Een jaar na de beving in India is bijgeloof troef

Op de Dag van de Republiek, ter herinnering aan het feit dat India in 1950 een republiek werd, was het dit jaar verdacht stil op de straten van de Indiase deelstaat Gujarat. De dodelijke chaos van 26 januari 2001 was ver te zoeken. Die dag trilde de grond 45 seconden. Een aardbeving van 7,9 op de schaal van Richter. Gujarat klapte in minder dan een minuut compleet in elkaar.

Toen het stof was gaan liggen, telde de Indiase autoriteiten in de maanden die er op volgden maar liefst 20.000 doden, 200.000 gewonden en duizenden dorpen waar vrijwel geen muur meer overeind stond. De schok werd tot op 1.500 kilometer van het epicentrum gevoeld en bijna 700 miljoen mensen, zeventig procent van de Indiase bevolking had de grond voelen schudden.

Vorige maand verlieten de overlevenden op de Dag van de Republiek massaal hun dorpen. De kranten stonden vol van astrologische voorspellingen waarin werd beweerd dat een jaar na dato op 26 januari 2002 het onheil opnieuw toe zou slaan. In de hardst getroffen stad Bhuj namen de meeste inwoners liever geen risico; ze vertrokken en zochten een veilig heenkomen op het platteland. Slechts een enkele durfal met vertrouwen in het lot bleef achter in de uitgestorven stad.

,,Die zogenaamde astrologen hadden ons vorig jaar kunnen waarschuwen'', zegt een van de achterblijvers in de Engelstalige krant The Times of India. ,,Dan hadden we op tijd kunnen vluchten. Ik zie niet in waarom we nu nog zouden moeten gaan.''

Alle onheils tijdingen ten spijt, er gebeurde dit jaar niets. Wat is gebleven is een gehavende regio. De hulptroepen van een jaar geleden zijn vertrokken en het gebied is voor de wederopbouw vooral afhankelijk van buitenlandse hulp. De Indiase regering schraapte maarliefst 1,6 miljard Euro aan financiële hulp bijeen en ook de Nederlandse regering verdrievoudige vorig jaar haar deel van die hulp tot 112 miljoen Euro voor een periode van drie jaar.

Minister Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking reisde vorige maand naar het gebied om de wederopbouw met eigen ogen te aanschouwen en de besteding van het geld te inspecteren.

Een Brits inspectieteam van de Disasters Emergency Committee (DEC) stelde vorige maand zorgelijk vast dat de hulp aan het gebied niet zozeer was verdeeld naar behoefte, maar op grond van kaste en religie. De hulp zou meer beterbedeelden hebben bereikt dan de aller behoeftigsten. ,,Het algehele effect van de ramp is dat de rijken rijker zijn geworden en de armen armer'', aldus een DEC inspecteur.

Foto's Vincent Mentzel