De wereld van de overtreffende trap

Voor zijn boek over de worsteling van de sovjetschrijvers met het Stalinregime reisde Frank Westerman naar het Wolga-Donkanaal. De aanleg van dit kanaal werd in de jaren vijftig in opdracht van Stalin bezongen door Konstantin Paustovski, de schrijver die bekend staat om zijn integriteit. `Weet u zeker dat dat boek over het Wolga- Donkanaal gaat?' Een voorpublicatie.

Paustovski was rusteloos. Hij verdiende zijn geld bij het Gorki Instituut, waar hij sinds 1945 les gaf in het schrijven van socialistisch-realistisch proza. Toch verschafte het docentschap hem nauwelijks voldoening; hij wilde zelf schrijven. Maar waar? Als lid van de Schrijversbond mocht hij in een van de gasthuizen van LitFond op de Krim of aan de Baltische Zee verblijven, zij het nooit voor langer dan een paar weken.

Privacy om te schrijven hoefde Paustovski evenmin bij zijn nieuwe gezin te zoeken; hij was amper bij Tatjana ingetrokken of ze raakte in verwachting.

,,We hadden helemaal geen plaats voor een baby'', riep Galja uit, die nog altijd met verbazing terugkeek op de onbezonnenheid van haar ouders. Toen haar halfbroertje Aljosja in 1950 ter wereld kwam, puilde het gezin in Galja's herinnering letterlijk het eenkamerflatje uit. Ze vertelde over `dat ellendige kreng van een kinderwagen', die van de buren niet op de gemeenschapsgang mocht staan en daarom, bij gebrek aan ruimte, de deur versperde. ,,Als je naar buiten wilde, moest je eerst die kinderwagen de gang op rijden; zó krap was het bij ons.''

Kort na de geboorte van Aljosja werd Paustovski ontboden bij de secretaris-generaal van de Schrijversbond. Van hem kreeg hij te horen dat er een bestelling was binnengekomen van de choziain (de `baas'): Stalin wenste een boek over de totstandkoming van het Wolga-Donkanaal, een project dat met een vertraging van tien jaar nu toch eindelijk in volle gang was. Kon kameraad Paustovski deze eervolle opdracht op korte termijn uitvoeren?

,,Mijn moeder zei meteen: `Niet doen, Kostja! Ze willen dat je je ziel aan de duivel verkoopt.' '' Galja verschoof op haar stoel, ze voerde in haar eentje de dialoog op die zich tussen haar ouders had afgespeeld.

,,Maar we hebben het geld hard nodig!''

,,We redden het zo toch ook?''

Paustovski was daar niet van overtuigd. ,,Als ik nee zeg, zullen ze me misschien nooit meer iets vragen.''

,,Wees blij dat je geen opdrachtschrijver bent.''

,,Maar als ik weiger, kunnen ze dat opvatten als een belediging, en wie weet laten ze me dan helemaal niet meer in druk verschijnen...''

Tot opluchting van Galja had haar stiefvader de klus aangenomen.

Het resultaat was in 1952 onder de titel De geboorte van de zee gepubliceerd door het ministerie van Defensie van de Sovjet-Unie. Het was een schoolvoorbeeld van `instant geschiedschrijving' volgens de methode-Maksim Gorki, toegepast op de bouw van het Wolga-Donkanaal bij de `heldenstad' Stalingrad. Als een eenzame soldaat in het door de zuiveringen en de oorlog gedecimeerde schrijversveld hield Paustovski de vlag van de sovjetwaterbouwliteratuur hoog.

Net als De baai van Kara Bogaz gaat De geboorte van de zee over de opbouw van het socialisme. Het boek telt alleen meer uitroeptekens, meer rangtelwoorden, meer getallen. Paustovski's belangrijkste stijlmiddel is de overtreffende trap: ,,Er bestaat geen taal die losser, beeldender, preciezer en magischer is dan het Russisch. Maar wij, diegenen die deze taal hanteren, bemerken steeds vaker dat ons de woorden ontbreken die recht doen aan de essentie van onze tijd, die de grandioze schaal van onze taken en onze werken kunnen uitdrukken.''

De geboorte van de zee had de tand des tijds niet doorstaan. De bibliotheken hadden het niet, kenden het niet. Mijn oproep op een antiquarensite op ru.net, het Russischtalige internet, bleef onbeantwoord. Dat was merkwaardig, want op de biografie van de geëxecuteerde maarschalk Bljoecher na was er geen enkel werk van Paustovski uit de handel genomen. In een Duits naslagwerk stond Paustovski's Wolga-Donvertelling omschreven als `een klassieker van de tweede golf van vijfjarenplannenliteratuur'. Maar het boek zelf bleef onvindbaar.

