Marokko onnodig getart

Omdat Marokko weigert Nederland te helpen bij controle op bijstandsfraude wordt de kinderbijslag stopgezet voor kinderen die in Marokko wonen. Een onrechtvaardige prestigestrijd tussen beide landen, menen Paolo De Mas en Herman Obdeijn.

Is het diplomatieke conflict tussen Marokko en Nederland over het stopzetten van de kinderbijslag een storm in een glas water? Zeker niet als we afgaan op de reacties van de betrokken Nederlandse bewindslieden van Sociale Zaken. Je krijgt eerder de indruk dat die schuimbekkend van woede in hun bureaus rondlopen en nadenken hoe ze de Marokkanen mores zullen leren. Dat zij daarbij grote kans lopen onschuldige slachtoffers te maken lijkt hun niet te deren.

Waar gaat het nu eigenlijk om? Er zijn gerede aanwijzingen dat een aantal Nederlanders van Marokkaanse afkomst ten onrechte een bijstandsuitkering krijgt. Zij zouden met name onroerend goed bezitten in Marokko. De Nederlandse overheid wil dit onderzoeken. Het meest normale lijkt dan dat men bij de Marokkaanse autoriteiten de betreffende kadastrale gegevens opvraagt. Marokko heeft herhaaldelijk verklaard daaraan best zijn medewerking te willen verlenen. Zo heeft Marokko er geen moeite mee dat er inmiddels al jaren door Nederland ter plekke bij de bevolkingsregisters in Marokko gegevens worden geverifieerd in verband met de uitkeringen van kinderbijslag voor kinderen in Marokko.

In het geval van de kadasters speelt echter op de achtergrond mee de terechte vrees dat een inzage door derden in de kadasters een beerput opent die ongunstig uitpakt voor de bouwsector, maar vooral de Marokkaanse ambtenarij. Vandaar dat Marokko wel instemt met een gerichte controle, maar zich verzet tegen een ongebreideld rondkijken door derden.

Maar blijkbaar vertrouwen de Nederlanders de Marokkanen niet. Onder het motto: `het kadaster is toch openbaar' eisen zij nadrukkelijk in het openbaar dat Nederlandse ambtenaren of door hen aangewezen Marokkaanse deskundigen zelf in het kadaster naspeuringen mogen doen. En dit gaat de Marokkaanse overheid nu net te ver. Dit tast de privacy van de Marokkaanse burgers aan en wordt ervaren als een inbreuk op de eigen soevereiniteit. ,,Wij zijn geen Nederlandse kolonie!'' Intussen heeft men aan beide zijden de hakken in het zand gezet en vertroebelt deze openbare krachtmeting de kwestie al geruime tijd de Nederlands/Marokkaanse verhoudingen. Is het dit allemaal waard?

Van Nederlandse zijde stelt men dat het gaat om het principe en dat fraude met de bijstand niet gedoogd kan worden. Dit is natuurlijk zo. De wet geldt voor alle uitkeringsgerechtigde ingezetenen in Nederland: gelijke monniken, gelijke djellaba's. Maar als men dan hoort dat het aanvankelijk om een zevental verdachten ging, inmiddels aangegroeid tot twintig tot dertig gevallen waarvan enkele met verbindingen naar de hasjhandel – dan vraag je je af of er geen andere oplossingen mogelijk zijn. Men zou natuurlijk kunnen beginnen met de uitkering stop te zetten van die betrokken personen van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij frauderen. Men zou deze dossiers in een zorgvuldig samengestelde gemengde Marokkaans/Nederlandse commissie kunnen bekijken. Dit is al door de Marokkanen voorgesteld en schijnt ook in de contacten met Turkije uitstekend te werken. Waarom neemt men geen voorbeeld aan de regelingen die Marokko met België, Frankrijk en Duitsland heeft getroffen? Ook in Marokko bestaat een onroerendgoedbelasting en uit de hoogte daarvan kan men het bezit aflezen. Bovengenoemde Europese landen eisen van kandidaten voor een uitkering een gewaarmerkte kopie van de aanslag. Maar Nederland heeft op luide toon in het openbaar een breekpunt gemaakt van eigen onderzoek in de kadasters. En anders? De dreigementen liegen er niet om: stopzetting van uitkeringen van de kinderbijslag voor in Marokko verblijvende kinderen en van WAO-uitkeringen. Dit lijkt een loos dreigement nu Marokko juist in november 2001 de verdragen over de sociale zekerheid met Nederland heeft geratificeerd. Daarin is ook vastgelegd hoe de controle op de uitvoering van kinderbijslag en WAO is geregeld. Nederlanders van Marokkaanse afkomst of Marokkanen die rechten hebben opgebouwd in Nederland nu ineens de dupe laten worden van een Marokkaans/Nederlandse prestigestrijd lijkt wel erg onrechtvaardig. Waarschijnlijk zal de burgerlijke rechter de Nederlandse overheid hierop ook wel heel snel wijzen. Het lijkt erop dat de bewindslieden van Sociale Zaken denken dat bij wat ferme taal de Marokkanen wel zullen inbinden. Gevreesd moet worden dat dit een misrekening is. Het gaat nu niet meer over de inzet van het conflict, maar over gezichtsverlies. Marokkanen zijn een trots volk en zijn zeker niet bereid om voor 80 miljoen euro per jaar inbreuk te laten maken op hun soevereiniteit. Bovendien stellen de Marokkaanse autoriteiten dat deze uitkeringen niet ten goede komen aan de Marokkaanse staat en dat die dus niet het slachtoffer is van de maatregelen. Door de maatregelen waar de Nederlandse overheid mee dreigt worden mensen van Marokkaanse afkomst getroffen die rechten hebben opgebouwd in Nederland. Marokko zegt, wat kort door de bocht, dit is niet ons probleem, maar een Nederlands probleem.

Intussen is er veel onrust gezaaid onder de Nederlandse ingezetenen met een Marokkaanse achtergrond. Hun ingebakken wantrouwen tegenover de overheid wordt nieuw leven ingeblazen. Marokkanen die over remigratie dachten komen snel tot het besluit dat je maar beter in Nederland kunt blijven; en als toch onverhoopt wordt besloten de uitkeringen van de kinderbijslag voor in Marokko verblijvende kinderen te stoppen dan worden die toch gewoon naar Nederland gehaald. In demografisch opzicht een aanwinst maar ze kosten dan wel een veelvoud van die frauduleuze uitkeringen.

Drs. Paolo De Mas en dr. Herman Obdeijn zijn voormalige onderwijsattachés aan de Nederlandse ambassade te Rabat en thans verbonden aan respectievelijk de Universiteit van Amsterdam en Leiden.