Teheran wijst nieuwe Britse ambassadeur af

De Britse hoop op betere betrekkingen met Iran heeft een forse knauw gekregen door de weigering van Teheran om David Reddaway te accepteren als nieuwe Britse ambassadeur.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Londen bevestigde gisteren dat het Iraanse bewind de benoeming van Reddaway ,,zeer beslist afgewezen'' heeft.

De eerste aanwijzingen voor bezwaren tegen Reddaway doken vorige maand al op in het Iraanse dagblad Jomhuri Islami, dat geldt als een spreekbuis voor de behoudende krachten in het islamitische bewind in Teheran. In de krant werd Reddaway omschreven als ,,een jood die agent is van M16'' (de Britse geheime dienst).

Een andere Iraanse krant, Kayhan, voerde als bezwaar aan dat Reddaway's vrouw, die van Iraanse komaf is, contacten onderhield met de leider van de verboden communistische partij in Iran. ,,Geen van de bezwaren is gerechtvaardigd'', aldus de woordvoerder van Buitenlandse Zaken in Londen tegenover het Britse dagblad The Independent.

In de internationale betrekkingen is het een ongeschreven wet dat een land de benoeming van buitenlandse diplomaten mag tegenhouden. Maar Londen beschouwt de 48-jarige Reddaway als een uitstekende kandidaat voor de vacante post in Teheran. Hij kwam in 1975 bij de diplomatieke dienst, spreekt vloeiend Farsi (de belangrijkste taal in Iran), en diende twee keer eerder in de Iraanse hoofdstad, in 1977-1978 en opnieuw in het begin van de jaren '90.

De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, bracht recentelijk twee keer een bezoek aan Teheran in verband met de oorlog in buurland Afghanistan en in het kader van de samenwerking in de internationale coalitie tegen terrorisme. Daarbij probeerde hij ook de afwijzing van Reddaway te verijdelen. Tevergeefs. ,,We zijn op dit moment niet van plan iemand anders naar voren te schuiven'', aldus Straws woordvoerder gisteren.

Het is nog onduidelijk of Groot-Brittannië definitief afziet van een ambassadeur in Iran. Mocht het zo ver komen, dan zou dat volgens waarnemers een lelijke streep zijn door het beleid van de regering-Blair. Die probeert sinds haar aantreden in 1997 juist langs de lijnen van ,,kritisch engagement'' een dialoog op gang te brengen met landen als Iran en Libië.

Aanvankelijk leek die aanpak succes te hebben. Zo liet Teheran weten dat het de door wijlen ayatollah Khomeini afgekondigde fatwa tegen de schrijver Salman Rushdie, auteur van het boek Duivelsverzen dat grote commotie in de moslimwereld veroorzaakte, zou laten rusten.

Recentelijk nam Londen, onder meer met andere Europese landen, afstand van de ferme taal waarmee de Amerikaanse president Bush Iran, alsmede Irak en Noord-Korea, brandmerkte als `As van het Kwaad'.