Om toch aan de tekst te komen had ik mijn toevlucht moeten nemen tot het kopieerapparaat op de studiezolder van het Paustovskigenootschap. Op het schutblad stond keurig het GlavLit-nummer (G-92215) vermeld en de datum van `vrijgave voor verspreiding' (13 oktober 1952).

De protagonist van De geboorte van de zee is de onkreukbare bouwopzichter Basargin. Tijdens een beraad in het Kremlin belooft hij `namens de massa's' dat het Wolga-Donkanaal een half jaar eerder voltooid zal zijn dan gepland, aangezien de scheepvaart niet langer op de samenvloeiing van beide rivieren kan wachten. Basargin voelt zich een uitvoerder van `de geniale gedachten van kameraad Stalin', en bij vertrek uit Moskou, voordat hij aan de laatste etappe van de bouw begint, draagt hij de piloot op om langs de nieuwe waterwegen van het sovjetrijk te vliegen.

Paustovski, die zich als verteller aan boord bevindt, ervaart het landschap als een tot leven gewekte kaart, schaal 1 op 1, waar `de puls van de arbeid tot op kilometers hoogte is te horen'. Zelfs het gezoem van de katoenspinnerijen van de textielstad Ivanovo vermengt zich in zijn verbeelding met het propellerlawaai. Het vliegtuig volgt de loop van het Moskou-Wolgakanaal en beschrijft dan een wijde boog over de opeenvolgende stuwdammen in de Wolga. Paustovski verbaast zich over de materiële welstand die deze hydraulische constructies de sovjetmens hebben gebracht. Maar dan realiseert hij zich dat dat ook moeilijk anders kan, want overvloed is de onafscheidelijke metgezel, ja `de spoetnik van het communisme'.

Als sovjetschrijver lijkt Paustovski ongebroken. Een jonge dichter met wie hij in het voorjaar van 1951 in Stalingrad optrekt zal later opmerken dat de veelgelezen romanticus al een beetje krom liep en het profiel had van een roofvogel. ,,Maar zodra je hem aankeek, voelde je je op je gemak. Achter zijn sterke brillenglazen verscholen zich gezichtslijnen die geen sarcasme uitstraalden.'' Tijdens uitstapjes op de geblakerde Wolgaoevers draagt Paustovski een onmodieus model sandalen, en als hij even wil uitblazen, gaat hij bijna op een anti-tankmijn zitten. Al is hij achtenvijftig jaar, Paustovski voert nachtenlange gesprekken met de leider van de Komsomol die qua leeftijd zijn zoon had kunnen zijn. Samen broeden ze op een naam voor de nieuwe flatwijk die bij de reusachtige, in aanbouw zijnde waterkrachtcentrale in de Wolga verrijst. `Elektrograd', stelt de schrijver voor. Of als alternatief: `Hydrograd'.

Na lezing van De geboorte van de zee nam ik de `Moeder Rusland'-expres naar Wolgograd (het voormalige Stalingrad). Ik wilde met eigen ogen zien waarover Paustovski had geschreven. De aanleg van het Wolga-Donkanaal was, zeker gezien het dozijn mislukte pogingen in de voorgaande eeuwen, geen geringe prestatie. De 101 kilometer lange vaargeul was bovendien het sluitstuk van Stalins plan om van Moskou een zeehaven te maken. Voor de oorlog had hij de Witte Zee, de Baltische Zee en de Kaspische Zee al binnen het hoofdstedelijke vaarbereik gebracht, en deze waterweg zou daar de Zwarte Zee aan toevoegen.

Ik had een rondleiding besproken bij het beruchte, maar inmiddels geprivatiseerde staatsbureau Intoerist. Mijn gids, Loedmila Danilova, wachtte mij op bij een tramhalte aan de Friedrich Engelsboulevard. Als het ergens wemelde van de leuzen, dan hier. Heil Aan De Sovjet-Bouwvakkers stond er in uitgedoofd neon op een flat boven de tramhalte. Eén rukwind en de stellage met de buislampen kletterde langs de al even gammel ogende balkons omlaag. Maar Loedmila sloeg geen acht op de dreiging boven haar hoofd. Ze ging gekleed in zomers lila en droeg open lakschoentjes (ook lila), waarin haar teennagels (paars metallic) scherp afstaken.

