Alles voor de Duitse bom

Op 16 september 1941 bracht Werner Heisenberg tijdens een ontmoeting met Niels Bohr in Kopenhagen opeens zijn werk aan de atoombom ter sprake. Van Duitse weerzin tegen het nieuwe wapen was geen sprake, zo blijkt uit zojuist vrijgegeven documenten van Bohr.

Wat bewoog Werner Heisenberg toen hij tijdens een ontmoeting met Niels Bohr, midden in oorlogstijd in bezet Kopenhagen, over de atoombom begon? Viste hij bij zijn leermeester naar de plannen die de geallieerden met het potentiële vernietigingswapen hadden? Wilde hij Bohr inlijven bij het onder zijn leiding staande Duitse atoombomprogramma? Hoopte hij Bohr ervan te doordringen dat de Duitsers zo ver met het project gevorderd waren dat de geallieerden er beter aan deden met Hitler vrede te sluiten? Of had hij morele bezwaren en wilde hij via zijn ontmoeting met Bohr bewerkstelligen dat de atoomgeleerden uit beide kampen eendrachtig in een soort gentleman's agreement de ontwikkeling van de bom zouden frustreren?

Altijd is de ontmoeting tussen beide atoomgeleerden in nevelen gehuld geweest. Hij vond plaats op 16 september 1941, in Bohrs werkkamer in het Instituut voor Theoretische Fysica aan de Blegdamsvej, gelegen aan de rand van een park. Heisenberg was in Kopenhagen om in het Duitse culturele instituut, gevestigd aan de Norrealle, een lezing te geven in het kader van een conferentie over astrofysica. Deense fysici lieten zich er nauwelijks zien. Zulke tripjes naar bezet gebied waren voor Duitse geleerden niet ongewoon, als representant van het Duitse bureau voor culturele propaganda maakte Heisenberg er minstens tien. Bij diverse van die gelegenheden joeg hij collega-fysici in zo'n bezet land tegen zich in het harnas door te verkondigen dat Duitsland zeker de oorlog ging winnen en dat zo het communistische gevaar tenminste werd bezworen. ``Da wäre vielleicht doch ein Europa unter deutscher Führung das kleinere Übel'', zei hij oktober 1943 bij een bezoek aan Nederland tegen Hendrik Casimir.

Het treffen in Kopenhagen betekende het einde van een hechte vriendschap. Bohr en Heisenberg kenden elkaar sinds 1922, toen de Deen in Göttingen tijdens een lezing over de quantumtheorie uit de zaal kritische vragen kreeg van een snotneus met geldingsdrang: de toen twintigjarige Heisenberg. Na afloop zocht Bohr het jeugdige genie op en twee jaar later werd Heisenberg zijn protégé in Kopenhagen, ten koste van de Nederlander Hendrik Kramers. Samen legden ze de fundamenten van een nieuwe natuurkunde. In 1928 werd Heisenberg hoogleraar in Leipzig en hoewel hij de nazi's en hun ideologie verafschuwde (in 1936 werd hij in een partijkrant om zijn sympathieën voor `onnatuurlijke, theoretische en internationalistische natuurkunde' voor weisse Jude uitgemaakt) bleef hij als vurig nationalist zijn vaderland trouw.

geheim plan

Wat zei Heisenberg in Kopenhagen? Tot afgelopen woensdag bestond daarover veel onzekerheid. In ieder geval was Bohr dermate geschokt dat hij het gesprek in zijn werkkamer op het Instituut abrupt afbrak. Tussen de twee kwam het nooit meer goed, al bleven ze elkaar respecteren. Heisenberg had opeens de atoombom ter sprake gebracht, zoveel was duidelijk. Zelf liet de Duitser zich over de kwestie uit in een brief aan Robert Jungk, die in 1957 in de Deense editie van zijn boek Heller als tausend Sonnen er voor het eerst mee naar buiten kwam. Heisenberg claimde in die brief tijdens de ontmoeting in 1941 Bohr een geheim plan te hebben voorgelegd: Duitse en geallieerde atoomgeleerden zouden samen moeten afspreken geen bom te zullen bouwen. Morele bezwaren tegen het nieuwe wapen zouden hem tot deze stap bewogen hebben, zo verklaarde Heisenberg na de oorlog herhaaldelijk.

