Mild ontmoet strak

In de voorstelling `Eye in All' bewerken Ton Simons, Andrea Leine en Harijono Roebana elkaars dansers. Waar drie choreografen bijeen zijn, bestaan drie meningen.

Op het affiche van Eye in All valt het amper op, maar wie goed kijkt ziet dat het daarop afgebeelde hoofd een montage is. De ene helft is het gezicht van Tim Persent, danser bij het Amsterdamse choreografenduo Andrea Leine en Harijono Roebana, de andere van Brandon O'Dell, danser bij Ton Simons' Dance Works Rotterdam. Op het eerste gezicht lijkt de kop echt, bij nader inzien vallen de contrasten tussen de twee gezichten op. Treffender kan de samenwerking tussen deze moderne dansgroepen niet worden uitgedrukt, want in dit avondvullende programma draait het om het combineren en tevens uitwisselen van twee visies op dans, via twee groepen die elk gewend zijn te werken in een specifieke stijl. Zie dat maar eens tot een coherent geheel te vormen, even bedrieglijk tot een eenheid te smeden als de computer met de portretfoto's deed.

Wie onderneemt nu zoiets, zou je bijna zeggen. Leine & Roebana, hèt choreografenduo uit Amsterdam, wilden al langer een keer intensief met een andere choreograaf werken. Daags na een hectische week vol repetities lichten ze toe waarom. Ze deden eens mee aan een workshop voor choreografen waarin ze naar hartelust dansfrases van collega's konden bewerken: omkeren, indikken, uitrekken, warmer of koeler maken. Dat intrigeerde, omdat dat het iets leerde over stijl, over wat stijl eigen is en hoe je die kunt verdiepen. En dat is waar het ze in de dans vooral om te doen is, om pure beweging. Een verwante geest, wisten ze, is Ton Simons, bovendien iemand die van nieuw en experimenteel houdt. Die net als zij fundamenteel in beweging geïnteresseerd is, getuige zijn abstracte oeuvre, want met een verhalenverteller waren ze niet in zee gegaan. En dat zijn aanpak, visie en abstracte stijl anders is dan die van hen was een pluspunt. Juist in het over en weer bewerken van elkaars dansers en danstaal of in het scherp laten contrasteren van die respectievelijke stijlen gaat het in de voorstelling Eye in All.

Tijdens een repetitie zie ik waar die opzet toe leidt. Vier `Rotterdammers' vormen een kaarsrechte lijn. Ze bewegen gelijktijdig met snelle en strakke beweginkjes, hun lichamen zijn rechtop en zo hoog op de benen ogen ze statig. De `lijn' schuift over de breedte van de studio. Soms dikken ze de lijn in door pal op elkaar te gaan staan, en rekken hem dan weer op. Tegelijkertijd dansen ter rechterzijde van het midden dansers van Leine & Roebana in een driehoeksformatie, en los daarvan nog twee, alsof ze bij toeval in dit dansheelal geslingerd zijn. Het contrast in beide benaderingen van de ruimte frappeert. Alsof de precies gestructureerde wereld van Mondriaan de speelse geometrie van Malewitsj ontmoet. Het idioom van Leine & Roebana is organisch en rond, de bewegingen worden gestuurd uit de torso en zijn aards. De uitstraling van hun dansers is zacht en mild sensueel. Juist dat doet de lange lucide lijnen van Simons' dansers extra uitkomen.

Een wereld van verschil, noemt Ton Simons hun respectievelijke stijlen. Alleen al de dynamiek is volstrekt anders. Leine & Roebana wisselen hard en fel af met semi-meditatief zacht. Een arm mag zonder spanning bungelen en dan weer wegschieten. Contrast in tempo zegt hun minder. Simons wisselt juist bewust extreem snelle passen in benen en voeten af met uiterst trage adagio's in de armvoering. Zijn moderne, aan Cunningham ontleende stijl ligt dicht bij de zuivere lijnen en de lucide vorm van academische dans. Leine & Roebana daarentegen werken uit een moderne flow of movement. Logica is ook hun basis, maar ze verstoren eerder de coördinatie tussen armen en benen of rechter en linkerarm door niet-synchroon te werken, waardoor de dans soms brokkelig van structuur lijkt. Bij Simons zit de ontwrichting van de zuivere lijn meer in een gedraaide torso, een scheef getrokken heup of een ingedraaid opgetrokken voet. Eerder in de lengte dus, rond de lichaamsas, terwijl Leine & Roebana in cirkels of ovalen laten bewegen, in de breedte. Alsof ze bewegen op de meridianen en breedtecirkels, zo omspannen de zestien dansers deze dansglobe. Telkens komen ze elkaar via andere coördinaten tegen: in kille schone oorden en in een warme woestenij.

Buikstreek

Belangrijke bindmiddelen in de productie zijn de dansers Tim Persent en Ty Boomershine. Beiden dansten jaren bij Simons, Boomershine in de tijd dat deze een groep in New York leidde, en recent bij Leine & Roebana. Persent noemt Simons' dans sec, naakt en sculpturaal. Leine & Roebana laten meer vrijheid om er iets van jezelf in te leggen, qua timing en ruimtelijkheid dan, en binnen de richtlijnen van de dans. Dat maakt de dans vol en spannend voor hem. Hij spreekt van een `fysieke eerlijkheid' die wordt verwacht, een continue inspanning om de dans scherp te houden. En hij is gewend geraakt om zijn ademhaling beter te gebruiken en uit één centrum, de buikstreek, te `denken'. Dat laatste past hij nu toe in een door Simons gecreëerd duet, met angstwekkend lange balansen. Hij probeert dat vloeiend, legato te krijgen, meer de stijl van Leine & Roebana dus.

