`Ik had het recht om te doden'

In 1991 werd Humphrey Ludwig (35) veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en tbs voor de moord op zijn vrouw. Hij heeft zijn leven veranderd, zegt hij. Niet dankzij, maar ondanks de tbs. `Ik wilde niet meer slaand, stekend en schietend door het leven gaan.'

`Ik was een vaderskindje. Een ouder broertje van me was op vierjarige leeftijd overleden en mijn vader was erg blij met mijn komst. Hij trok veel met me op, verwende me, maar gaf me ook leiding. Hij was voor mij de enige autoriteit. Op mijn negende overleed hij aan een hersentumor. Na zijn dood sloeg ik totaal los. Ik gedroeg me als de baas in huis. Mijn moeder had niks over me te zeggen. Als ik mijn zin niet kreeg terroriseerde ik de boel. Sloopte de planten, kieperde de laden van de kaptafel van mijn zusje leeg op de vloer, smeerde lippenstift uit over de spiegel.

,,Geleidelijk aan zocht ik mijn vertier meer op straat. Mijn gedrag was behoorlijk gewelddadig. Ik vocht veel. Met stenen, stokken, ijzeren stangen. Het ging om macht, om autoriteit, wie is de baas. Toen ik een jaar of vijftien was liep ik met knipmessen op zak, en bedreigde ik mensen. Maar geweld moest wel functioneel zijn.''

Functioneel?

,,Ik sloeg niet, zoals de andere jongens, een voorbijganger voor de lol in elkaar. Geweld was voor mij een middel om mijn zin te krijgen. Om iemand te overtuigen kun je twee dingen doen. Erover praten maar dan ben je een uur bezig en is het nog maar de vraag of je die ander krijgt waar je hem hebben wil. Je kunt ook een mes op zijn keel zetten en dan ben je in twee minuten klaar. Dat laatste had mijn voorkeur.''

Een mes op de keel. Is dat zo simpel als het klinkt?

,,Ik dacht er verder niet over na. Ik deed het gewoon. Ik stond in mijn recht. De jongens met wie ik omging dachten er net zo over. Op mijn achttiende ging ik werken in de scheepsbouw. Vrij ruig werk. De jongens die dat doen zijn rouwdouwers. Die mentaliteit sprak me aan.''

Werd u agressiever naarmate u ouder werd?

,,Anders agressief. Minder impulsief. Maar als ik iets deed, was het ernstiger.''

Waar lag de grens?

,,Ik kende geen grens. Althans, geen innerlijke. Als er een reden was om geweld te gebruiken mocht ik zover gaan als ik wilde. Ik had het recht om te doden. Er was wel een externe grens: gevangenisstraf. Ik ben na mijn diensttijd een paar keer van plan geweest om iemand om te brengen, maar angst voor straf weerhield me. Het risico dat ik gepakt zou worden vond ik te groot.''

Wat gebeurde er in uw diensttijd?

,,Ik deed in dienst kennis op over wapens, over explosieven, over de verschillende manieren waarop je een mens kunt doden. Meer manieren dan een dokter kent om een mens te genezen. Ik leerde om geweld te gebruiken op een gedisciplineerde manier. Gericht, gepland, kalm. Je zou kunnen zeggen dat ik mijn mogelijkheden uitbreidde.

,,Op mijn eenentwintigste ging ik samenwonen met Anita. Na een paar jaar zijn we getrouwd, wat we beter niet hadden kunnen doen. Onze relatie was gebaseerd op seks en geweld. Hoofdzakelijk verbaal geweld, maar af en toe liep het uit de hand, gooiden we met asbakken, liep ik met een honkbalknuppel door de keuken en werd er gemept of geschoten.''

Geschoten?

,,We hadden veel wapens in huis. Hielden er allebei van. Verzamelden ze in soorten en maten. We schoten niet gericht, maar meer om te dreigen.''

Dat klinkt niet als alledaags huwelijksgeluk.

,,Het was een liefdeloos huwelijk. Anita zocht steeds meer haar vertier buiten de deur. Kreeg een relatie met ene Rob, maar deed voorkomen of hij gewoon een goede vriend was. Ik ontdekte dat ze loog. Me bedonderde. Ik maakte een afspraak met Rob, maar hij bezwoer me dat er niks aan de hand was. Anita ging op vakantie, daarna was het even rustig, maar het duurde niet lang of ze begon me weer het leven zuur te maken. Ik was het zat. Toen kwam bij mij de gedachte op dat ik haar misschien maar beter uit de weg kon ruimen. Het leven zou makkelijker zijn wanneer ze er niet meer was.''