Pas afgelopen woensdag werd Bohrs visie op de gang van zaken openbaar, toen het Niels Bohrarchief in Kopenhagen een aantal persoonlijke documenten van Bohr publiceerde op internet. Toen Bohr het boek van Jungk onder ogen kreeg greep hij geïrriteerd zijn pen om Heisenberg een brief op poten te schrijven. Die nooit verstuurde brief is nu gepubliceerd. ``Ik meen je verplicht te zijn je te zeggen hoe verbaasd ik sta te zien hoezeer je geheugen je in de steek heeft gelaten in je brief aan de auteur van Staerkere end tusind sole, waarvan delen in de Deense editie zijn gepubliceerd. Persoonlijk herinner ik me ieder woord van ons gesprek, dat plaatsvond tegen een achtergrond van intense bezorgdheid en spanning voor ons hier in Denemarken.'' Bohr zegt pijnlijk getroffen te zijn door de door Heisenberg en zijn metgezel Carl Friedrich von Weiszäcker (de broer van de latere president van de Bondsrepubliek) ``met veel aplomp verkondigde overtuiging dat Duitsland zou winnen en dat het daarom behoorlijk stom van ons was op een andere uitkomst te blijven hopen en ieder Duits aanbod tot samenwerking koppig af te wijzen.''

Waarna Bohr ingaat op zijn privé-ontmoeting met Heisenberg. ``Ook het gesprek dat we in mijn kamer op het Instituut voerden staat me nog helder voor de geest. In vage termen sprak je op een manier die wel de indruk moest wekken dat, onder jouw leiding, alles in Duitsland in het werk werd gesteld om atoomwapens te ontwikkelen. En je zei dat het niet nodig was om over details te praten omdat je compleet vertrouwd met ze was en de laatste twee jaar min of meer onafgebroken aan zulke voorbereidingen gewerkt had.'' Bohr zegt niet te zijn ingegaan op Heisenbergs woorden omdat ``er voor de mensheid veel op het spel stond'' en hij en Heisenberg, ondanks hun vriendschap, nu eenmaal tot partijen behoorden die elkaar op leven en dood bestreden. Met klem spreekt de Deen tegen dat zijn onthutste zwijgen erop wees dat hij geschokt was door het besef dat een atoombom haalbaar was. `Als ik al geschokt reageerde kwam dat door het nieuws dat Duitsland kennelijk volop in de race lag om de eerste met atoomwapens te zijn.'' Dit temeer omdat Bohr niets wist van de vorderingen van Engeland en de Verenigde Staten.

Van morele bezwaren tegen de bouw van de atoombom was bij Heisenberg dus geen sprake, integendeel. De opvatting als zouden Heisenberg en zijn collega's de bom niet hebben willen bouwen was voor de Brit Michael Frayn het uitgangspunt voor het schrijven van zijn toneelstuk Copenhagen. Het ging in 1998 in Londen in première, werd korte tijd door het Noord Nederlands Toneel ook in Nederland opgevoerd Bram van der Vlugt won een Louis d'Or voor zijn rol als Bohr en viert nog altijd triomfen in Amerika. Copenhagen heeft het debat over de beroemdste ontmoeting uit de Wetenschap & Onderwijssgeschiedenis enorm aangewakkerd, zowel in kringen van historici als daarbuiten.

In dat debat werd herhaaldelijk verwezen naar de brief die Bohr in reactie op Heisenbergs lezing, zoals gepubliceerd in het boek van Jungk, had geschreven. Die brief is nooit verstuurd, wellicht vond de Deen zijn reactie bij nader inzien te scherp van toon. Een aantal jaren na Bohrs dood in 1962 dook hij op in Bohrs exemplaar van Jungks boek. Zoon Aage Bohr verwees er in 1967 naar in een bundel waarin vrienden van Niels Bohr diens leven en werk belichtten, en later kwam hij ook enkele Wetenschap & Onderwijsshistorici onder ogen, onder wie Abraham Pais, de biograaf van Bohr. Maar toestemming om de inhoud te openbaren hadden zij niet en pas het vertekende beeld dat Copenhagen van de ontmoeting tussen Bohr en Heisenberg in brede kring wekte deed de familie Bohr besluiten nu al opening van zaken te geven, in plaats van vijftig jaar na Bohrs dood. Woensdag is de bewuste nooit verzonden brief, tezamen met een tiental andere documenten uit de periode 1957-1962 waarin Bohr op de zaak ingaat, geopenbaard. Op de website van het Niels Bohr Archive (www.nbi.dk/nba) staan ze in facsimile, voorzien van transcripties en vertalingen in het Engels.

