GESCHIEDENIS TRIBUNAAL

Op 22 februari 1993 besloot de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat er een tribunaal zou worden opgericht voor ex-Joegoslavië. De officiële naam is International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY), en het hof is bedoeld voor de berechting van oorlogsmisdadigers in dat gebied vanaf 1991. Het is bevoegd recht te spreken bij schending van de Geneefse conventies, oorlogsmisdrijven, genocide, en misdrijven tegen de menselijkheid.

Organisatie Het tribunaal is gevestigd aan het Churchillplein in Den Haag. In november 1993 begonnen de werkzaamheden bij het hof. De eerste maanden waren moeizaam, omdat er nog geen openbaar aanklager was gevonden. Onder druk van de toenmalige VN-secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali `leende' de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela zijn rechter Richard Goldstone uit aan het tribunaal. Na twee jaar werd Goldstone opgevolgd door de Canadese Louise Arbour; sinds september 1999 is de Zwitserse Carla Del Ponte hoofdaanklager.

Het Joegoslavië-tribunaal bestaat uit drie secties: het bureau van de aanklager, de rechters en de griffie. De aanklagers doen het onderzoek, verzamelen het bewijsmateriaal, selecteren de getuigen en stellen de aanklacht op. Bij deze afdelingen werken rechercheurs, onderzoekers, juristen en officieren van justitie. De hoofdaanklager wordt benoemd door de Veiligheidsraad op voordracht van de secretaris-generaal van de VN.

De secretaris-generaal benoemt de griffier van het hof; die functie is tot nu toe bekleed door Nederlanders. Sinds januari 2001 is Hans Holthuis griffier, hij is oud-officier van Justitie. De griffie is verantwoordelijk voor de administratie en de juridische ondersteuning van het tribunaal. Ze organiseren de rechtszaken, de vertalingen van de processtukken, vervoer en huisvesting van getuigen. Ook het VN-cellencomplex van de Scheveningse gevangenis waar de verdachten hun proces afwachten, valt onder verantwoordelijkheid van de griffie.

Indeling Er zijn drie rechtszalen, met drie rechters voor iedere zaal, en een beroepskamer met vijf rechters. In totaal zijn er zestien rechters fulltime en negen ad litem (op afroep), die niet betrokken zijn bij de voorbereiding van een zaak, maar pas worden `ingevlogen' als het proces gaat beginnen. Zij zijn gekozen door de Algemene Vergadering van de VN. President van het hof is de Fransman Claude Jorda.

In totaal werken er bij het tribunaal bijna 1.200 mensen uit 77 verschillende landen. Het budget is gestegen van ruim 250.000 euro in 1993 tot bijna 87 miljoen euro dit jaar.

Verdachten Op dit moment zitten 44 verdachten in afwachting van hun proces in het VN-cellenblok van de gevangenis in Scheveningen. Na een veroordeling door het hof – de maximumstraf is levenslang – wordt de straf uitgezeten in een buitenlandse gevangenis.

Uitspraken Sinds de oprichting van het tribunaal zijn er 66 verdachten voor de rechter verschenen, twintig zaken bevinden zich in de voorbereidende fase. In de drie rechtszalen worden op dit moment acht zaken behandeld, en in één zaak wordt nu gewacht op de uitspraak. Van de 66 zaken heeft de rechter in 31 gevallen uitspraak gedaan: vijftien veroordeelden wachten op een uitspraak in hoger beroep, voor elf is het definitieve vonnis geveld, vijf verdachten werden onschuldig bevonden. Er zijn zes zaken ingetrokken: in drie gevallen werd de aanklacht ingetrokken en in drie zaken stierf de verdachte.

Aanklacht Miloševic Tegen ex-president Slobodan Miloševic zijn in totaal drie aanklachten ingediend. Hij wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Kroatië en Kosovo en van genocide en oorlogsmisdaden in de Bosnische oorlog (1992-1995). Genocide of volkerenmoord is het zwaarste misdrijf dat onder internationaal recht kan worden gepleegd. De aanklachten zijn gebaseerd op Miloševic' `commando-verantwoordelijkheid' als president van Servië en Joegoslavië.

Miloševic is vorig jaar drie keer voorgeleid om zich uit te spreken over de aanklachten. In alle gevallen heeft hij dat geweigerd. Miloševic erkent het tribunaal niet en wil daarom geen bijstand van advocaten. Het VN-hof heeft drie `amici curiae' benoemd, die een deel van de taak van de verdediging op zich nemen, zonder formeel raadslieden van Miloševic te zijn.