`Rushdie lees je om zijn ijdelheid en menselijkheid'

Abdelkader Benali kreeg vorige week geen visum voor India, het geboorteland van Salman Rushdie. Binnenkort verschijnt zijn nieuwe roman.

In de brasserie in Parijs waar ik heb afgesproken met Abdelkader Benali, die eind februari zijn nieuwe roman De langverwachte publiceert, is het een drukte van jewelste. Het lijkt hem niet op te vallen. Hij gaat helemaal op in zijn fascinatie voor De duivelsverzen van Salman Rushdie. Het boek ontdekte hij rond zijn achttiende, in 1993. Mindtwisting noemt hij het boek. ,,Vanaf het begin haalt hij heel veel overhoop. Je weet nooit wat er gaat gebeuren, het kan alle kanten op. Daar was ik heel ontvankelijk voor, voor dat grillige. Tegelijkertijd is het ontzettend gestructureerd. Rushdie is geen slordige schrijver. Hij groepeert zijn thema's rond een aantal kernpunten. In De duivelsverzen schetst hij een paar grote verhalen. Eigenlijk lees je wel drie boeken.'

Het eerste boek dat Benali van Salman Rushdie las was diens grote doorbraak Middernachtskinderen, maar dat sprak hem minder aan dan de De duivelsverzen. ,,Bij dat eerdere boek heb je het gevoel dat je naar een totaal andere wereld zit te kijken, met een heel andere logica, beeldcultuur, geschiedenis en taalopvatting. Dingen zijn er zo onwaarschijnlijk dat ze je vastzetten op één plek. De duivelsverzen staan veel dichter bij je, ik had veel meer het gevoel dat ik mee kon praten, mee kon discussiëren, vragen kon stellen.' Of Benali als achttienjarige ook antwoord kreeg op zijn vragen laat hij in het midden, maar Rushdies thematiek vond hij `verdomd knap'. ,,Je hebt het vraagstuk van de migrant, van de eigenschappen van het hemelse en het helse. Er is die ontzettende preoccupatie met literatuur, kunst en de worsteling met religie'.

Al jong realiseerde Benali zich dat zijn leven `een aantal komische aspecten' had. ,,Je identiteit wordt versterkt door dingen die gebeuren in de wereld en verwatert weer door de dingen die gebeuren in je hoofd'. Een van de hoofdpersonen van De duivelsverzen is een migrantenzoon, geboren in 1948, in Bombay en opgegroeid in een elitair milieu, waar niets meer aan religie werd gedaan, maar waar nog wel de geur hing van de islam. ,,Zijn rigide vader stuurde hem naar Engeland, waar hij terecht kwam op een kostschool. Daar wordt hem op een gegeven moment een vis geserveerd die hij niet kent. Niemand vertelt hem hoe hij die vis moet eten. Hij doet er dan ook twee uur langer over dan de andere jongens. Dan zegt hij: `Dit is typisch Engeland. Niemand vertelt je de spelregels.' Dat is gewoon wáár, dat herkende ik! Je bent in een wereld die niet de jouwe is. Je wilt je er zo snel mogelijk op je gemak voelen. Je bent er ook voor gemaakt, maar niemand leert je hoe je die vis moet eten! Dat grijpt me naar de keel, dat is zo herkenbaar.'

Als die jongen dan eenmaal aan de Engelse cultuur gewend is geraakt, slaat hij door, vertelt Benali, hij wordt Britser dan Brits. Op een gegeven moment vallen er, in Rushdies roman twee personages uit een vliegtuig en blijven zweven tussen hemel en aarde – `symbool voor het totaal ontwricht zijn', zegt Benali. ,,Eén van hen, Rekha, zingt dan Pakistaanse liefdesliederen in het Urdu; daarmee verheft hij zichzelf, dat is schitterend. De ander, Chamcha, die omhooggevallen filmster uit Bombay, antwoordt met een gedicht van een zeventiende-eeuwse Engelse dichter. Het zijn stem en tegenstem, ze proberen allebei te wortelen in een lied en overstijgen daarmee het thema, verpersoonlijken het.'