,,Let alstublieft niet op het onkruid.'' Loedmila, de veertig gepasseerd, ging mij voor over een toeristisch wandelpad langs het kanaal. Ondanks haar bril ontcijferde ze van grote afstand de spreuken en inscripties die te pas en te onpas waren aangebracht. Routineus vertelde ze over de grote stuwdam even ten noorden van de stad (`de grootste van Europa') die Hydrocentrale het 22ste Partijcongres heette. Voor haar hoorden benaming én object als vanzelfsprekend bij elkaar, tezamen waren ze een baken van standvastigheid. Dat gold ook voor de vuurtoren in de verte, die de toegang naar het Wolga-Donkanaal markeerde.

Voordat ik kon lezen wat erop stond, zei Loedmila: `Aan de helden-overwinnaars van het fascisme.' De gedenknaalden, sculpturen en triomfbogen langs het kanaal, legde ze klikklakkend op haar hakken uit, vertelden samen het verhaal van de zege op Hitlers zesde leger, dat ten koste van honderdduizenden levens in de winter van 1943 was omsingeld en vermalen.

Het was op de kop af een halve eeuw geleden dat Paustovski hier de meccanoarmen van kranen en draglines had zien bewegen. Loedmila kende zijn werk, maar van De geboorte van de zee had ze nog nooit gehoord. Ze ging ervan uit dat ik mij vergiste: als een zo belangrijk schrijver over haar geboortestad had geschreven, dan was ze daarvan op de hoogte. ,,Weet u zeker dat dat boek over het Wolga-Donkanaal gaat?'' Als Intoerist-gids, die al in de sovjettijd buitenlanders rondleidde, was ze getraind de regie strak in de hand te houden. ,,Het is een obscuur werkje'', zei ik ter geruststelling. ,,In Moskou is het nergens te vinden.''

Pas nadat ik de kopieën te voorschijn had gehaald, liet Loedmila zich overtuigen. Ze noteerde de gegevens van de uitgave in haar agenda en nam zich voor dit hiaat in haar kennis onmiddellijk op te vullen. Vervolgens biechtte ze op dat ze geen gediplomeerd rondleidster was, maar metallurge. ,,Ik ben erin gerold'', zei ze. ,,Intoerist had in de jaren zeventig een tekort aan personeel.''

Na gebleken betrouwbaarheid en bijlessen Engels was haar in 1978 de omgang met westerse bezoekers vergund. Boekten die een sovjetreis, dan ontbrak Stalingrad zelden in hun tourschema. De stad was na de oorlog van de grond af aan herbouwd als een model van het communistische utopia. Geheugenloos, zonder kerken of oude gebouwen, maar met pleinen die weidser, boulevards die breder en standbeelden die hoger waren dan elders.

In de tijd dat vakantiegangers hun bestemming nog niet voor het uitkiezen hadden, gold een uitstapje naar de Hydrocentrale het 22ste Partijcongres of een cruise door het Wolga-Donkanaal als het summum van wat de stad te bieden had. ,,De opeenvolgende sluizen liggen als witte zwanen in het landschap'', las ik in een juichbrochure uit 1965. De waterbouwers hadden er architectonische monumenten van gemaakt, verfraaid met koepels, zuilen, obelisken, toortsen, ruiterstandbeelden en bronzen korenschoven. Als terugkerend element telde elke sluis een of twee ranke gebouwtjes (`zwanenhalzen') met een balkon of een omloopje vanwaar de geüniformeerde sluiswachter toezicht kon houden op een ordelijke doorvaart. Het waren stuk voor stuk tempels van het socialisme – en Paustovski had ze met zijn lofzang ingewijd.

De werkelijkheid bleek smoezeliger. Loedmila schaamde zich voor de lege gin-tonicblikjes en de rivierkreeftresten op de kanaaloever. Sinds de toeristenstroom van het ene op het andere seizoen (1991/1992) was opgedroogd, gaf ze Engelse les op een middelbare school. Een kanaaltour had ze in geen jaren meer verzorgd, en daarom verrasten haar de picknickplaatsen die haar stadgenoten spontaan in beslag hadden genomen. ,,Wilde strandjes'', zei ze vol afschuw.

