Deelname JSF-project blijft risico...

De deelname aan de ontwikkeling van de Amerikaanse straaljager Joint Strike Fighter (JSF), waartoe het kabinet gisteren heeft besloten, kent enkele open eindes. Is de Tweede Kamer bereid de risico's te nemen die het kabinet aanvaardde?

Tevreden zaten de VVD-bewindslieden De Grave en Van Hoof (Defensie) en Jorritsma (Economische Zaken) gisteren achter de tafel van perscentrum Nieuwspoort. De onderhandelingen met het bedrijfsleven om mee te betalen aan deelname in het ontwikkelingsprogramma van de Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF) waren ,,tot het gaatje'' gegaan, aldus Jorritsma. Maar nu lag er gelukkig een resultaat dat ,,voor de belastingbetaler erg overzichtelijk was''.

Of die belastingbetaler dat ook zo ervaart is de vraag. Want de financiële onderbouwing van het JSF-project mag er op het eerste gezicht simpel uitzien, het blijft een besluit waar vraagtekens bij te plaatsen zijn.

Het simpele uitgangspunt is dat de overheid een ticket (800 miljoen dollar) voor een deel van het bedrijfsleven koopt om te participeren in het JSF-programma. Een deel van dat geld wordt terugbetaald als de bedrijven omzet gaan draaien bij de bouw van de gevechtsvliegtuigen. Maar de uitwerking van deze op het oog simpele deal is ingewikkelder. Het bedrijfsleven, dat niet bereid bleek een bedrag `cash' op tafel te leggen, moest de afgelopen weken zwaar onder druk worden gezet om te komen tot de huidige regeling. De industrie betaalt, in vergelijking met drie weken geleden, een groter bedrag terug (191 miljoen euro plus rente) en begint daar eerder mee (in 2007 in plaats van 2010). Bovendien is er in 2008 een `evaluatiemoment' ingebouwd. Dan zal worden bekeken hoe de stand van zaken is en of het terug te betalen percentage over de te verwachten omzet (vastgesteld op 3,5) verhoogd of verlaagd moet worden. Met al deze maatregelen, zo is de redenering, is deelname aan het JSF-programma en aanschaf van vliegtuigen goedkoper dan straks vliegtuigen `van de plank' te kopen.

Nu Nederland partner is in het project, kan het niet alleen `voordelig' vliegtuigen kopen; het bedrijfsleven spint er ook nog eens garen bij. De deelnemers kunnen orders tegemoet zien en profiteren van de `doorontwikkeling' van producten. Ook toeleveranciers kunnen rekenen op `spin off'. Bovendien is er de hoop dat deelname in het JSF-programma een injectie geeft aan de technologische kennis op luchtvaartgebied.

Ondanks de duurdere regeling is er voor de industrie nog steeds sprake van een voordelige deal, vooral omdat er tevoren niets hoeft te worden geïnvesteerd. Overigens wordt het grootste deel van de ruim 800 miljoen dollar niet terugverdiend via het bedrijfsleven. Veel geld komt retour als de Staat zelf vanaf 2010 overgaat tot aanschaf van de JSF (waarschijnlijk 85 toestellen). Zo zal er korting worden verleend op de ontwikkelingskosten die fabrikant Lockheed-Martin wel doorberekent aan klanten die `van de plank' kopen. Verder geeft deelname aan de ontwikkelingsfase recht op `royalties'. Dat kan een aanzienlijk bedrag worden als de JSF goed gaat verkopen. En participatie levert nóg een voordeel op: het geeft Nederland het recht om direct in te kopen bij Lockheed en niet via de Amerikaanse overheid, die voor haar diensten een aanzienlijk bedrag in rekening brengt.

Maar dit zonnige scenario wordt alleen werkelijkheid bij een succesvol JSF-programma. Als enkele belangrijke factoren in het Amerikaanse programma tegenvallen, is de `business case' weinig meer waard en kunnen de kosten hoog oplopen. In de eerste plaats ligt het toestel nog op de tekentafel. Hoe duur het uiteindelijk zal worden is onbekend, onder meer omdat de ontwikkelingskosten kunnen stijgen, iets dat niet ongebruikelijk is bij dit soort ingewikkelde militaire programma`s. In de tweede plaats staat het nog niet vast dat er nu een garantie voor industrieorders is gekocht. Ook Nederlandse bedrijven zullen, zo bevestigde het JSF-bureau in Washington gisteravond, gewoon moeten concurreren met andere fabrikanten. In de derde plaats is het onzeker of er wereldwijd 4.500 JSF's zullen worden afgezet, zoals het kabinet hoopt.

Hoewel minister De Grave gistermiddag zei ervan overtuigd te zijn dat de ontwikkeling van onbemande vliegtuigen nog lange tijd op zich zal laten wachten, is de opinie daarover in Amerikaanse defensiekringen anders. Zeker nu er miljarden extra voor het Pentagon vrijkomen, kunnen de bemande jagers wel eens sneller verouderd zijn dan we nu denken. En dat heeft gevolgen voor het aantal JSF's dat gebouwd zal worden, vooral voor de Amerikaanse strijdkrachten. Ook de verwachte technologische kennis die het project met zich meebrengt, kent nuances. Nu al staat vast dat de Amerikanen een strikte disclosure-politiek zullen volgen: gevoelige kennis zullen zij niet willen delen. Zo zal bijvoorbeeld de noodzakelijke voortdurende modernisering van de stealth-optie (het zo goed als onzichtbaar zijn voor de radar) een strikt Amerikaanse zaak zijn.

Critici hebben ook twijfels over de vermeende voordelen voor de deelnemende Nederlandse bedrijven. Natuurlijk, voor met name Stork en Philips is het JSF-programma een mooie zakelijke deal. Maar het grootste Nederlandse defensiebedrijf, Thales, doet bijvoorbeeld nauwelijks mee. Bovendien is er twijfel of het werk dat gedaan gaat worden wel écht technologisch hoogwaardig is. Het Centraal Planbureau zette daar eerder al vraagtekens bij, net als bij de vermeende werkgelegenheidseffecten.

En dan zullen er in de Tweede Kamer vragen worden gesteld over het selectieproces voor de opvolger van de F-16. De twee concurrenten, het Franse Dassault (Rafale) en het Europese consortium EADS (Eurofighter Typhoon), klaagden dat Defensie hun ontwikkelingsprogramma's en toestellen niet goed heeft willen bekijken. Staatssecretaris Van Hoof ontkende dat gisteren met klem, maar de Tweede Kamer zal er het fijne van willen weten. Kok noemde de JSF gisteren ,,een kwalitatief hoogwaardig toestel tegen een naar beste weten aantrekkelijke prijs.'' Over met name de woordjes ,,naar beste weten'' zal de komende weken nog veel gediscussieerd worden.