De eerste spin

Op vrijdag 8 februari 2002, om kwart over tien in de morgen was voor het raam van mijn werklokaal een spin bezig met het weven van een web. De dag tevoren had ik al een Japanse kers in bloei gezien. Over de krokussen, sneeuwklokjes en madelieven hebben we het niet eens. Overal in bloei. De gletschers worden korter, de boomgrens verschuift naar boven, de zeespiegel stijgt. Dat is voor ons allemaal Wetenschap & Onderwijs uit de tweede hand. Maar een spin in februari, die levert het zichtbaar bewijs. Ik ben bang dat ze zal verhongeren. De vliegen en muggen liggen nog aan hun metamorfose te werken. Ik zou de spin wel iets te eten willen brengen, maar wat? Ze willen alleen levende kost, en ik heb geen idee waar ik die vandaan moet halen. Artis bellen! Daar weten ze raad. Ik heb er al eens baat bij gehad toen 's nachts een vleermuis de redactie was binnengevlogen.

Artis heeft een ingewikkeld antwoordsysteem. Als je bepaalde toetsen indrukt, krijg je informatie over tijden waarop de zeehonden, de verscheurende dieren, de krokodillen, de apen worden gevoederd, nog veel meer, maar niets over de spinnen. Nadat ik nog meer toetsen had ingedrukt, kreeg ik het directe nummer van de afdeling spinnen en schorpioenen. Daar waren ze waarschijnlijk allemaal bezig, want er nam niemand op. Aan het einde van dit stukje probeer ik het nog eens.

De eerste spin van het jaar. Eigenlijk zou je er een foto van moeten maken en die flink groot op pagina 1 zetten. Ik denk aan een formaat van 25 bij 18 centimeter. Vroeger kwam het eerste lammetje op de 1; en dan had je de tweekoloms kop voor het eerste kievitsei dat naar de koningin werd gestuurd. Eieren rapen is verboden en of ze in het paleis nog worden gegeten weten we niet. Dat zouden we aan Wim Kok of Eef Brouwers moeten vragen. Je kunt wel aan het bellen blijven. En lammetjes worden door de meeste mensen alleen nog interessant gevonden als ze op hun bord liggen. Een foto van de eerste spin lijkt me een benijdenswaardige primeur.

Ja, het is lente. Je merkt het bij jezelf, aan het wat balorig gevoel in je hoofd en de trekkingen en prikkels in je voetzolen, kuitspieren en kniëen, alles moedigt je aan om weg te gaan, de biezen te pakken, het hindert niet waarheen. Zwerfzucht steekt de kop op. Vroeger, dat wil zeggen een halve eeuw geleden, liep ik naar de snelweg en stak mijn duim op. Ging mee met de eerste auto die stopte. Zwolle, Antwerpen, Gouda. Ik denk aan een verhaal van Belcampo waarin sprake is van iemand die alleen stil kon zitten in of op iets dat reed. De schrijver zelf had het ook. Zijn vriend Jean-Paul Franssens belde hem eens op, hij was de tachtig gepasseerd. Jean-Paul kreeg zijn vrouw aan de telefoon. Mag ik Herman even spreken? Die is er niet, hij is weg, op de fiets. Waarheen? Dat weet ik niet. Hij fietst tegenwoordig alleen nog met de wind mee.

Je zwerfhonger te stillen door te gaan liften, dat kan niet meer. Ben je een meisje of vrouw, dan denken de automobilisten dat je geld staat te verdienen. Als man van onder de plusminus dertig – schat ik – word je niet meegenomen, omdat je wel een rover kunt zijn. En dan, hoe ouder je wordt, hoe meer je met je duim omhoog op een patiënt gaat lijken. Zo wordt de actieradius van de bonafide zwerver door de snelle maatschappijke veranderingen beperkt.

Dan maar de trein in. Nu niet, maar binnenkort ga ik naar Vlissingen om de zeereis naar Breskens te maken, waarover ik hier vorige week een stukje schreef. Bestaat speeltuin-wafelrestaurant Siska nog, vroeg ik me toen af. Ik kreeg een brief van mevrouw L.M. van de Leur, die in 1902 in Zeeuws-Vlaanderen, niet ver van Siska is geboren. Ja, La vraie mère Siska bestaat nog. Ze floreert. De speeltuin is een secundair bedrijf geworden. Alles concentreert zich nu op de wafels. De onderneming is genoemd naar de boerenvrouw die bij toeval in dit werk terecht is gekomen. Ze was aan het wafels bakken, voor haar gezin, toen er badgasten uit Knokke passeerden. Die werden door de heerlijke bakgeuren aangelokt, en toen heeft ,,met Vlaamse gulheid Siska de vreemdelingen getracteerd'', aldus mevrouw Van de Leur. Van het een kwam het ander, en zo is dit bedrijf ontstaan.

Na dit geschreven te hebben werd het weer tijd om Artis te bellen. Aan de telefoon was de heer Ron Adams. Hij heeft me gerustgesteld. Het is normaal als er ook al deze tijd van het jaar bij zacht weer spinnen verschijnen. We hoeven niet bang te zijn dat ze verhongeren, en als het koud wordt, kruipen ze weer in hun holletje. ,,Bij u, in en om het huis, zitten er wel duizend tot vijftienhonderd. Maakt u zich niet ongerust'', zei de heer Adams. Goed nieuws. Bij deze geef ik het aan u door.