Zo zijn ze nu eenmaal

In de politieke debatten over racisme, slavernij en slavenhandel is weinig ruimte voor nuances. En dat terwijl er al lang diepgaand historisch onderzoek naar is gedaan. Nieuwe boeken en tentoonstellingen proberen de kloof te overbruggen.

Dat alle mensen gelijkwaardig zijn, is een axioma van de moderne tijd en – hoezeer ook voortdurend met voeten getreden – uitgangspunt in debatten over racisme en kolonialisme. Het is ook op deze basis dat minister Van Boxtel op de recente VN-conferentie tegen racisme in Durban namens onze regering `diepe spijt' uitsprak voor het Nederlandse aandeel in de transatlantische slavenhandel en slavernij. Al eerder had het kabinet-Kok besloten een Nationaal Monument ter herinnering aan de slavernij op te richten.

In deze politieke debatten is weinig ruimte voor diepgang en nuancering. Zo blijven intrigerende vragen liggen, bijvoorbeeld waarom in Europa – maar nog niet in Nederland – rond 1800, na eeuwen van racistische getoonzette rechtvaardiging, de slavernij zo'n sterke en zelfs beslissende weerstand ging oproepen.

Historici onderzoeken al veel langer, en met meer gevoel voor nuance dan men in de politieke debatten aantreft, de vraag hoe slavenhandel en slavernij, en racisme en kolonialisme in het algemeen, pasten in de ontwikkeling van het Europese denken. In Mensaap, heiden, slaaf, een dissertatie geschreven in het megaproject Nederlandse cultuur in Europese context, levert Angelie Sens een welkome bijdrage aan dit debat. Het boek documenteert een belangrijke fase – `ijkpunt 1800' – in de ontwikkeling naar het moderne axioma van gelijkwaardigheid. Sens richtte haar onderzoek op drie Nederlandse debatten: het wetenschappelijke `aapdebat' over de oorsprong van de mens, het religieuze debat over de waardering van andere religies en het maatschappelijke debat over de rechtvaardiging van slavenhandel en slavernij. De Europese context figureert daarbij overigens alleen maar op de achtergrond.

Beestachtig

De kennishorizon van de late achttiende eeuw was breder dan ooit voordien. Met de meest bizarre fabels over beestachtige verre volken kon op basis van daadwerkelijk contact worden afgerekend. Het voor de Verlichting zo kenmerkende rationalisme en vooruitgangsdenken maakte ruimte voor een visie waarin de gemeenschappelijke oorsprong van alle mensen werd erkend. Er kwam een toekomst van een wereldbeschaving van gelijken in het vizier. Maar de weg daarheen was nog zeer lang, daarover waren de Europese en ook Nederlandse denkers het wel eens. De rest van de wereld diende een langdurig beschavingsoffensief te ondergaan. De Europese beschaving gold daarbij als het onomstreden model; en in weerwil van een voorzichtige secularisering van ideologie en filosofie werd daarbij aan kerstening een wezenlijke rol toegekend.

Optimisme over die verre toekomst en de aarzelende aanvaarding van een theoretische gelijkwaardigheid van alle mensen bleven gepaard gaan met de overtuiging dat in de ontwikkelingsgang van de wereld Europa een eenzame toppositie had bereikt. Dat de rest van de wereld ver achter lag, liet zich in hiërarchische termen beschrijven. Een tree lager stonden de Aziatische culturen, waarbij China, Japan en India weer hoger scoorden dan de wereld van de islam. Daaronder figureerden de culturen van Indiaans Amerika, terwijl Afrika, in het bijzonder het `zwarte' Afrika bezuiden de Sahara, gewoonlijk hekkensluiter was.

Dit hiërarchiseren was niet nieuw, maar wel de sterk evolutionistische invulling, en het feit dat zwart Afrika nu zelfs onder indiaans Amerika viel. Dat hangt volgens Sens direct samen met de debatten over de transatlantische slavenhandel en slavernij, waarin zowel voorstanders (`zij zijn zo, dus kan ons ingrijpen geen kwaad') als tegenstanders (`door de slavernij maken/houden wij hen zo') de nadruk legden op Afrikaanse achterlijkheid.