Volgens Boomershine zit bij Simons het maakproces altijd vol onverwachte wendingen. Als de choreografie eenmaal af is, laat hij geen vrijheid meer toe. Leine & Roebana daarentegen werken op basis van strikte richtlijnen. Op het moment van de uitvoering verwachten ze een grote mate van eigenheid, waarbij concentratie en intentie belangrijk zijn. Ook bezitten ze oog voor detail, vindt hij, elk deeltje van het lichaam kan een kettingreactie teweegbrengen. Die opeenvolging van bewegingen geeft hun stijl haar vloeiende karakter, meent hij.

Trait-d'union en derde partner in het geheel vormt Slagwerkgroep Amsterdam, geleid door Josep Vicent. Hij wilde graag met Leine & Roebana optreden. Voor het duo was dit een gelegenheid om hun zoektocht naar de klankkleur van instrumenten te vervolgen – na het zeventiende-eeuwse virginaal (in Byrd) en de achttiende-eeuwse viola da gamba (in s/he) nu twintigste-eeuws slagwerk. Voor Simons was slagwerk onbekend terrein, maar live muziek trok hem wel. Hij koos onder meer ritmische stukken van John Cage, maar ook het heerlijk zwijmelende `Recuerdos de la Alhambra', wegens de lyriek, en hij sluit af met een op marimba extra frivool klinkende Händel, zijn `feestnummer'. Leine en Roebana kozen voor zwaarder werk, Reich, Boulez en Xenakis. In dit dansconcert dient het orkest tevens als decor. Vier marimba's met grote orgelpijpen zijn de blikvangers, met daarnaast een batterij aan slagwerk: waaronder een westerse trom en pauken, Indiase trommeltjes, tien liter bierblikken en een ratjetoe aan gedroogde bonen, ratels en een schelp als hoorn.

Tijdens de repetities grapt Simons met een van de musici, net als hij van oorsprong een Limburger. Hij complimenteert zijn muzen Caroline Harder en Gaby Allard en neemt met ontwerper Kees van Leeuwen het lichtplan door. Waar Leine & Roebana hun aandacht laten uitgaan naar dans in relatie tot muziek, vindt hij de visuele kant van belang. Vaak loopt het lichtplan al van meet af aan in zijn opzet mee. Het licht is een bindmiddel. Het moet het architectonische van zijn dans accentueren, terwijl dat van Leine & Roebana meer diffuus wordt belicht. Onoverbrugbaar evenwel bleken de ideeën over kostumering. Bij Leine & Roebana gaan de dansers gekleed in quasi-nonchalante kleren, geen échte danskostuums. Simons houdt ervan het lichaam niet te verhullen en gebruikt vaak huidgladde académiques, een vloek in de ogen van Roebana.

Uitblijven

Ach, het kon niet uitblijven. Waar drie choreografen bijeen zijn, bestaan drie meningen, ook over dans als theatervorm. De volgorde moet worden bepaald, wel of geen pauze, en de overgangen gelast. Dat geeft problemen. In Roebana's optiek heeft Simons traditionele opvattingen ten aanzien van de spanningsboog. Met een vrolijke Händel afronden noemt hij voorspelbaar. Hij laat de dans liever bewust als een nachtkaars uitgaan. Dat relativeert op ironische manier. Om dezelfde reden laat hij de dansers `normaal', ongedwongen opkomen en afgaan.

Daarin weerspiegelen zich ieders achtergrond en persoonlijkheid. Simons als het enfant terrible die na Rotterdam New York als basis koos en weer terugkwam. Die lef heeft en het grote gebaar niet schuwt, een aartsoptimist is met veel levenservaring en diepgang. Roebana etaleert daarentegen een beschouwelijke houding waarin je nog altijd de filosofiestudent herkent die voor moderne dans koos. Leine neemt met haar oerdegelijke balletachtergrond een middenpositie in die cruciaal lijkt in deze samenwerking. Weloverwogen opereert ze om ideeën helder te krijgen, de dans schoon te poetsen. Voortvarend als een regisseur houdt ze het geheel in de gaten.

En gaat dat lukken met Eye in All? Soms is het een cultuurshock, vindt Simons, soms verloopt het vloeiend. Het is een `mission impossible' roept het drietal eendrachtig vrolijk uit, als het even niet lukt. Maar ze zijn overtuigd dat het een enerverende avond wordt, met spannende muziek en een stel prachtige dansers. En als het aan Leine ligt, worden niet alle plooien gladgestreken. Een beetje bokkigheid houdt ze er graag in.

`Eye in All' is vanavond te zien in de Stadsschouwburg van Utrecht. Toernee t/m 18 mei. Inl. tel.: 030 2302023.

Dance Works Rotterdam, inl.: 010 4364511 of www.danceworksrotterdam.nl.

Leine & Roebana, inl.: (020) 4893820 of www.amsterdam-percussiongroup.com