Het pad van brokkelig asfalt voerde als een seculiere kruisweg naar een heuvel met een immens Leninbeeld, hoger dan de vuurtoren. Onderweg passeerden we een paleis met een zuilengalerij (`de zetel van het kanaalbestuur') en een witstenen ereboog als entree tot de eerste sluis. In vorm en afmeting probeerde dit bouwwerk de Arc de Triomphe naar de kroon te steken. Er lagen twee middelgrote tankers te wachten, de Lukoil Neft 114 en de Lukoil Neft 66. Echt dichtbij konden we niet komen, want de trap naar de sluis bleek te zijn afgezet met hekken en verbodstekens.

,,Ook dat nog'', verontschuldigde Loedmila zich. ,,Maar ik begrijp het wel. Iedereen is bang voor aanslagen op strategische objecten. En we zitten hier tenslotte dichter bij Tsjetsjenië dan jullie in Moskou.''

In het fronton van de erepoort, waar de tankers even later onderdoor gleden, was Heil Aan De Grote Lenin gekerfd. Alsof Loedmila door metersdik beton heen kon kijken las ze ook voor wat er op de achterzijde stond: Heil Aan Het Sovjet-volk/Bouwers Van Het Communisme.

Mijn gids kende alle kreten uit haar hoofd. Versregels op gevelstenen, getallen op informatietableaus. Alleen met de graffiti op de sokkel van Lenin was ze onbekend, en ik zag dat Loedmila haar best deed om die te negeren.

De grondlegger van de Sovjet-Unie was een betonnen gigant van achtentwintig meter die uitkeek over de uitwaaierende Wolga en de monding van het kanaal. Op het voetstuk waren de namen `Olja', `Natasja' en `Rotor' (de plaatselijke voetbalclub) geklad. Hoger, op zijn jaspanden, stond in druipletters `Rusland voor de Russen', ondertekend met een runeteken van de bruinhemdenpartij RNE. Loedmila wees op de duwboten, die in de verte tegen de stroom optornden. Ze viel pas uit haar rol toen we om de sculptuur heen liepen en er een urinewalm in onze gezichten sloeg.

Lenin diende de jeugd als pispaal, Loedmila's ogen prikten ervan. ,,Niemand heeft nog respect voor het verleden'', zei ze gekrenkt. ,,Je kunt van alles op de Sovjet-Unie aanmerken, maar als ons land niet zo snel was geïndustrialiseerd, als we geen tanks en vliegtuigen hadden gehad, dan hadden we die Duitsers nooit verdreven. Dan zeiden wij nu `Viel Spass' en `Zum Beispiel' tegen elkaar.''

Ik wilde vragen waar ze die uitdrukkingen had opgepikt, maar ze was nog niet uitgesproken. Haar vader was in 1942 gevangengenomen op de vlucht uit Stalingrad; de rest van de oorlog had hij in een Oekraïense lager sjouwwerk voor Hitler moeten verrichten. ,,En hij was nog maar een kind. Tien toen ze hem wegvoerden, dertien toen hij vrijkwam. Dat soort dingen kun je toch niet vergeten?''

Loedmila stoorde zich aan het onbenul waarmee de jeugd van tegenwoordig werd grootgebracht. ,,Ik merk het in de klas. Er is geen greintje patriottisme meer. De generatie die nu opgroeit is stuurloos.''

In De geboorte van de zee had Paustovski meer dan alleen een beschrijving gegeven van wat hij had gezien of meegemaakt. Zijn tekst was doorspekt met loftuitingen aan het adres van Stalin: ,,En herhaaldelijk vraag je je af: wiens visie, die met zo'n indringende kracht de toekomst doorboort dat zij voor ons helder en begrijpelijk wordt tot in de kleinste schakering, wiens machtige wil, wiens onbegrensde moed hebben ons land naar de huidige tijd gevoerd, die terecht de tijd van de grootste scheppende werken wordt genoemd!

,,Dat zijn de visie, wil, toewijding en moed van Stalin, vriend van de gehele arbeidende mensheid. En deze grootse stad aan de Wolga, onverbrekelijk verbonden met de werken van Stalin, draagt zijn naam met trots.''

Paustovski's boek eindigde met de doorvaart van het eerste motorschip van de Don naar de Wolga.

,,Er verschenen bundels van schijnwerperlicht boven Stalingrad, ter verwelkoming van het motorschip, en ze schreven in de diepe nachthemel de naam van deze mens. En het motorschip voer onder deze lichtgevende naam door, als onder een boog, en opende daarmee de toegang tot het ongekende, gezegende land, tot de gouden eeuw van de mensheid, het communisme!''

`Ingenieurs van de ziel' van Frank Westerman verschijnt op 14 februari. Uitg. Atlas, prijs 18,95 euro