Taylor-Wood maakt nu brave kamerschermen

Ze is mooi, ze is hip en ze wacht de toeschouwer op met een haas in haar hand, aan het begin van de expositie. Sam Taylor-Wood kijkt onmiskenbaar triomfantelijk op de foto Self Portrait in a Single Breasted Suit with Hare, zeker voor wie weet dat de Britse kunstenares zowel darm- als borstkanker achter de rug heeft. De ziekte werd in 1997 geconstateerd, en dit portret hangt er als een trotse viering van het leven, de haas als symbool van vruchtbaarheid. Je kijkt nog eens beter. Dat pak is inderdaad `single breasted', met een rij knopen, de haas is niet te missen, de zelfontspanner ligt fier in haar hand. Dan dringt ineens de dubbelzinnigheid door. Single Breasted. Met één borst. Pats. Slik. Raak.

Sam Taylor-Wood was een van prominentste vertegenwoordigers van de YBA, de Young British Artists, een stroming die zijn hoogtepunt beleefde in 1997 toen kunstverzamelaar Charles Saatchi rond hen de tentoonstelling Sensation organiseerde. De YBA's braken met de kunsttradities en wisten zichzelf ongegeneerd te promoten. Damien Hirst stak Jeff Koons in mediageilheid naar de kroon, Tracy Emin exposeerde een tent met de namen van al haar bedpartners en Sarah Lucas poseerde als stoer jongensmeisje dat kunst maakte met pispotten en sigarettenpeuken. Bij al dat imago-geweld viel Taylor-Wood wat uit de toon. Haar foto's en installaties waren bescheidener. Ze verwees naar klassieke muziek, de kunstgeschiedenis en naar menselijke relaties, maar hield die van haarzelf daarbij meestal buiten schot.

Dat is veranderd. Sinds haar ziekte, zo valt in het Stedelijk te constateren, heeft Taylor-Wood haar YBA-collega's rechts ingehaald. Haar werk is nu uiterst persoonlijk en draait om ziekte, verval en eenzaamheid. Dat levert een oud, maar intrigerend dilemma op: in hoeverre wordt matige kunst gerechtvaardigd doordat ze uit een oprechte, emotionele bron afkomstig is?

Want matig is deze expositie, en dat geldt niet alleen voor de werken van na de ziekte. Het Stedelijk heeft een opmerkelijk slappe keuze uit het oude werk gemaakt, wat een hele prestatie is voor een tentoonstelling die een jaar of vier, vijf te laat komt. Taylor-Wood's beste vroege werken, zoals Travesty of a Mockery en Bad Trip, waren complexe videofilms die subtiele visies op relaties en gevoelens gaven. Het beeld was over verschillende schermen verdeeld en we zagen mensen die elkaar niet konden bereiken, die onmachtig waren hun gevoelens te uiten. Ze zouden prachtig aansluiten op Taylor-Woods nieuwe werk. Dat geldt niet voor Killing Time (1994), een suffe film waarop we op vier schermen vier mensen in hun dagelijkse kloffie verveeld de partijen uit Richard Strauss' Elektra zien mimen. Dan is Brontosaurus een stuk beter. Een absurde video van een naakte man die extatisch staat te dansen op Samuel Barbers Adagio for Strings. De man is zo dun en zijn dansen zo manisch dat je vermoedt dat er iets met hem aan de hand is, maar de video geeft nergens bevestiging.

Juist de suggestie die zo'n werk goed maakt, ontbreekt in Taylor-Woods recente werk. Het zijn onmachtige films en video's, die het leed zo nadrukkelijk willen tonen dat iedere spanning, iedere verrassing verloren gaat. Op het video-stilleven Still Life zien we een Cezanneske fruitschaal met appels, peren en druiven die binnen vier minuten beschimmelen, verschrompelen en wegrotten. De boodschap is duidelijk, maar het is theatraliteit op het niveau van een huilend zigeunertje. Ook Taylor-Woods andere verwijzingen naar oude kunst zijn nogal obligaat. De foto van een vastgebonden ram bijvoorbeeld wil vast bijbelse associaties oproepen, maar als toeschouwer vrees je dat Taylor-Wood die vooral voor haar eigen lot reserveert. Dat geldt nog sterker voor de eenzame boom op Self Portrait as a Tree, die even de zegen van een vlaag prachtig zonlicht over zich krijgt uitgestort. De verwijzing naar de eenzame romantiek van Caspar David Friedrich ligt er dik op, maar wat Taylor-Wood ermee wil blijft vaag. Vergelijkt ze zichzelf met de bomen en kruizen van Friedrich? Ziet ze zichzelf als een romantische gekwelde geest? Is zo'n ziekte niet wat... ja, echter?

Dat is precies het probleem van deze werken. Taylor-Wood heeft afstand tot haar lot willen scheppen door het te esthetiseren, maar is niet verder gekomen dan obligate plaatjes. Deze foto's tonen niet, confronteren niet, maar zijn beschaafde kamerschermen, waar iets achter schuil gaat waar de toeschouwer empatisch naar mag raden. Wie daar een glimp van op wil vangen kan teruglopen naar het Selfportrait with Single Breasted Suit, een foto die je iedere keer een emotionele draai om de oren geeft. De rest is pose, een hele tragische zelfs.

Tentoonstelling: Sam Taylor-Wood, Film en Fotografie. T/m 1-4 in: Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Open dag. 10-17u. Inl. 020-5732737 of www.stedelijk.nl. Catalogus E19,-