Demagogen

Het schoolvoorbeeld van een demagoog, in de betekenis van volksverlakker, is de caféhouder die klanten lokt met de mededeling: `Morgen gratis bier'.

Een verslag van HP/De Tijd over de start van de verkiezingscampagne van Leefbaar Nederland bevat de volgende passage. `Onder luid, bijna ovationeel, applaus betreedt Pim de ruimte ... Pim is blij dat het congres van Leefbaar Nederland destijds het maximale aantal van tienduizend asielzoekers uit het verkiezingsprogramma heeft geschrapt. Tienduizend is veel te veel. ,,Ik leg de grens bij nul.'' Applaus.'

NUL asielzoekers.

Noch Fortuyn noch zijn juichende publiek gelooft dat dit een reële mogelijkheid is, maar daar gaat het niet om. Het is een klassieke demagogische truc om een wel degelijk door de aanwezigen als reëel ervaren belang te articuleren.

In wezen bestaat er nauwelijks onderscheid tussen deze schrille uitspraak en de zalvende, al even onrealistische, mededeling van CDA-lijstaanvoerder Balkenende dat een monoculturele samenleving de voorkeur verdient boven een multiculturele. Balkenende kiest een nostalgisch referentiepunt. `Gisteren gratis bier!' De verwijzing naar een geïdealiseerd, ongerept verleden, in dit geval het goeie oude blonde Holland, is ook al zo'n klassieke demagogische truc.

Morgen of gisteren wél, alleen vandaag kan het bier niet gratis zijn. Wie de rancuneuze burgerman, de boze middenstand, de klagende klasse, maar ook de slachtoffers van criminaliteit, de verdwaalden in de bureaucratie, de verwaarloosden in zorg en onderwijs op deze wijze tevreden wil stellen, bedriegt zijn klandizie bij voorbaat.

Als Fortuyn de Hercules zou zijn die hij in zichzelf ziet, dan nog zou hij onmogelijk eigenhandig de internationale immigratiestromen kunnen verleggen of indammen. En als Balkenende een Mozes zou zijn die het Hollands volkje de terugkeer belooft naar het land van ooit, zou hij toch de geschiedenis niet kunnen terugdraaien.

Fortuyn zowel als Balkenende verwacht te scoren met kritiek op het vreemdelingenbeleid van het paarse kabinet, maar zij spreken daarover noodgedwongen in demagogische termen. Noodgedwongen, omdat het asielvraagstuk onmogelijk kan worden `opgelost' met politieke toverspreuken.

Vanzelfsprekend is één van de meest elementaire aspecten van de democratie de erkenning van het feit dat gelijkwaardige mensen uiteenlopende belangen hebben en deze bij verkiezingen tot gelding behoren te kunnen brengen. Vervolgens moet de overheid trachten deze belangen te ordenen in een conceptie van algemeen belang. Het is dus volkomen legitiem dat kiezers die belang hebben of menen te hebben bij het weren van nieuwkomers, dit belang via de stembus tot uitdrukking kunnen brengen.

Daarom lijkt het me onvermijdelijk en uit democratisch oogpunt misschien zelfs wel noodzakelijk dat er partijen deelnemen die dit belang, hoe egoïstisch en kortzichtig ook, vertegenwoordigen. Ik vind het een zegen dat in Nederland, anders dan in Vlaanderen, Frankrijk en Oostenrijk het geval is, hele of halve nazi's er nooit in zijn geslaagd deze electorale ruimte te bezetten. Zo bezien is de dreigende opkomst van Leefbaar Nederland alleen maar toe te juichen.

Liever een egomaniakale schnabbelkoning die het volk vermaakt en de onvrede kanaliseert in een charlataneske beweging, dan een in burgerpak vermomde Hitleriaan die ophitst tot rassenwaan en geweld. Daarom beschouw ik het optreden van Fortuyn, hoezeer ik zijn opvattingen ook afwijs, vooralsnog als een welkome blokkade tegen het onversneden extreem rechts dat elders garen spint bij de moeilijkheden en spanningen waar immigratie en integratie mee gepaard gaan. Vooralsnog, want je weet maar nooit waar een narcistische leidersfiguur uitkomt als hij echt macht krijgt.

Intussen ziet het ernaar uit dat het demagogische element in de nu begonnen verkiezingscampagne zwaarder zal gaan wegen dan ooit tevoren. Het klagen over de politiek verdringt het politieke debat. Wat is demagogie anders dan een theatrale en instrumentele vorm van gekanker?

`Politiek' is tegenwoordig een ander woord voor bureaucratisch formalisme. Het is de noemer geworden waaronder alle partijen, alle politici, alle (semi-)overheden en alle ambtenaren vallen: een brij waarin de politieke partijen hun herkenbaarheid, hun wereldbeschouwelijke identiteit en cultuur, alsmede hun traditionele aanhang hebben verloren. Als gevolg van de betekenisverandering van het begrip `politiek' – een verzameling mensen die niet uitspreken wat zij bedoelen en niet bedoelen wat zij zeggen – neemt oppositie vrijwel automatisch de vorm aan van antipolitiek. Maar als de antipolitiek de politiek opheft, is dat ook het einde van de democratie.

Toegegeven, een zekere mate van demagogie is in politieke campagnes van oudsher aanwezig: versimpeling, eenzijdigheid, loze beloften. Naarmate het partijenstelsel verzwakt en politieke belangen worden gearticuleerd door beroepskankeraars, gaat het demagogische aspect de boventoon voeren.

Ik geef nog twee voorbeelden van het oprukken van de demagogie ten koste van het politieke debat. Een wethouderskandidaat van de PvdA in Amsterdam, Hannah Belliot, pleit voor het opsluiten van drugsverslaafden in een groot gebouw of op een eiland. Mevrouw weet niet dat iemand alleen bij rechterlijk vonnis van zijn vrijheid mag worden beroofd, maar zij weet evenmin van het bestaan van de Wet Strafrechtelijke Opvang Verslaafden. Of ze kent deze feiten wel, maar denkt dat zulk geblèr goed in het gehoor ligt.

Dan VVD-voorzitter Eenhoorn. Deze opent de aanval op concurrent Fortuyn door hem te vergelijken met Mussolini. Zo verbindt hij de ijdelheid, maar ook de energieke uitstraling, het charisma van Fortuyn en diens mogelijk neurotische persoonlijkheid, met het fascisme van de Duce. Dan moet hij ook aantonen dat Fortuyn er fascistische denkbeelden op nahoudt. Ook beschuldigt Eenhoorn Leefbaar Nederland van een smeercampagne met behulp van een speciaal team dat zou jagen op gevoelige privé-informatie over politieke tegenstanders. Dan moet hij ook bewijzen dat Leefbaar Nederland schuldig is aan de laster waarmee een roddelblad PvdA-lijstaanvoerder Melkert probeert te beschadigen.

Dezelfde Eenhoorn dringt in één moeite door aan op inhoudelijke, niet op de persoon gerichte campagnes. Ook dat is typerend voor de demagoog: je eigen wangedrag aan de tegenstander verwijten. Ons staat, naar nu valt te vrezen, een naargeestige verkiezingstijd te wachten, vol Wiegeliaanse oproepen aan VVD-leider Dijkstal om nu ook eens flink uit te pakken tegen de vreemdelingen, vol minderwaardige persoonlijke aanvallen en vol schuimbekkende Fortuyniades.