Langs eilanden van draken en drugs

Godeke Donner zeilt met als de Buginese schoener `Katharina' langs de kleine Sunda-eilanden van de Indonesische archipel.

Als laatste wordt het gaffeltopzeil gehesen. Dan mag de motor uit. Niets is er meer te horen dan het klotsen van het water. De Katharina mag dan zeiltechnisch een luie boot zijn, maar even waan je je een Feniciër op de wereldzeeën. Waarvan de naam van dit type schip, Pinisi, trouwens ook afkomstig is.

De Katharina is een traditionele Buginese schoener zoals de Bugis van zuid-Sulawesi ze al eeuwenlang maken. Ze meet 33 meter en heeft twee masten. De Katharina zou niet misstaan in Hollandse wateren maar nu koerst ze naar Komodo, de laatste plaats op aarde waar de draken nog springlevend zijn. De komodovaranen.

Komodo ligt tussen Sumbawa en Flores en maakt deel uit van de Nusa Tenggara, of Kleine Sunda-eilanden zoals het rijtje eilanden van Lombok tot en met Timor ook wel wordt genoemd.

De drakenbevolking, volgens een schatting van de Verenigde Naties zijn er nog zo'n zesduizend, leeft in een natuurreservaat als in hun natuurlijke habitat. Sinds een paar jaar reiken de parkwachters de komodo's geen geitjes meer aan. De wijze waarop die arme beestjes werden verscheurd, bood de toeschouwers een onheus en wreed spektakel. Tegenwoordig gaan de draken weer gewoon op jacht. Ze eten bij voorkeur karbouwen, herten en zwijntjes.

Over hun liefde voor mensenvlees doen heel wat mythes de ronde, van een in 1982 opgepeuzelde Zwitserse baron tot een onlangs in het dorp verschalkte baby. Maar op deze zonnige ochtend doet de varanus komodoensis als hij vanaf zijn heuvel bezoekers ontwaart lui de ogen toe. Gegeten heeft hij blijkbaar al. Wanneer de wachter met een lange stok in zijn flanken blijft poken, verheft hij met een zucht zijn geschubde lijf. Met voorwereldlijke tred, zijn gevorkte tong tot de grond reikend, verdwijnt hij uit beeld. Vervaarlijk blijft hij, zelfs zijn speeksel is giftig.

2002 is het jaar van het ecotoerisme. In dat kader maakten de Verenigde Naties afgelopen maand bekend dat in zes natuurgebieden die tot het mondiaal erfgoed van de VN behoren projecten zullen worden opgezet voor het ontwikkelen van duurzaam toerisme. Eén ervan is Komodo, waar het ecosysteem onder grote druk staat door een bevolkingsexplosie (de lokale bevolking is in 60 jaar verachtvoudigd).

In het Komodoreservaat wonen volgens projectleider Rili Djohani circa drieduizend mensen. Geprobeerd zal worden die meer te betrekken bij toerisme in het park. ,,Onderzoek heeft uitgewezen dat toeristen bereid zijn meer entreegeld te betalen als het park wordt voorzien van betere paden en gidsen'', aldus Djohani.

Op het oog zijn er rond Komodo weinig bezoekers te zien. Behalve zeilers meldt zich een enkeling die zich vanuit Flores per motorboot naar het eiland laat varen.

Ook de wateren rond Komodo, beroemd vanwege de variëteit van het koraalrif, maken deel uit van het reservaat.

Direct vanaf Pantai Merah, een rose strand op Komodo, kan worden gedoken of gesnorkeld. Omdat er een sterke stroming is, moet een duiker wel pijlsnel naar beneden, wil hij niet worden meegesleurd door de golven. Ben je eenmaal beneden dan is het is als een ontdekkingstocht door onderaardse schatkamers. De onmetelijke koraalwanden herbergen een fluorescerende kosmos die met geen kleurpotlood te beschrijven is.

SDR-eiland

Een volgende ankerplaats kan Labuhanbajo zijn, een idyllische havenstad op de westpunt van Flores. Daarna wordt het tijd de steven westwaarts te wenden. De Katharina vaart langs Sumbawa naar het noorden, langs het eilandje Moyo en bereikt tenslotte Trawangan, het grootste van de drie Gili-eilanden boven Lombok. Op het strand staan cybercafés en eettentjes hutje mutje bij elkaar. Rond het middaguur valt er nog geen toerist te bekennen maar er hangt een lucht als in een disco 's ochtends vroeg. Het eiland heeft de bijnaam SDR, dat staat voor seks, drugs en rock 'n' roll.

Trawangan is namelijk bekend onder Australiërs die van genotsmiddelen in de ruimste zin van het woord houden. De Lonely Planet-gids spreekt van een enkele paddestoel, maar op Trawangan heeft de werkelijkheid dit verhaaltje allang ingehaald.

Toch is Trawangan een oord van rust vergeleken met het met brommers en autobusjes volgepakte Kuta, op de zuidpunt van Lombok. Hier geen gemotoriseerd verkeer. Paardenkarretjes zijn behalve de eigen benen de enige vorm van transport. In 2 uur ben je het hele eiland rond. Voor een tientje heb je een prima onderkomen. Er staan geen prijzen vermeld op de menukaarten die aan de voordeur van de restaurantjes zijn bevestigd, maar met een beetje onderhandelen lijk je hier de levenskosten makkelijk tot 25 gulden per dag te kunnen beperken.

De 800 inwoners van Trawangan zijn doorgaans werkzaam in de lokale horeca. In de vrije uurtjes hoeden ze hun geiten. Ze zijn overwegend moslim. De blote Australische lijven worden met de grootste tegenzin gedoogd. Ondanks een bewolkte hemel sjokken er rond het middaguur enkele hoogblonde toeristes het strand op. Nu het besluit eenmaal genomen is er een dagje aan zee van te maken, trekken ze alles uit en staren hoopvol naar de hemel. Meneer Yusuf van Guesthouse Pretty Peace keert hun zijn verontwaardigde rug toe.

Onder water vallen de Gili-eilanden, vergeleken met de duikervaringen bij de andere eilanden, wat tegen. Van de `indrukwekkende koraalformaties waarvan het reisboek nog rept, is door het veelvuldig gebruik van dynamiet niet veel meer over. Fish bombing heet die lokale techniek van vissen die helaas in heel Indonesië de koraalstand flink heeft aangetast. Een week op en onder water leert gelukkig dat er ook nog volop schoonheid voorhanden is: een zee van azuur, witte (en rose) stranden van het fijnste poederzand en een diversiteit aan vissen en koraal die uniek is voor de eilanden voorbij Bali.

Inlichtingen: www.seatrekindonesia.com