Coke is weer aan opmars bezig

Ook de strengste maatregelen tegen bolletjesslikkers zullen de toevloed van cocaïne niet keren, denkt onderzoeker T. Nabben. De vraag stijgt.

Op zijn werktafel staat een San Pedro cactus. De plant wordt geflankeerd door een paar potjes peyote. Beide planten bevatten het hallucinogeen mescaline. ,,Op de Bloemenmarkt gekocht'', zegt antropoloog Ton Nabben. Hij is verbonden aan het Amsterdamse Criminologisch Instituut Bonger en houdt de drugstrends in Amsterdam bij. Mescaline is geen populair middel, maar, zegt hij, ,,cocaïne heeft in Amsterdam al heel verschillende leefstijlen gepenetreerd en het gebruik ervan rukt op in het hele land''.

De cocaïne die met de bolletjesslikkers Nederland binnenkomt is volgens hem slechts het spreekwoordelijke topje van de ijsberg. Hij verwacht dat het meeste ons land bereikt via containers. Er moet een grote toevoer zijn, want terwijl de vraag is toegenomen – in Amsterdam is de laatste vijftien jaar het aantal gebruikers verdubbeld – is de prijs per gram gedaald. ,,Het was eind jaren tachtig, omgerekend, 70 à 80 euro per gram, nu is dat 50 à 60 euro.''

Eind jaren tachtig was coke de meest populaire drug onder jongeren. De drug kreeg echter geleidelijk een negatief imago. Cocaïne werd meer en meer gezien als een losersdrug. De uitgaanswereld werd gewaarschuwd voor `de witte sloper'. Voordat je het wist had je je neustussenschot weggesnoven en was je aan lager wal geraakt.

Eind jaren tachtig kwam xtc met de housemuziek Nederland in, en heette de cokeroes ineens `eendimensionaal'. Zelfverklaarde psychonauten noemde cocaïne geringschattend een `ego-middel'. In het onderzoeksrapport van 2001 Antenne – waaraan ook Nabben meewerkte – over trends in alcohol, tabak, drugs en gokken bij jonge Amsterdammers, wordt geconstateerd dat cocaïne de naam had `koud en kil' te zijn, `ongezellig' en voorbehouden aan `foute' types. Van snuiven kreeg je `een grote bek'. Het kan niet anders of een grote bek is in het begin van de eenentwintigste eeuw in de mode geraakt.

Nabben stelt dat begin jaren negentig xtc cocaïne op de dansvloer verdrong. Het gebruik van xtc verspreidde zich razendsnel onder jongeren. Het middel maakt dat mensen hun zielenroerselen gemakkelijker blootleggen en hun schroom verliezen anderen aan te raken. Het werd de hugdrug genoemd. Daarbij gaf de amfetamine-poot van de werkzame stof MDMA de energie om uren te dansen op de eveneens snel populair wordende housemuziek.

Xtc ging van de hippe trendsetters ook naar hooligans en gabbers, en er ontstond een cultuurtje van ongediscrimineerd slikken. Maakt niet wat voor inhoud een pil had, wat de dosis van de werkzame stof was of wat je erbij gebruikte. Onervaren gebruikers slikken excessief, drinken er alcohol bij en roken er een joint bij en tolden met grote pupillen en malende kaken waus in het rond. Het duurde niet lang voor de eerste xtc-doden vielen.

Hoe vriendelijk xtc ook heet te zijn, een partypil hakt er in. Na een weekeinde feesten begint menigeen toch wat minder fit aan de arbeid. Xtc is lastig met een baan te combineren en de beruchte dinsdagdip, de plotselinge droefheid die veel xtc-gebruikers een paar dagen later overvalt, komt niet iedereen goed uit. Daarbij ontstond ook geleidelijk, door de toename van het aantal houseparties overal in het land, een zekere house-moeheid. Rond 1997 begonnen volgens Nabben de trendsetters weer coke te ontdekken en nu heeft een belangrijk deel van de xtc-generatie de pil verruild voor het pakje.

Nabben somt op welke voordelen van cocaïne boven xtc hem zijn genoemd: ,,Xtc is een weekendmiddel, maar coke leent zich ook voor doordeweeks gebruik''. Hij wijst op het ,,nipje coke na de sushi''. Daarbij heeft coke steeds meer, door de filmindustrie die met name het snuiven in rijkeluismilieus belicht, de uitstraling gekregen van een winners-drug. ,,Ook de modale kippenslachter die een lijntje snuift voelt zich een beetje bij de jetset horen'', aldus Nabben.

Een ander voordeel is dat de buitenwereld coke-gebruik niet aan je afziet. Geen pupillen als schoteltjes zo groot, geen trekkebekken of klef gedrag, zoals bij xtc en geen dinsdagdip. Xtc is geen ideaal cafémiddel, want wie niet van de wereld wil raken gebruikt geen alcohol bij zijn pilletje. Coke daarentegen laat zich juist goed combineren met alcohol. ,,Alcohol is zelfs voor velen de trigger om coke te snuiven'', zegt Nabben. Hij wijst op de trendy combi: champagne en coke. Een van de vele vormen van het ,,natte snuiven''. Ook wordt cocaïne gezien als ontnuchteringsmiddel en gebruikt om de zwabberbenen weer onder controle te krijgen.

Wat het egocentrische van coke betreft, huidige cokegebruikers zeggen juist dat coke een ,,helder gevoel'' geeft en je in het uitgaanswereldje ,,bijdehand'' houdt. Daarnaast wordt coke steeds vaker thuis gebruikt om samen met anderen ,,gezellig'' te snuiven. ,,Coke kan ook'', zegt Nabben, ,,een gezellig ritueel zijn. Vroeger werd het van spiegeltjes gesnoven, nu van een cd-hoesje, of heel chique, van een agathenplaatje. Mensen kletsen wat, of kijken een videootje en drinken na een snuifje een pilsje of een exotische cocktail.''

Coke laat zich volgens Nabben makkelijk incorporeren in verschillende leefstijlen, van randgroepjongeren tot yuppen. Het valt volgens hem te verwachten dat de rest van het land Amsterdam zal volgen en cocaïne `de provincie' intrekt. Hij acht het niet onwaarschijnlijk dat bij de landelijke volkssport `swientje tikken' ook `lientje snuuven' opkomt.

Nabben wijst erop dat Zuidamerikaanse indianen al eeuwen probleemloos cocabladeren kauwen. ,,Ze onderdrukken er de honger mee en je krijgt er energie van''. Nabben vergelijkt cocakauwen met het gebruik van het Jemenitische opwekkingsmiddel qat. Een plantje dat vrij mag worden ingevoerd. Omdat aan cocaïnegebruik het niet te onderschatten gevaar van `doorsnuiven' kleeft, lijkt `coca pruimen' hem een goed alternatief. ,,Dan zou je onbespoten Max Havelaar-blaadjes kunnen kauwen en hoef je geen coke van Bouterse of Brunswijk te gebruiken.''

Helaas, in tegenstelling tot qat, San Pedro en peyote is van de cocaplant álles verboden.