De schoorsteen moet wel roken

In brede kring heerst ouderwets ontzag voor het `publieke debat' dat intellectuelen en journalisten voeren. Onzin, vindt Corine Vloet, en dat kramen ze zelf ook uit.

Houdt u van voetbal? Dan is de kans groot dat u een gezaghebbende publieke intellectueel bent met een eigen televisieprogramma. Althans, dat is een van de conclusies die we kunnen trekken uit het `Dossier Intellectuelen' van Vrij Nederland van deze week. Volgens VN wordt het publieke debat in Nederland geleid door de `voetbaluelen' enerzijds, die op havo-niveau hun populistische doorsnee-meninkjes verkondigen, en de gezapige, zelfgenoegzame dominees anderzijds, die moralistisch de vinger heffen: zachtjes aan dan breekt het lijntje niet. De Nederlandse publieke intellectuelen vinden verder dat ze te veel over elkaar en zichzelf praten, en leveren het bewijs voor die stelling er maar meteen bij. Overigens, het publieke debat bestáát helemaal niet in ons land, meent een aantal van hen, en in Europa al evenmin, trouwens. En `intellectueel' is in Nederland eigenlijk een aantijging waartegen je je moet verdedigen, schrijft Stephan Sanders.

Toch lijkt `publieke intellectueel' een van die zeldzame functie die nauwelijks aan status inboeten, ongeacht welke onzin de beroepsgroep er zelf over uitkraamt. In brede kring heerst er een ouderwets ontzag voor de deelnemers aan dat niet-bestaande publieke debat, journalisten en intellectuelen. ,,De journalistiek is tenminste een van de weinige sectoren waar je nog integer kunt zijn'', hoorde ik laatst een kennis dromerig verzuchten.

Integriteit? Blijkbaar zijn er nog altijd mensen die denken dat er onaantastbare bastions zijn in de samenleving de Wetenschap & Onderwijs, de kunst, de journalistiek, het koningshuis waar de wetten van de echte wereld niet opgaan. Aandoenlijk en romantisch, maar wél een beetje dom. Want een briljant stilist met principes, daar zit niemand op te wachten. Bent u een briljant stilist met principes, begin dan uw eigen tijdschrift. Bent u een briljant stilist zonder principes, dan kunnen we wellicht zaken doen. Want journalistiek is handel, en net zoals in elke andere commerciële bedrijfstak hangt succes af van een paar eenvoudige, praktische verkooptrucs.

Hierin kunnen we een voorbeeld nemen aan de bekende conservatieve Britse filosoof Roger Scruton. Scruton, prominent essayist, schrijver, columnist en gasthoogleraar filosofie, is de publieke intellectueel ten voeten uit, en komt dan ook als zodanig voor in het zojuist gepubliceerde boek van de gerenommeerde Amerikaanse rechter Richard A. Posner, Public Intellectuals. A Study of Decline. Daarin laat Posner een economisch model los op `the public intellectual market', en komt met een statistisch-Wetenschap & Onderwijspelijk samengestelde top-100 van publieke intellectuelen, aangevoerd door Henry Kissinger. Het is zo belabberd gesteld met het publieke debat, leert Posners analyse, omdat de veelal door universiteiten gesalarieerde publieke intellectuelen niet voldoende onderhevig zijn aan de `kwaliteitsbewakende' werking van de vrije markt een conclusie om te onthouden. Ook behartenswaardig is trouwens de door Posner aangehaalde Amerikaanse publieke intellectueel Michael Eric Dyson: `We profit while we prophet.'

Alle inspirerende Amerikanen ten spijt komt een werkelijk vernieuwende interpretatie van het intellectuele en journalistieke bedrijf onvermijdelijk uit Groot-Brittannië, dat Wonderland waar de intellectuelen intellectueler, de schandalen schandaliger, en de conservatieven schaamtelozer zijn dan elders. In Wiltshire drijft Scruton samen met zijn vrouw al jaren een `postmoderne landelijke consultancy', volgens zijn visitekaartje gespecialiseerd in `musicologie, journalistiek, houthakken, logic chopping, literaire kritiek, paardrijden, conferenties, overheidszaken, kippen, musea, heggenbouwen, dromen. Ook hooi en stro.'

Maar daarnaast, zo werd vorige week onthuld in The Guardian, ontving hij jarenlang 4.500 Britse pond per maand van Japan Tobacco International, een van de grootste tabaksbedrijven ter wereld, voor adviezen over mediastrategieën en de imago-verbetering van het bedrijf.

In een uitgelekte vertrouwelijke e-mail vraagt Scruton Japan Tobacco om duizend pond per maand méér, aangezien hij veel betere waar voor hun geld biedt dan de gebruikelijke `beunhazen en haaien' in de consultancy-branche. Als tegenprestatie zal hij er dan voor zorgen dat er `eens in de twee maanden' een artikel tegen de anti-rooklobby geplaatst wordt in de meest invloedrijke Britse bladen, waaronder de Wall Street Journal, The Times, de Financial Times, The Economist en The Independent, en `een of meer van deze artikelen geschreven door RS'. Ook adviseert hij het bedrijf de publieke aandacht te verleggen naar andere bedreigingen van de gezondheid, zoals fast food, dat, in tegenstelling tot sigaretten, `een ernstig ontwrichtend effect heeft op sociale verhoudingen en het gezinsleven'.

Een briljant voorstel, het honorarium inderdaad meer dan waard. Waar de Britse schrijfster Fay Weldon afgelopen zomer al nieuwe perspectieven opende met haar gesponsorde roman The Bulgari Connection, vervult Scruton een waarlijk revolutionaire voortrekkersrol met zijn originele invulling van het onafhankelijk commentatorschap. De Financial Times was weliswaar not amused, en ontsloeg Scruton als columnist, maar de Wall Street Journal bleef pal achter hem staan. En terecht. Want op zijn uitgangspunt zelf valt niets aan te merken. Scruton maakte slechts één kleine, veel voorkomende fout: hij stelde zijn werkgevers niet van te voren op de hoogte van zijn nevenactiviteiten.

Daarom wil ik nu langs deze publieke weg aangeven dat ik veel, zeer veel begrip kan opbrengen voor de precaire positie waarin een aantal bedrijfstakken zich nu bevindt. Denk maar aan alle flauwe haarkloverij van de afgelopen dagen over kernreactoren. En ook de tabaksindustrie kan nog best wat hulp gebruiken, zoals blijkt uit het nieuws dat Philip Morris is gezwicht voor de eis van een Nederlandse pressiegroep om Russische reclameborden te verwijderen waarop rokende zwangere vrouwen te zien waren. Heeft iemand eigenlijk wel eens gedacht aan de stress waaraan het ongeboren kind wordt blootgesteld wanneer de aanstaande moeder tegen haar zin wordt gedwongen te stoppen? Verder zie ik, in tegensteling tot Scruton, allerlei mogelijkheden om de onderschatte verdiensten van de fast food-industrie (gezellig, goedkoop uit eten voor íedereen!) en biotechnologie (insectenverdelgende mais!) voor het voetlicht te brengen.

Kortom: uw bedrijfsnaam op deze plek? Schrijf naar vloet@nrc.nl voor een vrijblijvende offerte. Alle serieuze voorstellen zullen worden overwogen.