In deze vlot geschreven studie ligt de nadruk op Nederlandse auteurs en op hun ideeën over de eigen koloniën. Gezien de aandacht voor slavenhandel en slavernij figureren Afrika en de Caraïbische koloniën prominent in het betoog, meer dan Azië. Logisch gezien de themakeuze, maar het is aannemelijk dat in publieke debatten `de Oost' prominenter figureerde: dáár lag het zwaartepunt van het kolonialisme. In meer algemene zin geven de uitvoerige citaten van Sens uit de geschriften van tijdgenoten wel een levendig beeld, maar de lezer moet er maar op vertrouwen dat zij een representatieve keuze maakt – nog afgezien van de nuchtere vaststelling dat de bescheiden omvang van het corpus geschriften vooral onderstreept dat de wereld buiten Europa maar weinigen interesseerde. De moderne `debatten' over slavernij bijvoorbeeld vonden pas een halve eeuw later werkelijk weerklank, waarmee Nederland zich in West-Europees verband bepaald achterlijk manifesteerde.

Engagement

Dat Nederlanders twee eeuwen in Afrikanen handelden en hun Caraïbische koloniën nog langer gegrondvest waren op slavernij, wordt nu dus ook van overheidswege erkend. Er komt van alles aan. Nog dit jaar een monument in het Amsterdamse Oosterpark. Een documentaire voor de schooltelevisie. Waarschijnlijk een instituut voor de bestudering van, en voorlichting over dit verleden en de – overigens zeer omstreden – hedendaagse gevolgen. Verder heeft een reeks musea zich op het thema gestort. De eerste grotere tentoonstelling loopt nu in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum, en daarbij verscheen de bundel Slaven en schepen. Enkele reis, bestemming onbekend.

Tentoonstelling en bundel doen een prijzenswaardige poging de kennis over dit verleden voor een groter publiek te ontsluiten. Dat is goed mogelijk, al wordt door ijveraars voor een Nederlands `gebaar' wel beweerd dat er vrijwel niets bekend is over het vaderlandse slavernijverleden; sommigen vermoeden daarachter zelfs kwade opzet. In feite is inmiddels wèl veel onderzocht, maar wat gepubliceerd is wordt nauwelijks gelezen, zelfs niet door pleitbezorgers voor erkenning van dit pijnlijke verleden. Naast verbreding van het onderzoek is daarom popularisering van wezenlijk belang.

De kracht van tentoonstelling en bundel Slaven en schepen ligt in het simpele feit dat zij er zijn, en dat zij bezoeker en lezer inderdaad open en toegankelijk aanspreken. De redacteuren van Slaven en schepen wijzen terecht op het contrast tussen de traditionele missie van het Scheepvaartmuseum, het tonen van `Hollands Glorie', en deze `poging recht te doen aan de slachtoffers van slavernij en slavenhandel, iets dat wij verschuldigd zijn aan de nazaten'. De laatste toevoeging verwijst meteen naar het dilemma een evenwicht te vinden tussen engagement en distantie, zonder te vervallen in vrome nietszeggendheid.

Dat dilemma geldt zeker voor vertegenwoordigers van gevestigde `witte' instellingen als musea en universiteiten. Het resultaat is een compromis, in dit geval een keurige tentoonstelling en een heterogene bundel artikelen, terzake ingeleid door gastconservator Dirk Tang. Voor zover men er aanstoot aan zal nemen, dan toch vooral omdat het zo'n voorzichtig compromis is.

In de Bijlmer is een kortlopende tweede tentoonstelling geopend, De kleine geschiedenis van de slavernij: sporen in Amsterdam. Tentoonstelling en bijbehorend boekje doen een verfrissende poging eens iets anders te doen met het thema. Een elftal hoofdstedelijke locaties – het viel duidelijk niet mee er veel te vinden – wordt in verband gebracht met slavenhandel en slavernij. Marjoleine Boonstra verfilmde ze, Henri Dors, nazaat van Surinaamse slaven, verwerkte ze in een persoonlijk verhaal. De Arubaanse kunstenaar Jossy Albertus componeerde er uitdagende foto's bij, die mij niet echt overtuigden, maar in elk geval onderstrepen dat de beeldtaal voor de herinnering van de slavernij verrassender kan zijn dan het uitverkoren ontwerp voor het monument in het Oosterpark van de gearriveerde Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries.

Overigens ben ik benieuwd hoe lang `de West' voor eenmaal even uit de schaduw van `Indië' komt, nu de onthulling van het monument voor de slavernij net samenvalt met het jubeljaar `400 jaar Verenigde Oostindische Compagnie'.

Angelie Sens: Mensaap, heiden, slaaf. Nederlandse visies op de wereld rond 1800. Sdu, 211 blz. E18,11 Remmelt Daalder, Andrea Kieskamp, Dirk J. Tang (red.): Slaven en schepen. Enkele reis, bestemming onbekend. Primavera Pers, 135 blz. E14,90 Renske de Jong en Annet Zondervan (red.): De kleine geschiedenis van de slavernij: Sporen in Amsterdam. KIT Publishers, 64 blz. E7,–