De chinchilla's zijn toch al dood?

Kroonprins Willem Alexander ging trouwen en dat werd gevierd tot in de Servische hoofdstad Belgrado. De uitnodiging beloofde een groot videoscherm om de heugelijke gebeurtenis te volgen. Ook zou het oranjegevoel niet ontbreken. Dagen was het ambassadepersoneel op zoek geweest naar oranje drank, oranje gebak, oranje slingers, oranje bloemen, oranje servetten.

De Servische koninklijke familie was ook uitgenodigd, al bestond onduidelijkheid over hun komst. Prins Karadjordjevic was immers op zijn tenen getrapt omdat hij niet was uitgenodigd voor de voltrekking van het huwelijk in Amsterdam. Zou hij genoegen nemen met een videoclip in Belgrado?

Voor vrouwelijke genodigden leverde zijn eventuele komst een probleem op. Want waar haalt men een leuke jurk vandaan in Belgrado? In de doorsnee winkels zijn de kleren meestal te kort en te strak, te dun of te dik maar vooral: te bloot. En je verschijnt niet in je halve blootje voor een heuse Servische prins.

De trgovac moest uitkomst bieden. De trgovac, vrij vertaald sjacheraar, handelt in luxe produkten: sieraden, horloges maar vooral auto's en merkkleding. De artikelen zijn gestolen, maar alleen kniesoren letten daarop in Servië. Bovendien zijn de spullen vaak gestolen met instemming van de West-Europese eigenaar.

Dat werkt in het geval van de merkkleding als volgt. Na de uitverkoop verkoopt de winkelier de restanten voor een zacht prijsje aan een Servische trgovac. Vervolgens geeft hij de kleding op bij zijn verzekeraar als gestolen. De winkelier verdient zo twee keer aan zijn overgebleven kleding; de handelaar heeft een leuke partij voor weinig geld die vervolgens in Belgrado van de hand wordt gedaan. Zo is iedereen gelukkig, behalve de verzekeringsmaatschappij maar daar hebben wij, de klanten, in het verre Servië geen boodschap aan.

Er kleeft, in het geval van auto's, wel een nadeel aan. De koper is gedwongen tot in lengte van dagen met zijn auto op de Balkan te blijven rondrijden; een vakantie naar een EU-lidstaat zit er niet in. Want de gestolen wagen is geregistreerd in het hele EU-gebied en de kans is dus groot dat men op de grens wordt opgepakt.

Een kennis wist het adres van een van de beste sjacheraars van de stad. De vrouw van de premier, zo werd gefluisterd, koopt daar haar kleding. De handelaar, gehuld in een zwart leren jackie, hield zaak in een doorsnee appartement, met goedkoop linoleum op de vloer en tl-balken aan het plafond.

Daar, tussen zeil en balk, hing het assortiment: adembenemende Ungaro, verblindende Christian Lacroix, flitsend Dolce & Gabbana. Avondjurken, mantelpakken, zijden blouses, suède broeken en ski-jassen hingen achteloos in de rekken. De Zwitserse prijskaartjes bungelden nog aan de kragen.

Hij hing achter op het rek maar was niet te missen. Een oranje-bruine suède jas met een enorme bontkraag. De prijs: 6200 Zwitserse francs. Een vriendin had inmiddels een bontjas aan, gemaakt van overleden chinchilla's. Want over bont wordt alleen ten noorden van Brussel moeilijk gedaan.

Maar ja, wij kwamen zelf van ten noorden van Brussel en wij deden dus moeilijk. Het kopen van gestolen goed levert ons inmiddels geen enkele wroeging meer op, maar bont is een ander verhaal. Hoewel, de Servische prins zou zonder meer onder de indruk zijn van een oranje bontkraag.

De sjacheraar begreep niets van onze wroeging. ,,Iedere zelfbewuste vrouw loopt in bont'', verklaarde hij en begon spontaan alle namen te noemen van alle zelfbewuste vrouwen die onlangs een bontmantel bij hem hadden gekocht. Een keur aan Servische tvpresentatrices, zangeressen, vrouwen van politici en zakenlui en andere sterretjes trok voorbij.

Maar toch. Wij moesten `nadenken' en liepen na twee uur passen, heel Hollands, met een wollen broek à vijftig euro de deur uit. De sjacheraar hief zijn handen ten hemel. Had hij zijn zaak voor vijftig euro langer opengehouden? Wisten we wel dat die ene zangeres de laatste weken acht kledingstukken van meer dan vijfhonderd euro per stuk had gekocht? Hij begreep er niets van. Het kon niet om die beestjes gaan; de chinchilla's waren toch al dood? Nee, het moest Hollandse gierigheid zijn. De kennis die contact had gezocht met de sjacheraar kreeg het hele verhaal over zijn mobiele telefoon te horen. Een half uur nadat we het pand hadden verlaten, waren de chinchilla's al gezakt van vijfduizend naar drieëneenhalf duizend euro. En wilde die mevrouw dat oranje geval nog, dan viel daar ook over te praten.

Servische kennissen begrepen er niets van. Bont kan niet, zeiden wij. Bovendien, we zouden er in Belgrado dan wel de show mee stelen, maar we liepen het risico in Amsterdam een bus verf over ons heen te krijgen. Er werd ongelovig gekeken. Een bus verf over een bontjas; absurder bestaat niet in de ogen van de Serviërs.

Afgelopen zaterdag was het zover. Willem Alexander ging trouwen en het werd tot in Belgrado gevierd. Er was oranje gebak, oranje slingers en servetten met Willem Alexander en zijn Máxima erop. De vriendin droeg een oranje wollen trui. Ik had een wollen grijze broek aan. En de Servische prins liet verstek gaan.