Een burgerjongen op de Koninklijke troon

Weer een traditie naar de filistijnen.

De nieuwe president-commissaris van de Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij is geen door de wol geverfde Shell-man. L. van Wachem, president-directeur van 1982 tot 1992 en sindsdien voorzitter van de raad van commissarissen, wordt 71 jaar en vertrekt eind juni. Hij is dan meer dan 48 jaar in dienst van de Koninklijke geweest. Zijn opvolger is A. Jacobs, voormalig bestuursvoorzitter van ING. Jacobs heeft tijd over. Hij weigerde met de andere commissarissen om president-directeur H. Huisinga van de NS te ontslaan en zij stapten op.

Buigt de Koninklijke met deze troonopvolging voor druk van grote beleggers? In de internationale financiële wereld bestaat steeds minder begrip voor ondernemingen waar de president-commissaris een collega is geweest van de directievoorzitter. Met name in de Angelsaksische wereld zien geldbeheerders de president-commissaris als hun eerste aanspreekpunt bij klachten en opmerkingen. Is een president-commissaris uit de onderneming wel onafhankelijk genoeg om zijn eigen opvolgers te controleren en eventueel te corrigeren?

De vraag stellen is `m beantwoorden, maar de Koninklijke hield lang voet bij stuk. Het concern is zo complex, dat goed ingevoerde mensen onontbeerlijk zijn, was een argument. Zeker omdat commissarissen nauw bij de besluitvorming zijn betrokken. Olie- en gaskennis is dan mooi meegenomen.

Is de ommezwaai principieel of spelen praktische motieven eigenlijk een hoofdrol? Veel te kiezen uit het contingent ex-Shell-directeuren hadden de commissarissen niet. M. van den Bergh stapte twee jaar geleden wegens de hoge werkdruk zelf op, die kan nu moeilijk president-commissaris worden. H. de Ruiter is wel een invloedrijke spin in het old boys' web, maar komt op leeftijd. En C. Herkströter liet na zijn pensionering als president-directeur de kans voorbijgaan om commissaris te worden.

Resteert nog een andere ,,traditie''. De Koninlijke is dankzij de combinatie met Shell een multinational uit de eerste grote fusie- en overnamegolf van het begin van de vorige eeuw, maar de meeste commissarissen zijn nog steeds van de gestampte pot. Het gezelschap bestaat uit zes Nederlanders en een Duitser, J. Milberg van BMW, tevens de enige actieve ondernemer in de raad. Op de aandeelhoudersvergadering komt er een Duitser bij en later vertrekt een Nederlander. Met veranderingen in dit tempo kan eind deze eeuw de eerste buitenlander zijn opwachting maken als president-commissaris.