Lag een scheiding niet meer voor de hand?

,,Ik wilde wraak. Ik zou me niet kunnen wreken door middel van een scheiding. Ik wilde haar terugpakken voor alle rottigheid die ik het laatste jaar van haar te verduren had gehad. Toen ik merkte dat ze haar vakantie niet alleen, maar samen met Rob had doorgebracht viel het kwartje. Ik besloot ze alletwee om te brengen. Ik heb er een week over nagedacht, een plan gemaakt. In tweede instantie vond ik Rob al die moeite niet waard. Ik zou het bij Anita houden. Ik heb het gepland op een vrijdag. Ze kwam om een uur of negen thuis, een paar uur later was ze dood. Ik heb haar gestoken met een van haar eigen wapens, een vlijmscherpe commandodolk.''

,,Daarna ben ik rustig gaan zitten, heb een sigaretje gerookt, wat te drinken ingeschonken, even uitgerust. Ik was moe, maar mijn wraak was bevredigd. Toen heb ik de boel opgeruimd en mijn stiefvader gebeld. Of hij mij kwam ophalen. Vanwege een gedwongen verhuizing, zei ik.

Dat klinkt erg kil.

,,Het was ook gewoon een banale executie, een afrekening. Volstrekt gevoelloos. Mijn stiefvader kwam na mijn telefoontje en voelde dat ik iets gedaan had wat niet in de haak was, zag het aan de blik in mijn ogen. Hij zei dat ik mezelf moest aangeven, ik vroeg hem vierentwintig uur respijt. Ik wist dat Rob een dag later langs zou komen. Ik zag dat als een leuke bonus waar ik niet al te veel moeite voor hoefde te doen. Maar mijn stiefvader heeft me aangegeven. Toen de politie voor de deur stond had ik iets van: jammer, dat ik niet de kans heb gehad om die gozer om te leggen, maar goed, zo is het.''

Humphrey Ludwig werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling. In het Pieter Baan Centrum in Utrecht werd vastgesteld dat hij leed aan `een persoonlijkheidsstoornis met een psychotische kern'. Zelf omschrijft hij zich als ,,iemand met een paar forse gebreken in zijn persoonlijkheid''. Waar het hem aan ontbrak, zegt hij, was een geweten. ,,Ik had lak aan de wereld om me heen.''

Die houding werd volgens Ludwig in het Pieter Baan Centrum alleen maar versterkt. ,,Daar werd gezegd: het is jouw schuld niet. Je hebt een stoornis en daar kun je niks aan doen. Met andere woorden: ik was niet verantwoordelijk voor wat ik gedaan had. Ik mocht dus steken en schieten wat ik wilde.''

Ludwig bracht negen jaar door in huizen van bewaring en tbs-klinieken. Over zijn ervaringen als tbs'er schreef hij samen met Nieuwe Revu-journalist Rick Blom vorig jaar een boek, Onder dwang. Daarin uit Ludwig zware kritiek op het tbs-systeem in het algemeen, en de Van Mesdagkliniek in Groningen in het bijzonder.

De ervaringsdeskundige vindt dat de behandeling veel intensiever zou moeten zijn. ,,Nu is de dagelijks praktijk in de kliniek veelal rondhangen. Proberen jezelf te vermaken met computerspelletjes en tv-kijken. En ook dat heet therapie. Absurd.''

Er zou in de tbs-kliniek meer aandacht moeten zijn voor onderwijs, vindt Humphrey, zodat gedetineerden na hun straf niet zonder diploma op straat komen te staan. En er zou bij de behandeling minder sprake moeten zijn van willekeur.

Ludwig: ,,Ik heb vijf psychiaters en psychologen gehad en alle vijf stelden ze een andere diagnose en hadden ze een andere prognose. Volgens de een had ik een persoonlijkheidsstoornis met een psychotische kern, volgens de ander was ik een sadistische borderliner, een derde kwam er niet uit. Herhalingsgevaar groot, zei A. Herhalingsgevaar zeer gering, zei B. Overigens heeft geen van de vijf ooit aandacht besteed aan het feit dat ik aanvankelijk ook Rob om wou brengen. Toch slordig. Stel je voor dat ik met het idee was blijven rondlopen.''

