Dan Jansen

Nergens is het gevoel voor dramatische sportmomenten zo sterk ontwikkeld als in de Verenigde Staten. Dan Jansen was in 1988 bij de Olympische Winterspelen het middelpunt van een Amerikaanse media-hype.

De sprintkampioen en wereldrecordhouder was in Calgary de gedoodverfde favoriet op de 500 meter. Een paar uur voor de race hoorde hij dat zijn zuster Jane aan leukemie was overleden. Hij verscheen aan de start, maar kwam in de laatste binnenbocht ten val. Een paar dagen later ging hij ook onderuit op de 1.000 meter. Voor het oog van een geëmotioneerde sportnatie huilde Jansen uit bij zijn vriendin op het middenterrein. Bij gebrek aan olympische medailles kreeg hij een olympische onderscheiding als troostprijs. Hij had zich een waardige sportman getoond, door toch aan de start te verschijnen. Hij vloog vervolgens naar huis in West Allis, waar hij op de begrafenis de kist van zijn zuster droeg. Op de Spelen van 1992 in Albertville aasde hij op revanche, bleef hij ook op de been, maar viel hij net buiten de prijzen. Op de Spelen van 1994 in Lillehammer leek zijn olympische droom in duigen te vallen, toen hij als wereldrecordhouder op zijn favoriete 500 meter slechts als achtste eindigde. Ook tot zijn eigen verbazing won hij een week later de 1.000 meter. Hij barstte in tranen uit, droeg zijn gouden medaille aan zijn overleden zuster op en reed een ereronde met zijn pas geboren dochter in de armen. Haar naam? Jane.

Dit is de 28ste aflevering in een serie over schokkende sportmomenten.