Kwaliteitsverdunning

In de rel over de bolletjesslikkers op Schiphol heeft minister Korthals (Justitie) zijn politieke hachje gered met een noodwet voor het gevangeniswezen. Gisteren werd deze al behandeld in de Tweede Kamer. De noodwet is met nadruk bestempeld tot tijdelijke wet, maar al te vaak vormt zo'n belofte een illustratie van het adagium dat alleen het voorlopige blijvend is. De Raad van State waarschuwde dan ook dat verlenging niet te makkelijk moet worden gemaakt.

Een reden daarmee ernst te maken is dat de nieuwe wet ,,kwaliteitsverdunnend'' werkt, zoals het bij een vorige gelegenheid werd genoemd. Toen ging het (net als nu weer) om de tijdelijke plaatsing van containers. De jongste noodwet blijft nadrukkelijk beperkt tot de drugskoeriers, die immers de huidige noodsituatie hebben veroorzaakt. Maar de VVD ziet er wel degelijk een opstapje in naar reguliere invoering van ,,groepsinsluiting'', een oude liberale wens. Het is tekenend voor de afgekalfde positie van Korthals dat hij dit niet wil uitsluiten als uitkomst van de noodwet, hoewel hij zich als minister steeds krachtig heeft gekeerd tegen twee gevangenen op één cel.

Dat het niveau van de opsluiting nu al onder druk staat, blijkt uit een apart wetsvoorstel om het mogelijk te maken verdachten tien dagen in politiecellen vast te houden. Ook al zijn die daarvoor niet bedoeld. Daarbij gaat het niet meer alleen om bolletjesslikkers. Het is een maatregel waarvan Korthals ook als Kamerlid, toen hij zich graag inzette voor onorthodoxe maatregelen tegen het capaciteitstekort, zelf zei dat dit ,,eigenlijk niet te aanvaarden'' is. Hij wilde dit paardenmiddel dan ook alleen aanvaarden op voorwaarde dat het ,,een aflopende zaak'' zou zijn.

Aan dat laatste mag hij ook als minister worden gehouden, al wijst de keuze voor wetswijziging ook op dit punt eerder in de richting van permanentie. De vraag blijft wat Korthals denkt te doen om noodmaatregelen voor de toekomst te voorkomen. Prognoses van de benodigde gevangeniscapaciteit zijn ,,een zeer complexe materie'', zoals de verantwoordelijke bewindspersoon het in 1980 uitdrukte in antwoord op Kamervragen. Toen al. Maar in meer dan twintig jaar zal er toch wel iets geleerd zijn.

Een onderliggend probleem werd door Korthals tijdens een overleg met de Kamer op 9 oktober bijna tusen neus en lippen aangestipt, namelijk ,,dat het aanbod de vraag stimuleert. Hoeveel gevangenissen men er ook bijbouwt, ze raken uiteindelijk allemaal vol. In Nederland zal men zich moeten afvragen tot hoever men hiermee wil gaan'', aldus de minister. Dát is pas een intrigrerende vraagstelling. Korthals zegde in oktober het parlement een notitie toe. Het wordt nog haasten voor de verkiezingen.