Skilling wist `niets' van problemen bij Enron

In zijn getuigenis gisteren voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden heeft de voormalige topman van het bankroete energieconcern Enron, Jeffrey Skilling, gezegd niets te weten van onregelmatigheden met de boekhouding. ,,Ik ben niet op de hoogte van enige financiële regelingen die schulden moesten verbergen of winsten moesten opblazen'', aldus Skilling (48), die de leiding had bij Enron tussen februari en augustus 2001.

Behalve Skilling waren gisteren ook vier andere voormalige of huidige topmensen van Enron opgeroepen om te getuigen voor de commissie energie en handel van het Huis van Afgevaardigden. De vier, onder wie de voormalige financiële topman Andrew Fastow, beriepen zich op hun constitutionele recht te zwijgen, om te voorkomen dat ze uitspraken zouden doen die tegen hen in een rechtszaak kunnen worden gebruikt.

Toen hij in augustus vorig jaar ontslag nam ,,geloofde ik niet dat het bedrijf in enig financieel gevaar was'', zei Skilling desgevraagd. ,,Ik geloofde absoluut en onmiskenbaar dat het bedrijf in goeden doen was.''

Volgens Skilling was de financiële verslaglegging ,,zo ver ik kon beoordelen een accurate weergave'' van de staat waarin Enron verkeerde. Enrons moeilijkheden kwamen pas in de loop van oktober vorig jaar naar buiten bij de publicatie van de cijfers over het derde kwartaal. Begin december vroeg het bedrijf surseance van betaling aan.

De leden van de commissie van het Huis van Afgevaardigen namen de zwijgende vier gisteren hevig onder vuur. Daarbij werden termen gebruikt als ,,economische terroristen'', ,,zakencowboys'' en ,,bedrijfsdieven''. De Congresleden beschuldigden hen ervan zichzelf te hebben verrijkt (met transacties in het aandeel Enron), terwijl werknemers van Enron hun eigen, in Enron-aandelen belegde pensioengelden als sneeuw voor de zon zagen verdwijnen.