Voor een juiste beoordeling van de zaak is het goed te beseffen in welke fase van de oorlog de ontmoeting in Kopenhagen plaatsvond. In september 1941 stond nazi-Duitsland, op weg naar Moskou, er nog uitstekend voor. De aanval op Pearl Harbor moest nog komen en van een Manhattan-project was nog geen sprake. Het uitbreken van de oorlog in 1939 was voor Heisenberg een uitgelezen kans om de autoriteiten, die hem in 1937 nog bijna hadden geëlimineerd, te laten zien hoe waardevol moderne natuurkunde voor het land kon zijn. Uranium-235, in 1938 in Berlijn als splijtstof ontdekt, bood ongekende mogelijkheden en een jaar later was de Uranverein een feit. Omdat het Duitse atoomenergieproject versnipperd was over vele instituten en een Wetenschap & Onderwijspelijke hiërarchie ontbrak, waren er legio conflicten. In augustus 1941, een maand voor Heisenberg naar Kopenhagen afreisde, heerste bij de kernsplijtingsprojecten in Leipzig en Berlijn grote opwinding. Men naderde de situatie dat de splijtingsreacties zichzelf in stand hielden, wat een bom mogelijk maakte, en ook werd ingezien dat in een werkende reactor plutonium viel te maken, eveneens een splijtstof die tot een bom kon leiden.

Dat Heisenberg in Kopenhagen de morele kaart gespeeld zou hebben is in andere bronnen niet terug te vinden. In een van de woensdag vrijgegeven documenten, een notitie die Bohr aan zijn vrouw Margrethe dicteerde, staat dat Heisenberg de verwachting uitsprak dat de oorlog, indien de Duitsers onverhoopt niet snel zouden winnen, met kernwapens beslist zou worden. Bohr verkeerde toen nog in de veronderstelling dat een atoombom technisch vrijwel onhaalbaar was vandaar zijn geschrokken reactie. Wellicht vatte Heisenberg dit op als twijfel aan zijn competentie als fysicus, onverdraaglijk voor iemand van zijn niveau, behept met een groot ego. Bohr diende te begrijpen dat hij wist waarover hij het had, dat hij twee jaar aan het onderwerp had gewerkt. Daarmee kwam de aap uit de mouw: de Duitsers werkten aan een bom. Voor een deel was dat bluf: het project stond nog in de kinderschoenen.

kriegswichtig

Waarom is die bom er niet gekomen? Omdat in de loop van 1942 in Rusland het tij voor de Duitsers begon te keren, wilde het leger van zijn atoomgeleerden weten of er op korte termijn nuttige toepassingen te verwachten waren. In zijn rapportage erkende Heisenberg dat het zeer wel mogelijk was een bom te maken, maar tegelijkertijd benadrukte hij dat dit enorme financiële offers zou vergen en dat er jaren mee gemoeid zouden zijn. Op 4 juni 1942 hakte minister van bewapening Albert Speer in een beslissende bijeenkomst met de kopstukken van de Uranverein de knoop door: de prioriteit van het atoomenergieproject werd verlaagd tot kriegswichtig, net voldoende om het in leven te houden, en Werner von Brauns raketten kregen alle ruimte. Op het eind van de oorlog, toen het onderzoek om veiligheidsredenen uit Berlijn naar het Zuid-Duitse Haigerloch was verplaatst, was er nog altijd geen werkende reactor, laat staan een bom.

Waarom drong Heisenberg niet aan? Niet uit morele overwegingen. Op 26 februari 1942 had hij in een serie populaire voordrachten van de Uranverein voor een select gezelschap van partijleden, regeringsfunctionarissen en industriëlen, in een levendige voordracht de militaire toepassingen van kernenergie de revue laten passeren, inclusief de plutoniumoptie. Zo wist hij het imago van zijn theoretische natuurkunde op te poetsen. De aarzeling ruim drie maanden later kwam omdat hij de moeilijkheden overschatte en er, met de weisse Jude-ervaring nog vers in het geheugen, weinig trek in had bij tegenslag door de nazi's van wanprestatie te worden beticht. Niettemin bleef Heisenberg overtuigd van de Duitse superioriteit. Bij zijn arrestatie bood hij de Amerikanen aan ze inzake kernsplijting te adviseren en toen hij, gedetineerd in een met microfoons volgestopt Engels landhuis, van de bom op Hiroshima hoorde betekende dat een koude douche. In datzelfde landhuis lanceerde Von Weizsäcker het verhaal dat de Duitse atoomgeleerden wel een bom hadden kunnen bouwen, maar er op morele gronden van af hadden gezien – een visie die hij gisteren in een interview met de Süddeutsche Zeitung nog altijd verdedigde. Wie na de oorlog, zo moet men hebben gedacht, in het Duitse kernenergieprogramma iets wil voorstellen kan beter met morele superioriteit voor de dag komen dan met fouten en gebrek aan kennis.