Het land verandert, maar wie doet de was

Eigendomsverhoudingen en sociale relaties veranderen langzaam. Jaren na de apartheid spelen `maids' en `madams' in de Zuid-Afrikaanse huishoudens nog dezelfde rol als vroeger.

Met een speelse glimlach rond de lippen richt de vrouw op de passagiersstoel zich tot de twee blanken die zich zojuist het roestige taxibusje hebben binnengewurmd. Waar de reis heengaat, wil ze weten. ,,Victory Park'', bekennen de twee schuchter, terwijl de taxi de weg indraait richting het rijke blanke noorden van Johannesburg. De zwarte vrouw knikt begripvol. ,,Wie doet daar de was'', vraagt ze. ,,En wie kookt daar het eten? Wie maakt het huis schoon? En wie haalt de kinderen van school?'' De twee kijken elkaar hulpeloos aan. ,,Wijzelf'', liegen ze. De vrouw begint nu hard te lachen. ,,Natuurlijk'', zegt ze en draait haar hoofd weer naar de weg. De veertien medepassagiers in de bus lachen met haar mee.

Wie rond een uur of vijf in de middag door het noorden van Johannesburg rijdt, kan met eigen ogen zien wie daar de was doet, het eten kookt en de kinderen van school haalt. Op het gras voor de elektrische poorten en muren die de huizen van hun werkgevers omgeven, liggen in witte of roze schort de vrouwen die Zuid-Afrika draaiende houden. De `maids', de hulpen in de huishouding, bespreken bij het invallen van de duisternis de laatste roddels in de buurt. Prescious heten ze, Bella, Gloria of Grace. Namen waar de vrouw des huizes, de `madam', haar tong niet over hoeft te breken. Ntombizodwa, Kgomotso of Dikeledi worden hier zelden bij hun Zulu-, seSotho- of Tswana-voornamen genoemd.

Voor de nieuwkomer in Zuid-Afrika is de eerste confrontatie met de keuken er altijd een van schok en schaamte. Het beeld van de zwarte werkster die schrobbend en boenend over de vloer gaat terwijl de blanke madam sherry schenkt aan haar vriendinnen is in veel huishoudens nog niet verdwenen. Naar schatting een miljoen zwarte werksters verdienen kost en inwoning in de keuken van een ander. Sommigen noemen dat een schaamteloze voortzetting van koloniale tijden. De meeste Zuid-Afrikanen zien het echter als een vorm van werkverschaffing aan een inkomensgroep die anders werkeloos thuis zou zitten.

Marta werkt al 13 jaar voor dezelfde madam. ,,We zijn als vriendinnen'', zegt ze als ze na het dagelijkse roddeluurtje in haar versleten bootschoentjes weer naar huis schuifelt. Aan de achterkant van de luxe bungalow heeft haar baas het oude kolenhok voor haar vrijgemaakt. Daar woont ze naar eigen zeggen met veel plezier. Meestal alleen en soms met haar twee zoons als die genoeg geld bij elkaar hebben geschraapt voor de taxirit vanuit moeders geboortedorp in de Vrijstaat naar Johannesburg.

Eigenlijk had Marta (46) verpleegster willen worden, maar van die droom heeft ze door omstandigheden moeten afzien. Toen ze drieëntwintig was kon ze bij een blanke familie aan de slag, een kans die niet iedereen gegund was. Op haar rug droeg ze jarenlang de kinderen van mevrouw, net zolang tot ze oud genoeg waren om zelf te lopen. De kinderen noemden haar `mama', wat mama niet zo leuk vond. En toen de familie verhuisde, huilden de kinderen net zo hard als Marta zelf. Sindsdien heeft ze nooit meer iets van die familie gehoord.

Volgens de secretaris-generaal van de vakbond South African Domestic Service and Allied Workers gaat het sinds het einde van de apartheid in Zuid-Afrika niet veel beter met de dienstmeisjes. Het voornaamste verschil met tien jaar geleden is dat een groeiende zwarte middenklasse zich nu ook laat bedienen door de allerarmsten. ,,Het is nog altijd de meest verwaarloosde arbeidssector in Zuid-Afrika'', zegt Myrtle Witbooy. ,,Vergeet niet dat de leiders van dit land ook hulp in de huishouding hebben.'' De vakbond eist een minimumsalaris van 1200 rand (120 euro) per maand voor zijn leden. Het ministerie van Arbeid vindt de helft van dat bedrag echter meer dan voldoende.