Zet u in uw boek de wereld niet op zijn kop: de behandelaars zijn boeven en de boeven sympathieke types.

,,Van de patiënten heb ik de sympathiekste belicht, dat klopt, en wat de behandelaars betreft: ik noem er een paar die deugen maar het merendeel deugt niet. Is niet geïnteresseerd of wereldvreemd of ondeskundig.''

Wat vindt u dat er moet veranderen in de opstelling van de psychiater?

,,Het contact tussen behandelaars en gedetineerden zou geïntensiveerd moeten worden. Als je een psychiater een keer in de week ziet is het veel. Ze zouden zich vaker op de afdeling moeten vertonen, een praatje maken, mee-eten, rondkijken. In de Van Mesdag runt een psychiater twee afdelingen, oftewel tweeëntwintig man. Dat is te veel. Die kun je nooit allemaal even goed in de gaten houden. Zeker niet wanneer je zelden op de afdeling komt. Een ander punt is dat je als behandelaar alleen het vertrouwen en respect wint van een gedetineerde door het te geven. Daar ontbreekt het nog wel eens aan. De meesten kijken naar de gedetineerden als studieobjecten.''

Wat was het specifieke probleem van de Van Mesdagkliniek?

,,De Van Mesdag is bezweken onder haar eigen gewicht. Het aantal gedetineerden verdubbelde, er kwamen meer personeelsleden, het werd groot en onoverzichtelijk. In een grote kliniek is het voor een gedetineerde makkelijker om te vluchten in schijnaanpassing, zich te verschuilen in de groep. Er onstaat sneller groepsvorming waar sociotherapeuten geen zicht op hebben. Een subcultuur waar gegokt wordt, drugshandel plaatsvindt, zoals het geval was in de Van Mesdag. Maar behalve een capaciteitsprobleem was het een mentaliteitskwestie. Men was meer geïnteresseerd in beheersing dan in behandeling.''

U schrijft dat u een van de drie gedetineerden was met een relatie met een therapeute. Op het moment dat u haar vertelde na uw tbs-tijd de relatie niet te willen doorzetten, nam ze wraak door u te betichten van bedreiging tijdens een proefverlof. Daarmee liep de beëindiging van uw tbs gevaar, waarop u besloot openheid van zaken te geven. Wat was de reactie van de Van Mesdagkliniek?

,,Ontkenning. Relaties binnen de kliniek? Die bestonden niet. Personeelsleden die over de schreef gingen? Onzin. De directie heeft geprobeerd het in de doofpot te stoppen. Er is letterlijk tegen me gezegd: je moet je bek houden. Ze bagatelliseerden of ontkenden alles. Daarop heb ik het verhaal naar buiten gebracht. Allerlei instanties een brief geschreven. De Inspectie van de Gezondheidszorg reageerde snel en alert en gelastte een onderzoek door de Rijksrecherche. Die plaatste grote vraagtekens bij de professionaliteit van de medewerkers. De directeur werd ontslagen maar niet de personeelsleden die onprofessioneel gedrag hadden vertoond. Degenen die een relatie waren aangegaan met een gedetineerde, of zich schuldig hadden gemaakt aan intimidatie en bedreiging lopen nog steeds rond in de Van Mesdag. De critici zijn overgeplaatst.''

In een persbericht reageert de Mesdagkliniek als volgt op uw boek: ,,H. Ludwig beschrijft een periode die gekenmerkt wordt door moeilijkheden en incidenten. De weergave van die periode in het boek is gebaseerd op zijn eigen waarnemingen en interpretaties. De discussie over wat waar en niet waar is in dit boek lijkt ons weinig zinvol.''

,,Je kunt wel zeggen: het is zíjn verhaal, niet het onze, discussie gesloten, maar het is meer dan alleen mijn verhaal. Er komen in het boek uitgebreid personeelsleden aan het woord, ik maak gebruik van hun rapportages en van verklaringen van de rijksrecherche. En in een intern onderzoek concluderen een afdelingschef en een afdelingspsychiater dat er sprake is geweest ,,van grensoverschrijdend intiem gedrag''. De reactie is typerend voor de Van Mesdagkliniek. Kop in het zand. Het is juist die mentaliteit die zo schadelijk is. Maar omdat tbs-klinieken gesloten wereldjes zijn die zich onttrekken aan het zicht van de maatschappij, kan die mentaliteit doorwoekeren.''

