Oliebedrijven wachten nog op toelichting NMa

De oliemaatschappijen in Nederland wachten nog steeds op een toelichting van de Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) waarin de beschuldigingen van kunstmatig hoge benzineprijzen worden gestaafd.

Medio december stelde de kartelwaakhond dat oliemaatschappijen in Nederland gemiddeld een dubbeltje (4,5 eurocent) meer verdienen op een verkochte liter benzine dan in de omringende landen. Een stuiver (2,3 eurocent) daarvan is onverklaarbaar en wordt door de NMa geweten aan prijsafspraken tussen pomphouders en oliemaatschappijen.

,,In het rapport van december wordt steeds verwezen naar de bijlages, maar die hebben wij nog steeds niet ontvangen'', stelde H. Dijkgraaf, president-directeur van Shell Nederland gisteren na afloop van de presentatie van de jaarcijfers. ,,Ik ben toch heel benieuwd naar de berekeningen van de NMa.''

De NMa stelt in een reactie dat Shell die toelichting niet apart zal ontvangen. ,,Als we dat doen, moeten we het ook aan andere belanghebbenden sturen, zoals duizenden pomphouders. Dat is niet ons beleid'', aldus een woordvoerder. De kartelwaakhond streeft ernaar om halverwege maart op het kantoor van de NMa een deel van de achterliggende stukken ter inzage te leggen voor de oliemaatschappijen. Daarin zullen de aantijgingen cijfermatig worden onderbouwd.

Een woordvoerder van Shell toont zich verbaasd over die volgorde. ,,Wij worden geacht op het rapport te reageren. Wij kunnen daar moeilijk aan voldoen zonder eerst de berekeningen achter de beschuldigingen te zien.'' Volgens de woordvoerder van het energieconcern heeft de NMa herhaardelijk gezegd dat het de onderliggende stukken van het rapport zal overleggen aan Shell.

De NMa en de oliemaatschappijen Shell, het Britse BP, het Franse TotalFina en de Amerikaanse bedrijven Esso en Texaco zijn op dit moment over verschillende onderwerpen in onderhandeling. Er wordt gepraat over de termijn waarop de sector mag reageren op de verwijten van de NMa. Daarnaast wordt onderhandeld over welke informatie wel en welke informatie er niet bij de toelichting zal worden vermeld. Sommige ondernemingsinformatie wordt als concurrentiegevoelig beschouwd en dient volgens de bedrijven uit de achterliggende stukken te worden gefilterd.