BEST 6

Jan Best heeft serieus zijn best gedaan de grammatica van de taal van het Lineair A te ontcijferen (`Best versus de rest', W&O, 12 januari).

Nuchter kan worden gezegd dat Best geen (gedisciplineerd) taalkundige is en soms niet goed ziet wat wel en wat niet kan. Een beetje in verschillende Semitische talen leidt niet altijd tot een geloofwaardig resultaat. Als het Lineair A een oude Foenicische taal noteert, moet men zijn boodschappen in eerste instantie doen bij Ugaritisch en ander Foenicisch, eventueel het nauw-verwante Hebreeuws; het is methodisch dubieus om uit bijvoorbeeld het Babylonisch te halen wat je in het Kanaänitisch niet kunt vinden wat uiteraard niet wegneemt dat er wel een paar Akkadische leenwoorden in ons Oud-Foenicisch kunnen voorkomen. Het gaat meer om de verhouding tussen de bestanddelen van het vocabulaire.

Mijn bedenkingen betekenen niet dat ik de Foenicische hypothese van tafel wil vegen, maar er moet wel met een (taalkundig) meer geoefend oog naar gekeken worden. Daarnaast zou dan ook de alternatieve Anatolische (Luwisch) hypothese voor de taal van het Lineair A moeten worden uitgediept. Wat de Foenicische hypothese betreft: het laatste woord is aan de semitisten.