Als het tbs-systeem faalt, hoe verklaart u dan dat het percentage gedetineerden dat in herhaling valt (vier op de vijf) zoveel groter is dan het percentage tbs'ers dat recidiveert (een op de vijf)?

,,Allereerst brengt tijd in zichzelf vaak verandering. Dat zie je ook bij gedetineerden met lange gevangenisstraffen. De recidivisten zijn vaak de kortgestraften. Daarnaast ken ik een hoop ex-tbs'ers die voor een tweede delict niet opnieuw tbs maar gevangenisstraf kregen. In de statistieken zijn die niet terug te vinden.''

U schrijft dat u niet meer die gewetenloze crimineel van vroeger bent. Waardoor bent u veranderd?

,,Een optelsom van dingen. Zoals het verdriet van mijn moeder. Ze kwam wekelijks op bezoek, beschouwde Anita als haar schoondochter, leed onder haar dood en confronteerde me door haar pijn met de gevolgen van mijn daad. En de reactie van sommige gedetineerden. Ik had verwacht dat ik keihard aangepakt zou worden. Daar had ik mee om kunnen gaan. Geweld rechtvaardigt geweld. Maar in plaats daarvan werd ik geconfronteerd met medeleven en sympathie. Dat verstoorde mijn verwachtingspatroon. Het sloeg alles bij elkaar een bres in mijn pantser. Er ontstond ruimte voor gevoel en met het gevoel kwam het besef van eigen verantwoordelijkheid. Ik heb toen een zware, extreem emotionele periode doorgemaakt. Ik was afwisselend gespannen en depressief. Ik realiseerde me hoe gevaarlijk ik geworden was. Vroeg me af of ik zo verder wilde. Nee dus.''

Werd dat antwoord ingegeven door meer dan alleen de gedachte: ik wil niet de rest van mijn leven in de gevangenis slijten?

,,Dat argument speelde natuurlijk een rol maar was niet het enige. Ik wilde niet meer slaand, stekend en schietend door het leven omdat het mij en anderen niks gebracht had. Ik had er toch een puinhoop van gemaakt. Vanaf dat moment ben ik gaan nadenken hoe ik een ander bestaan zou kunnen opbouwen. Ik realiseerde me dat ik in de eerste plaats de verantwoordelijkheid voor mijn daden op me zou moeten nemen. Niet meer elk excuus aangrijpen dat me werd aangereikt. En ook dat het een illusie was dat ik mijn eigen regels kon maken. Ik had het recht niet een ander te doden. `Wat gij niet wilt dat u geschiedt...' Een wijze les die mijn vader me had meegegeven, maar die nu pas wortel schoot.''

Bad guy becomes good guy. Is dat niet iets te makkelijk?

,,Zo gemakkelijk ging dat niet. Het is een proces van jaren geweest, met ups and downs, vallen en opstaan.''

Ondanks die gewetensontwikkeling praat u erg afstandelijk over de moord. Is dat met elkaar te rijmen?

,,Ik denk het wel. Het is een verhaal dat ik inmiddels zo vaak verteld heb. Niet alleen aan anderen maar ook aan mezelf.''

Bent u wel eens bang dat u een tweede keer de grens overgaat?

,,Nee. Moord is geen optie. Iemand doden mag alleen uit zelfverdediging. Wanneer ik op de fiets zit en door een auto van mijn sokken word gereden denk ik nog wel: ik zou je eigenlijk een klap voor je bek moeten geven, maar ik doe het niet. Terwijl ik vroeger al van de fiets was afgestapt en het portier had opengetrokken. Ik geloof dat ik me nu in mijn gedrag niet meer onderscheid van de gemiddelde Nederlander.''

Voor sommige lezers zal uw verhaal misschien toch vervreemdend klinken.

,,Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Zeker voor mensen die in een milieu zitten waarin geweld geen gewone zaak is. Een soortgelijk milieu als waarin ik nu zit en waaraan ik, op mijn beurt, heb moeten wennen. Toch denk ik dat iedereen die eerlijk is, zal moeten erkennen dat hij of zij de gedachte aan wraak of geweld kent. Zeker in momenten van getergdheid. Daarin zit misschien de herkenning. Het verschil is dat ik die gedachte heb omgezet in daden. Heb omgezet. Ik zal het niet meer doen. En wie het niet gelooft, die gelooft het niet. Wat kan ik anders zeggen?''