Ik kan schaatsen slijpen

Toch weet je het maar nooit. Eén hardnekkig hogedrukgebied en het is gebeurd. Dus het is niet helemaal tegen beter weten in dat de echte schaatser zijn noren af en toe tevoorschijn haalt, de veters inspecteert, de schoenen nog eens in het vet zet en zijn duimnagel over de hoek van het ijzer haalt. Als het goed is, kun je een heel klein beetje van je nagel afschrapen. Zo niet, dan is de hoek die zo recht mogelijk moet zijn, door al dat schaatsen langs wuivende rietpluimen een tikje afgerond. Dan moet er geslepen worden. Dat kun je laten doen – kost ongeveer tien euro – maar het is veel praktischer om zelf te slijpen. Je hoeft er de deur niet voor uit, je kunt het zo vaak doen als je nodig vindt en op den duur is het ook goedkoper, zeker als de huishouding nog een paar schaatsers telt.

Moeilijk is het niet, dat wil zeggen het slijpen van noren. Kunst- en hockeyschaatsen slijpen is voor de leek niet weggelegd.

Wie zelf wil gaan slijpen moet wel een paar investeringen doen. Het duurste is het slijpbokje. Dat is een houder waar je twee noren ondersteboven in kunt klemmen, zodat de ijzers naar boven zijn gekeerd en perfect recht en op dezelfde hoogte staan. Slijpbokjes beginnen bij ongeveer 70 euro, en ze gaan door tot boven de 150 euro. De goedkoopste bestaan uit twee losse klemmen met een stang ertussen. Ze klemmen elk ijzer op twee punten vast. Een van oudsher bekend fabrikaat is Ving. Deze bokjes functioneren prima, maar zijn niet meer overal te koop. Zet zo'n bokje wel met een paar lijmklemmen op tafel vast en controleer met een stalen liniaal of een blokhaak of de ijzers op dezelfde hoogte staan en niet verschoven zijn ten opzichte van elkaar.

Duurdere houders (`bankjes') zijn steviger uitgevoerd. Ze bestaan uit één stuk aluminium en klemmen elk ijzer over de volledige lengte in. Als je een slijpapparaat wil kopen, neem dan je schaatsen mee. De moderne comfortnoor (een schaats met een stijf soort skischoen) past bijvoorbeeld lang niet in elk slijpapparaat.

Dan een slijpsteen. Voor het slijpen van schaatsen zijn speciale slijpstenen in de handel. Ze zijn ongeveer 25 cm lang en hebben een grove en een fijne kant. Ze kosten zo'n 25 euro. Als de schaatsen in de klemmen zitten kan de slijpsteen over de ijzers worden gehaald. Dompel de steen tien minuten onder water (dat voorkomt stuivend slijpstof) en leg hem met de grove kant op de ijzers. Begin onderaan en laat de steen aan de rechterkant zover mogelijk oversteken. Druk nu licht aan en slijp diagonaal naar linksboven, terwijl de steen een rechte hoek met de ijzers blijft maken. Die diagonale verschuiving is om te voorkomen dat de ijzers steeds op dezelfde plek in de slijpsteen kerven en daar twee gootjes in maken. Oefen lichte druk uit en stoor je niet aan het huiveringwekkende gekras van de steen op het dunne staal. Haal de steen tien keer op deze wijze heen en terug, begin dan rechtsonderaan en ga tien keer van rechtsonderaan naar linksboven. Herhaal deze handelingen totdat de nageltest uitwijst dat de hoek weer scherp is. Probeer de druk zo gelijkmatig mogelijk te houden; anders bestaat het gevaar dat je de ingeslepen bolling in de lengterichting eruit slijkt. De voor en achterkant van de ijzers staan namelijk een fractie verder van het ijs dan het midden, waardoor je kunt sturen.

De schaats is nu scherp, maar met het blote oog is al te zien dat de ijzers aan de onderkant schuine groefjes vertonen. Draai de slijpsteen om en maak met de fijne kant van de steen rechte halen over de ijzers, net zolang tot ze je tegemoet blinken. Nu zijn we er bijna. De finishing touch is het afbramen: met een speciaal klein steentje, ook verkrijgbaar bij de schaatswinkel, ga je een paar keer langs de zijkant van de ijzers om een eventueel overhangend braampje weg te halen. Klaar. En nu maar hopen op dat hogedrukgebied.