vijf procent van de gezonde vrouwen in de groep onterecht als patiëntes bestempelden (The Lancet op www.thelancet.com, 8 febr). Met de conventionele methode is slechts eenvijfde van de gevallen van eierstokkanker vroeg te ontdekken.

Per jaar overlijden in Nederland ongeveer duizend vrouwen aan eierstokkanker. Vooral als artsen de kanker laat ontdekken, is de sterfte hoog: vijf jaar na de ontdekking van de ziekte leeft dan nog slechts 35 procent van de vrouwen. Doordat de eierstokken tamelijk diep in de buik liggen, zijn de tumorknobbeltjes vaak niet te voelen en veroorzaken ze ook geen pijn. Als de tumor alleen in de eierstokken tumoren groeit (stadium I), is de ziekte veel beter te bestrijden: na vijf jaar leven dan negen van de tien vrouwen nog.

Om eierstokkanker vroeg te kunnen opsporen, wordt al lang gezocht naar kenmerken van de kanker in bloedplasma. Het kankerantigen CA125 was tot nog toe de meest geschikte merker, maar zeker geen ideale: lang niet alle patiëntes hebben te veel CA125 in hun bloed. Echo's helpen bij de opsporing van de tumoren, maar met een combinatie van deze twee methodes is nog altijd slechts één op de vijf kankergevallen in stadium I te ontdekken.

De onderzoekers, onder andere werkzaam bij de Food and Drug Administration en het National Cancer Institute, screenden de patiëntes op een combinatie van vijf tot twintig eiwitten in plaats van één. Tot nog toe was het selecteren van de juiste sleuteleiwitten het probleem. Hiervoor bepaalden ze van 50 vrouwen met eierstokkanker en 50 gezonde vrouwen hun karakteristieke patroon van ruim 15.000 verschillende eiwitten. Een computer vergeleek de patronen van de twee groepen en selecteerde de kleine groep eiwitten die kenmerkend waren voor vrouwen met eierstokkanker.

Op basis van de sleuteleiwitten testten de Wetenschap & Onderwijspers een nieuwe groep van 116 vrouwen. Van vijftig van hen was bekend dat ze eierstokkanker hadden; de computer pikte ze er feilloos uit, ook de achttien vrouwen met kanker in stadium I. In het herkennen van de andere vrouwen (gezond, of met een goedaardige tumor) was het computerprogramma minder goed: van de 66 proefpersonen concludeerde het programma van drie onterecht dat ze kanker hadden. Dat lijkt weinig, maar als honderdduizend vrouwen een eierstokkanker-screening ondergaan, zijn er vijfduizend ten onrechte ongerust.

De onderzoekers proberen de methode daarom te verfijnen, en gaan het op een grotere groep vrouwen testen. De nieuwe screeningmethode is volgens de Wetenschap & Onderwijspers gemakkelijk toepasbaar: een prikje in de vinger levert voldoende bloed en het resultaat is binnen een half uur beschikbaar.