Recht in Somalië is instrument van islam

Na jaren van wanorde verlangen de Somaliërs naar orde. Het ontbreken van een centraal gezag geeft conservatieve moslims een kans.

Sjeik Ahmed Dahir kijkt nors het rommelige rechtszaaltje in en vraagt om orde. Maar de mobiele telefoons van de toeschouwers blijven rinkelen. Iemand stoot achterin een kruiwagen om, een stuk dakgoot valt op de grond. Ahmed Dahir, rechter en religieus leider in de Noord-Somalische stad Bosasso, slaat geïrriteerd op de houten tafel met plakplastic en geeft het woord aan een van de advocaten.

Deze wil dat de advocaat van de tegenpartij wordt uitgesloten. ,,Hij heeft nooit een rechtenstudie gevolgd, hij hoort hier niet in de rechtszaal.'' Sjeik Ahmed Dahir kapt hem af. ,,Hij is een gerespecteerd moslim en al die dure opleidingen doen er in mijn islamitische rechtbank niet toe.'' Een half uur later is de zaak beklonken. De ene partij belooft de andere compensatie te betalen.

Buiten de rechtbank in de stoffige straten van Bosasso schiet een advocaat me aan. ,,Religieuze leiders hebben het voor het zeggen gekregen'', fluistert hij. ,,De islamitische rechtbanken vormen de machtsbasis van de fundamentalisten in Puntland.'' Sjeik Ahmed Dahir spreekt dit later niet tegen. ,,Somaliërs willen een islamitische staat en de sharia-rechtbanken brengen na jaren wanorde, veroorzaakt door de krijgsheren, orde en zedelijkheid terug.''

Ruim tien jaar burgeroorlog en de afwezigheid van een sterk centraal gezag hebben fundamentalisten de kans gegeven Somalië te islamiseren. In het autonome gebied Puntland in het noordoosten vrezen intellectuelen, opgeleide vrouwen en andere gematigde Somaliërs voor een sluipende overname van het land door conservatieve en intolerante moslims.

Veel meer dan vroeger is Somalië een naar binnen gericht land. Buitenlanders komen in het straatbeeld niet meer voor. Te midden van speculaties over een Amerikaanse inval om een eind te maken aan een vermeende terroristische aanwezigheid, zijn veel Somaliërs xenofoob geworden. ,,Werkt u voor de CIA'', wil de gouverneur van de stad Galcayo weten. ,,Hier is Bin Laden voor u'', komen in een theetentje omstanders een man met puntbaard te koop aanbieden. Sommige religieuze leiders willen niet op de foto, want dan zouden Amerikaanse militairen hen kunnen herkennen.

Als terroristen het doelwit van de Amerikanen zijn, heeft Somalië echter niets te vrezen. Er bevinden zich hoogstwaarschijnlijk in Puntland geen militaire trainingskampen van moslim-terroristen. En de fundamentalisten vormen geen militaire bedreiging. ,,Die strategie hebben ze laten varen'', zegt een Somalische onderwijzer. ,,Ze bedreigen niet de buitenwereld, maar ons. Ze indoctrineren ons en kopen ons om, dat is het gevaar.''

In 1992, toen Amerikaanse soldaten de hoofdstad Mogadishu binnenkwamen, namen leden van de fundamentalistische groep Al-Ittihad al-Islamiya de benen en weken uit naar het platteland. Ze beloofden de chronische strijd tussen clans in Somalië te stoppen door met een clanloze, islamitische strijdmacht de plunderende krijgsheren uit te schakelen. ,,Bijna waren ze geslaagd'', vertelt een inwoner van Bosasso. ,,Ze veroverden Bosasso en grote delen van het noordwesten en later ook gebieden in Zuid-Somalië. We zagen toen Afghanen in Bosasso. Maar de krijgsheren, gesteund door Ethiopische militairen, sloegen terug en Al-Ittihad werd als militaire strijdmacht verslagen.'' [Vervolg SOMALIË: pagina 6]

SOMALIË

Tien jaar oorlog levert een verloren generatie op

[Vervolg van pagina 1] Maar de fundamentalisten lieten het er niet bij zitten. Met financiële assistentie uit de Arabische wereld gingen ze in zaken, stichtten scholen, infiltreerden rechtbanken en kochten traditionele clanoudsten om. In het openbaar laten leden van Al-Ittihad sindsdien nauwelijks meer van zich horen. Wel valt het resultaat op van hun ondergrondse activiteit: het sterk toegenomen aantal ingepakte vrouwen van wie alleen de ogen zijn te zien, evenals vele mannen met baarden en te korte broekspijpen, uiterlijk vertoon van de verrechtsing van het geloof. En wie zijn oor te luister legt in de moskeeën en onder de bevolking merkt hoe hun invloed sterk toeneemt.