Jaarlijks ontvangt de vakbond tientallen klachten over misbruik van dienstmeisjes en tuinlieden. Volgens Witbooy is dat het topje van de ijsberg. ,,Ze leven bij de genade van hun werkgever. Zwijgen over misstanden is in dat geval de beste overlevingsstrategie.''

Toch laten de tekenaars van de strip Madam and Eve een mondige en zelfbewuste maid zien aan de Zuid-Afrikaanse krantenlezers. Madam and Eve is een cartoon over het dagelijks leven van een maid en een madam in een typisch Zuid-Afrikaanse setting. ,,Toen we met deze strip begonnen was Madam een conservatieve raciste'', zegt tekstschrijver Stephen Francis. Samen met tekenaar Rico Schacherl viert hij in mei het tienjarig jubileum van Madam and Eve. ,,Naarmate de apartheidstijd verder achter ons ligt, is de relatie tussen Madam en Eve genormaliseerd. Madam is liberaler gaan denken en Eve durft meer te zeggen.'' In het `nieuwe Zuid-Afrika' hebben Francis en Schacherl sommige relaties tussen maids en madams zien uitgroeien tot hechte vriendschappen waarbij hun kinderen, blank en zwart, naar dezelfde scholen gaan.

De breinen achter de cartoon zijn beiden van buitenlandse komaf; Francis is Amerikaan en Schacherl komt uit Oostenrijk. Zoals elke niet-Zuid-Afrikaan betaamt geven ze beiden met enige gêne toe dat ze ,,af en toe'' wel eens een dienstmeisje over de vloer hebben.

De strip speelt vooral met de sfeer van achterdocht die de makers vaak in de Zuid-Afriaaanse huiskamer aantreffen. ,,Uiteindelijk loopt er toch de hele dag een vreemdeling door je huis'', zegt Rico, ,,en dat is dan ook de eerste verdachte als er 20 rand van de tafel is verdwenen.''

Beatrice (76) en Greta (60) hebben geen enkele moeite dat gevoel van wantrouwen te beschrijven. De met goud en diamanten behangen dames hebben elkaar getroffen op hun wekelijkse lunchafspraak, in het prestigieuze Leaves Restaurant in een betere wijk van Johannesburg. Beiden willen niet met hun achternaam in de krant omdat ze zeggen te behoren tot de ,,highly privileged'' van Zuid-Afrika.

,,Ik doe af en toe ook zelf de was'' zegt Greta, rijk geworden in de mode-industrie. ,,Je denkt toch niet dat ik de maid een t-shirt van 2000 rand toevertrouw? Ze ziet het verschil niet eens.'' Greta heeft vier bediendes, een tuinman en een chauffeur. Beatrice beschikt over een zelfde equipe. Beatrice kent alle achternamen van haar personeel uit het hoofd. Greta ,,kan het geen donder schelen – als ze hun werk maar doen.''

Beatrice wacht met het bespreken van persoonlijke zaken met haar echtgenoot tot het dienstmeisje de kamer verlaten heeft. Greta legt alleen de vinger op haar lippen ten teken dat het gesprek strikt vertrouwelijk is. Beatrice moet lang nadenken over de vraag wat ze zou doen als ze hoorde dat een van haar meisjes met hiv was besmet. Ontslaan of verzorgen tot de dood? Greta ziet het dilemma niet: ,,Eruit ermee!''

Greta luistert met stijgende verbazing naar Beatrice's verhaal over haar vriendin die een paar maanden geleden naar Australië is geëmigreerd. Een dienstmeisje schijnt daar ontzettend duur te zijn en naar verluidt doet die vriendin tegenwoordig zelf de was en schrobt ze haar eigen vloeren. Het gekste van alles is, zegt Beatrice, is dat ze het daar uitstekend naar de zin heeft. ,,Onbegrijpelijk'', zegt Greta. ,,Onbegrijpelijk'', knikt Beatrice.