`Dit kruis moet ik dragen'

Hoe vergaat het de vrouwen van verdachten? Een portret van Ratka, de echtgenote van de Kroatische generaal Tihomir Blaškic, veroordeeld tot 45 jaar cel.

Ratka Blaškic kwam thuis uit het ziekenhuis. Ze was bevallen van haar tweede zoon, Iwan. Haar man, de Kroatische generaal Tihomir Blaškic, zei: ,,Ratka, ik moet je wat vertellen. Morgen moet ik naar Den Haag.'' Hij ging zich `vrijwillig' overgeven, onder druk van de Kroatische regering, die op haar beurt onder druk was gezet door de internationale gemeenschap. Hij zei tegen Ratka: ,,Het duurt drie maanden, dat hebben ze me beloofd. Ik ga de rechters de waarheid vertellen en dan kom ik weer naar huis.''

Dat is nu bijna zes jaar geleden. Generaal Blaškic zit nog steeds vast in het VN-cellenblok van Scheveningen. Hij werd veroordeeld tot vijfenveertig jaar gevangenisstraf. Volgens de rechters was hij als bevelhebber verantwoordelijk voor etnische zuiveringen in midden-Bosnië, in 1993. Blaškic is tegen dat vonnis in hoger beroep gegaan.

Ratka groeide op in hetzelfde dorp als Tihomir Blaškic. Haar ouders hadden een hotel-restaurant, Tihomir kwam er vaak. Ratka was zeventien toen ze met hem trouwde, een jaar later kregen ze een zoon, Dejan. In de oorlog bleef Ratka bij haar man, die commandant was geworden in het Bosnisch-Kroatische leger. Dejan was bij haar ouders, die naar Oostenrijk waren verhuisd. Ratka: ,,Ik weet wat Tihomir in de oorlog heeft gedaan. Ik weet wat hij heeft gezegd, wat hij heeft geschreven, wat hij heeft gedacht. We sliepen samen op de vloer, we hadden weinig te eten.'' Ze zegt dat Blaškic in Bosnië `rust' had willen brengen. Dat hij in de strijd met de moslims `terechtkwam', en dat hij er niet uit kon ontsnappen omdat ze werden `omringd' door eenheden van moslims.

Toen ze haar man voor het eerst opzocht in Den Haag, in 1996, kon ze alleen maar naar hem kijken, hij zat achter glas. Aan het eind van het bezoek mocht ze hem toch even omarmen. Later kwam er een kamer beschikbaar waar de gevangenen met hun vrouwen alleen mochten zijn. Blaškic kreeg van het tribunaal een uitzonderingspositie: hij mocht in een eigen huis wonen, zwaar bewaakt. Hij moest de huur wel zelf betalen. Ratka: ,,Het was ellende. In het eerste appartement had hij één kamer, zonder water. Als hij naar de wc moest, ging er iemand mee. In het tweede appartement had hij wel water, maar geen licht. Sinds die tijd draagt hij een bril.'' Hij woont nu weer in de gevangenis in Scheveningen, en dat bevalt hem beter.

De nu 31-jarige Ratka zegt dat ze die eerste jaren niet kon geloven dat haar man echt weg was. Ze huilde iedere dag. Dat veranderde toen ze op een religieuze bijeenkomst was in Bosnië. Er was een Amerikaanse priester, Ratka was onder de indruk van wat hij zei. ,,Ik begreep toen dat dit mijn kruis was, dat ik dit moest dragen.'' Ze bidt veel. ,,Mijn man ook.''

Op de dag van zijn veroordeling, 3 maart 2000, zat ze met haar zus op de publieke tribune. ,,Ik dacht'', zegt ze nu, ,,dat de rechters alles hadden begrepen. Ik kon niet geloven wat ik hoorde.'' Vijfenveertig jaar gevangenisstraf. Haar man zei later tegen haar dat hij op dat moment niks gevoeld had. ,,Hij dacht alleen maar: ik ben in een nieuwe oorlog terechtgekomen.''

Ratka Blaškic komt iedere maand naar Nederland. Ze blijft een week, ze logeert in een hotel in Scheveningen. Van 's ochtends half negen tot 's middags kwart voor vijf is ze in de gevangenis. Haar man maakt zelf ontbijt voor haar en lunch, of ze eet mee van het eten dat hij krijgt. De Kroatische regering betaalt haar reis- en verblijfskosten. Ze ontvangt ook zijn salaris. Blaškic is officieel nog steeds in dienst van het Kroatische leger. Hij heeft een Kroatische en een Amerikaanse advocaat, en Ratka Blaškic zegt dat in de Verenigde Staten ook nog een `team van juristen' voor haar man aan het werk is.

Op 11 oktober kregen ze een dochter, Jelena. De doop van het kind, in december vorig jaar, werd een groot feest. Er waren politici, hoge militairen en rijke ondernemers die de familie Blaškic financieel ondersteunen. Net voor kerst kwam ze met het kind naar Scheveningen. Ratka: ,,Hij heeft haar drinken gegeven, hij heeft haar verschoond, met haar rondgelopen. Tegen onze zoons zei hij: `Laat me met rust. Ik moet Jelena leren kennen'.'' Ze waren niet van plan om nog een kind te krijgen, zegt Ratka. ,,Het gebeurde toch. Wij wilden al heel lang een meisje. De dokter zei dat ik weer een jongen kreeg. Het werd een meisje.'' Ze denkt dat God daarmee heeft willen zeggen: het komt allemaal weer goed.

Haar oudste zoon, Dejan, is dertien. Ratka ziet dat hij veel te volwassen is voor zijn leeftijd. Hij gedraagt zich als de man in huis, hij denkt dat hij zijn moeder moet steunen, en dat hij verantwoordelijk is. Ratka: ,,Hij zei een keer: `Ik word nooit meer een kind. En als papa terugkomt, ben ik groot. Dan heb ik hem niet meer nodig'.''

Ratka wil graag dat haar man, ook al zit hij gevangen, alle beslissingen in hun huishouden neemt. ,,Als mijn kinderen nieuwe kleren willen, of als we bij mijn ouders in Oostenrijk op bezoek willen gaan – ik vraag alles altijd eerst aan Tihomir.''