Ali Rageh geeft les op een door Soedan en Koeweit gefinancierde middelbare school in Bosasso. ,,De terroristen zijn de krijgsheren, niet de fundamentalisten'', betoogt hij. ,,Ik ben voorstander van een islamitische staat en de sharia. Religie en cultuur zijn hetzelfde in Somalië, onze godsdienst heeft ons de afgelopen tien jaar bijeengehouden.'' Op zijn school wordt in het Arabisch gedoceerd, het lesprogramma komt uit Koeweit en de afgestudeerde leerlingen kunnen een studiebeurs in Soedan krijgen.

Omdat de Somaliërs het sinds 1991 moeten stellen zonder centraal gezag bestaat er geen officieel onderwijs meer. Slechts twintig procent van de kinderen in Puntland gaat naar school. Leraren zijn gevlucht, boeken verbrand, schoolgebouwen kapotgeschoten. Arabische hulporganisaties vulden onmiddellijk het vacuüm. De Amerikanen trokken na hun overhaaste vertrek in 1993 de deur van Somalië dicht en wilden niets meer van het land weten. De Europese Unie begon jaren later onderwijsprojecten te steunen en is nu de competitie met de `Arabische' scholen aangegaan. ,,Er komt binnenkort met Europese hulp weer een Somalisch lesprogramma'', vertelt Said Osman Adan, hoofd van een openbare school. ,, De Arabische scholen beschikken over veel meer fondsen. De hulporganisaties uit het Midden-Oosten proberen door hun scholen het fundamentalisme te verspreiden. Wij kunnen er weinig tegen doen.''

Ibrahim Aware Saed staat aan het hoofd van een kleine technische school in Bosasso opgericht met Europese fondsen. ,,Tien jaar chaos heeft een verloren generatie opgeleverd'', waarschuwt hij. ,,Deze jongeren zijn ontvankelijk voor iedereen die iets te bieden heeft, voor krijgsheren, voor fundamentalisten en zelfs voor Bin Laden. De fundamentalisten hebben het meeste geld te bieden en daarom dreigen ze te slagen in hun opzet.'' Hij wijst naar het handjevol leerlingen dat planken zaagt en een ander groepje dat het motorblok van een Landrover ontleedt. ,,We proberen ze bezig te houden en hoop voor de toekomst te geven, maar ons werk blijkt voorlopig niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Als Amerika wil dat dit land gespaard blijft voor het fundamentalisme, dan moet het helpen onze jeugd te redden.''

Sahra Ali stichtte een organisatie die het opneemt voor vrouwen. De nomadische clantradities van de Somaliërs laten volgens haar weinig ruimte voor gelijke rechten van vrouwen. ,,Ik verwacht niet daar in mijn leven verandering in te brengen. Maar wat er nu gebeurt is veel erger: we rennen achteruit. De fundamentalisten winnen.'' Met fondsen van de Somalische diaspora richtte ze in Galcayo een lagere school voor meisjes op. ,,Leden van Al-Ittihad bekogelden onze school en in de moskeeën prediken ze tegen me. Ze zeggen dat volgens de islam vrouwen thuis moeten blijven en voor de familie zorgen. Ik zou daar misschien weinig tegen in kunnen brengen wanneer de mannen dan tenminste voor het inkomen zorgen, zoals ze vroeger deden. Maar door de burgeroorlog zijn ze dood of zitten in milities. Wij vrouwen hielden de afgelopen tien jaar geheel eigenhandig onze gezinnen op de been. Mannen voeren geen flikker uit, ze hangen de hele dag in theetentjes rond. Vroeger hadden vrouwen het beter, de fundamentalisten zijn levensgevaarlijk voor Somalië.''

Gematigde Somaliërs kunnen rekenen op weinig bondgenoten. Hun enige redding is de sterke nomadische cultuur. De clantradities waren altijd sterker dan de religie. ,,Wij nomaden zijn individueel, anarchistisch en realistisch, niet fanatiek religieus. Daarom behoorden Somaliërs altijd tot de meer liberale vleugel van de islam'', legt een clanoudste uit. ,,De verbondenheid aan de clan zal sterker blijken dan de religie. De fundamentalisten gaan niet slagen in hun opzet en wij clanoudsten zullen onze macht van vroeger terugkrijgen. Neem de sharia. Volgens het islamitische recht is doden verboden. Volgens onze cultuur mag je wraak nemen voor een moord en de moordenaar of iemand anders van zijn clan doden. Zo hoort het, zo is het goed.''