De buizerd

Met brede wieken en een vleugelspanwijdte van bijna anderhalve meter beschrijft de buizerd kringen tegen de hemel. In de jaren dertig was deze roofvogel hier een zeldzaamheid, nu niet. Afgelopen weekeinde zag ik een paar koppels in baltsvlucht hoog boven de weilanden van de Flevopolder. Duidelijk klonk hun katachtige roep, een schel `miauw-miauw'. De buizerd is te herkennen aan zijn ronde vleugels en donkere polsvlekken aan de onderzijde. Het verenkleed kan wit zijn, tabaksbruin, vlasblond of grauw. Zijn lichter gekleurde soortgenoot, de ruigpootbuizerd, is hier soms wintergast. Niet alleen zwevend jaagt de buizerd, ook zit hij in karakteristieke houding roerloos op een hek of een paal. Hij wacht af, speurt, en duikt plots vooruit naar muis of kikker. In de volksmond heet hij ook muizerd, haneschop of muizenvalk.

freriks@nrc.nl