Vertrouwde Franse eruptie in grillige relatie met VS

De Franse uithaal naar de regering-Bush stoelt op een ander wereldbeeld van Parijs en past in de `traditionele haat-liefderelatie'.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine, heeft een robuust staaltje public diplomacy ten beste gegeven over de door Amerika geleide oorlog tegen het terrorisme. In reactie op de State of the Union-toespraak van president George W. Bush vorige week en uitlatingen van de Verenigde Staten dat zij desnoods alleen de oorlog naar andere landen willen uitbreiden, haalde Védrine uit naar Amerika: landen als Irak, Iran en Noord-Korea afdoen als een ,,As van het Kwaad'' en alle problemen in de wereld terugbrengen tot de strijd tegen het terrorisme en oorzaken als armoede niet aanpakken is ,,simplistisch'', gromde Védrine kort samengevat.

Hij verwijt de VS asociaal gedrag op het wereldpodium: Amerika opereert ,,unilateraal, zonder anderen te consulteren, beslissingen nemend op basis van zijn eigen wereldbeeld en zijn eigen belangen''. Het klonk hard én vertrouwd in de oren. Dezelfde Védrine schilderde de VS in 1999 af als een ,,hyperpuissance'', een hyperpower: een land dat dominant is in alle categorieën, een tegengewicht mist en in een minder vleiende interpretatie anderen soms zijn wil oplegt.

De Franse generaal De Gaulle beklaagde zich decennia geleden al over de grootste bevrijder in de Tweede Wereldoorlog: ,,Iedereen in rotten van twee achter Uncle Sam.'' En ook nu bestaat er tussen Frankrijk en de VS ,,een melange van wederzijdse sympathie en irritatie'', zoals Védrine jaren geleden al zei. De ,,traditionele haat-liefderelatie'' (Védrine's woorden) stond het afgelopen decennium garant voor een reeks kleinere en grotere oprispingen van Franse onvrede over Amerikaans optreden: Afrika, Midden-Oosten, Bosnië, Kosovo, handel, Irak, Europese defensie en raketschild zijn enkele bekende splijtzwammen, die overigens nooit de relatie hebben beschadigd, hoogstens de grilligheid ervan op peil hebben gehouden.

De Franse irritatiereflex, die even was onderdrukt na de aanslagen van 11 september, vond deze week via Védrine weer soepel een uitweg. Dat de VS Bin Ladens netwerk en de Talibaan in Afghanistan aanpakten, was logisch en werd gedekt door resoluties van de Verenigde Naties, maar dit mandaat geldt niet voor het lukraak aanpakken van andere landen, waaronder – het door Frankrijk gesteunde Irak, was de boodschap van Védrine.

De VS vinden juist dat zij opereren op basis van zelfverdediging en geen nieuwe VN-resoluties nodig hebben, zoals zij deze week nog eens lieten weten. Deze unilateraal getinte opstelling, die in Amerika kortweg leiderschap heet, staat haaks op het Franse multilaterale wereldbeeld. Védrine en Frankrijk willen dat de internationale regels voor elk land hetzelfde zijn, hyperpower of niet, en dat iedereen elkaar zo veel mogelijk consulteert. Het is vooral de havikstoon van president Bush, minister Rumsfeld van Defensie en diens plaatsvervanger Wolfowitz, die in Parijs extra kwaad bloed zet: slikken of stikken, zo ervaren de Fransen de Amerikaanse opstelling.

Volgens zijn Nederlandse collega Van Aartsen, die Védrine deze week op bezoek had, zag de Franse minister in de toespraak van Bush zijn gelijk over de hyperpower bevestigd. Tegelijkertijd neemt Van Aartsen Védrine's uitspraken niet al te zwaar op. Hij heeft gemerkt dat Védrine er binnenskamers ,,veel genuanceerder'' over denkt.

Védrine sprak veeleer namens Frankrijk dan namens Europa. De Europese Unie heeft tot nu toe niet met één stem gereageerd, zoals vaker gebeurt, op de toespraak van Bush. Terwijl sommigen in Duitsland, Spanje en Italië in mindere mate het gevoel van Védrine delen en voorzichtig tot argwanend reageren, blijft Groot-Brittannië bereid deel te nemen aan andere operaties dan Afghanistan en vindt ook Nederland bij monde van Van Aartsen dat ,,er niks mis is'' met de rede van Bush. Dit weekeinde doen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken in het Spaanse Cáceres een poging met één standpunt te komen. Daarbij blijft de vraag wat zo'n standpunt betekent, zolang niet duidelijk is of de VS werkelijk de `As van het Kwaad' willen aanpakken.

Van een transatlantische botsing is nog geen sprake, wel van oplopende irritaties en retoriek, die extra gevoed worden door de groeiende militaire kloof tussen Amerika en Europa. Van grote invloed op het vervolg zal vooral het interne Amerikaanse debat zijn: als Rumsfeld en Wolfowitz meer het oor krijgen van president Bush dan de multilateraler ingestelde minister van Buitenlandse Zaken Powell, dan liggen nog meer zware woorden uit Europa, en met name Parijs, in het verschiet. Dat de Amerikaanse regering nu, na internationale druk, toch een kleine concessie heeft gedaan bij de opvang van de Talibaan-gevangenen op Cuba en alsnog de Geneefse conventie toepast, zal Védrine wellicht iets geruster stemmen: de hyperpower kan dus af en toe best luisteren.