Wat raakte Benali in die stemmen? ,,Als mens, als schrijver heb je een lied nodig. Je moet een lied componeren dat ervoor zorgt dat de pijn over gaat, dat ervoor zorgt dat dromen bestaan. Zingen zodat het over gaat.' Heeft Benali ook van Rushdie geleerd hoe hij moet zingen? ,,In een essay over De blikken trommel van Günter Grass schreef Rushdie dat hij het las toen hij in Cambridge tegen Vietnam protesteerde. Van Grass leerde hij go for broke, ga voor alles of niets, wees overmoediger dan overmoedig, ga voor de eeuwigheid, ga voor de blikken trommel! Dat is natuurlijk een appèl op de verbeelding. Ik herkende dat. Ik heb die droom ook, je moet streven naar dat ene boek waar alles in zit. Zo heb ik het gedaan met Bruiloft aan zee. Iedere keer dat blanco vel, erin stappen en je aan dat lied overgeven. Dat lukt natuurlijk niet altijd, maar zolang je leeft krijg je altijd een herkansing.'

De duivelsverzen is voor Benali, dat ene, overmoedige, vileine, ambitieuze boek dat alles heeft wat een roman uit de late twintigste eeuw moet hebben. Dat het soms ook onverteerbaar is, hoort erbij. En toch is Rushdie niet zijn grote voorbeeld. ,,Ik wil van invloeden vrij zijn. Rushdie is voor mij een stimulator en een groot humorist. Hele kleine dingen tussen mensen laat hij heel mooi zien, maar tegelijkertijd ziet hij het groteske erin. De olifanten vallen bijna tussen de bladzijden vandaan.'

Voor de religieuze thematiek in De duivelsverzen loopt Benali daarentegen nauwelijks warm. ,,De passages over Mohammed zijn ongelofelijk humaan. Daar zit niks goddelijks in, het is een beeld dat je niet zou verwachten van een profeet. Mohammed is altijd goed, daar is geen twijfel over. De Mohammed uit De duivelsverzen heeft een openbaring, komt thuis, valt in de armen van zijn vrouw en barst in snikken uit. Dat is heel menselijk, heel dichtbij. De profeet is helemaal niet zo zeker van zijn zaak. Voor een moslim is dat natuurlijk ongelofelijk blasfemisch. Hij noemt Abraham zelfs ergens de `pasta-Abraham'. Mijn voltairiaanse geest zegt me dan dat het gewoon een schrijver is die het leven van een mens beschrijft, maar ik sta daarin alleen, geloof ik. Ik ben gezegend met het vermogen om van bepaalde dingen het probleem niet te zien.'

Moeilijk heeft Benali De duivelsverzen ook nooit gevonden, eerder vond hij het een opgewekt boek. Toch is Rushdie volgens Benali `geen vrolijke jongen', al is hij een stuk optimistischer dan zijn grote collega en rivaal V.S. Naipaul. Benali: ,,Als je een boek van Naipaul hebt gelezen, ben je er mank van, en kun je je bijna nergens meer vrolijk over maken. Bij Rushdie wordt de wereld zo opengegooid dat je weer ja zegt tegen het leven. Ik ontmoet vaak mensen die Rushdie per ongeluk hebben ontdekt, niet vanwege de fatwa. Rushdie moet je niet lezen om zijn zogenaamde transculturele kwaliteiten, maar om zijn inzicht, zijn humor, zijn literaire ijdelheid, zijn menselijkheid. Het is een schrijver van de menselijke komedie – daarom moet je hem lezen. Niet omdat er dingen in staan over de islam of zo. Die begrijpt toch niemand, ook de gewone moslim niet. En daar gaat het ook niet om.'

Salman Rushdie: De duivelsverzen. Contact, euro11,34 (in herdruk)