`Nieuwe gedichten Achterberg vervalst'

Het was een mooie primeur voor het nieuwe poëzietijdschrift Awater: twee nooit eerder gepubliceerde gedichten van Gerrit Achterberg. Achterberg-kenners Peter de Bruijn en Fabian Stolk zijn er na grondige bestudering van de gedichten Deling en Droomijs echter van overtuigd dat ze niet van de hand van Achterberg zijn. De Bruijn, verbonden aan het Constantijn Huygens Instituut te Den Haag, promoveerde in 2000 op de historisch-kritische uitgave van Achterbergs Gedichten. Stolk is docent-onderzoeker Moderne Letterkunde aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in 1999 op Achterberg.

Volgens het bijschrift in Awater werden de twee gedichten aangetroffen bij het ontruimen van de Amersfoortse woning van de onlangs overleden Laurentien van E., wiens familie verder anoniem wil blijven. De gedichten, bij een briefje van Achterberg gevoegd, zijn opgedragen aan een niet nader te identificeren `J.K.' Deze onduidelijkheden deden bij De Bruijn en Stolk al `een vermoeden van mystificatie' ontstaan.

,,Het zijn zeer kunstige, treffende nabootsingen, met af en toe fraaie vondsten waarvoor Achterberg zich niet zou hoeven schamen'', zo oordelen De Bruijn en Stolk in een artikel dat in mei zal verschijnen in het Jaarboek Gerrit Achterberg. ,,Maar voor het overgrote deel zijn de gedichten net teveel, òf net te weinig `à la Achterberg'. Het bewijs van het tegendeel wordt wat ons betreft alleen geleverd als de familie van Laurentien van E. met de originele handschriften op de proppen komt.''

Als de gedichten echt waren, zouden ze volgens de experts in de jaren veertig zijn geschreven, een tijd waarin Achterberg al zijn werk óók publiceerde. Het verbaast de deskundigen dan ook dat deze twee ongepubliceerd gebleven zijn. De gedichten bevatten typisch achterbergiaans woordgebruik, maar zinsneden als ,,vertikkende seconde'' of ,,mateloze eeuwigheid'' zouden de dichter volgens hen te ver zijn gegaan. Een ander bezwaar is het metrum: bij Achterbergs gedichten van vòòr 1946 is de regellengte gevarieerd, in deze twee komt nauwelijks variatie voor. De strofenomvang wijkt af en de enjambementen zijn te sterk en te frequent.

Zijn de gedichten vervalst? Pieter Boskma, redacteur van Awater, reageert verbaasd. Hij kreeg de gedichten opgestuurd in typoscript. Ook het briefje van Achterberg was getypt, en ongedateerd. De redactie van Awater twijfelde nooit aan de authenticiteit. Volgens Boskma vervallen de argumenten van De Bruijn en Stolk voorzover ze gebaseerd zijn op een specifieke datering; die valt immers niet vast te stellen. Hij geeft toe dat de gedichten afwijken, maar vindt dat onvoldoende reden om te denken dat ze niet echt zijn. Boskma: ,,We laten ons deze Achterbergjes niet afsnoepen.''