Importbruid

Wie echt wil integreren in een nieuw land doet er goed aan te trouwen met een autochtoon. Met zo'n huwelijk sla je tal van vliegen in één klap: je maakt deel uit van een autochtone familie, je hoort je nieuwe taal van vroeg tot laat om je heen en wat je niet makkelijk uit pure interesse leert, leer je misschien wel uit liefde voor je partner.

Veel medelanders van Turkse of Marokkaanse origine trouwen echter niet met een autochtoon in hun nieuwe land. Zij geven de voorkeur aan een partner uit hun land van herkomst. In de media horen we diverse verhalen over de motieven voor deze vorm van partnerwerving: men liep bij toeval de Grote Liefde tegen het lijf in het land van herkomst, men kon daar kiezen uit een hele reeks trouwlustige mannen die allemaal een bruid wilden die een ticket naar het westen zou betekenen, men prefereerde een partner met zeer traditionele opvattingen over de verhouding tussen man en vrouw en die zijn nu eenmaal schaars in Nederland, men voelde zich verplicht jegens ouders, verwanten of dorpsgenoten.

Een interessante morele vraag is nu: mag de overheid een oordeel hebben over deze huwelijkse voorkeuren? We leven in een vrij land, en het staat vast dat de overheid hier niet zonder meer kan gebieden en verbieden, maar mag de overheid op een andere manier dan door gebod en verbod proberen te sturen? Waarom vinden wij dat de overheid zich niet mag bemoeien met onze partnerkeuze? Wij willen zelf bepalen of we gaan trouwen dan wel liever ongehuwd samen blijven wonen, we willen kunnen kiezen of we trouwen met een man of met een vrouw, en we willen ook zelf kunnen bepalen met welke man of vrouw. Waarom? Omdat dit volstrekt onze eigen zaak is? Of omdat dit soort keuzes verband houdt met emoties die zich maar beperkt laten sturen? Ik denk dat laatste. Wij vinden eigenlijk dat mensen zouden moeten trouwen uit liefde en met liefde hoort de overheid zich niet te bemoeien. Als mensen primair zouden trouwen om allerlei andere redenen ter verhoging van de sociale status, ter vermeerdering van het familiekapitaal, om een titel te verkrijgen zouden we minder problemen hebben met overheidssturing terzake.

Betekent dit nu dat de overheid wel wat sturing mag bieden waar het gaat om allochtone landgenoten die niet primair uit liefde trouwen? Zou de overheid bijvoorbeeld mogen proberen te stimuleren dat mensen eerst maar eens hier verliefd moeten worden? Je kunt dat niet direct regisseren, maar je kunt toch een eind in die richting komen door bijvoorbeeld vast te leggen dat men minimaal 25 moet zijn voordat men een bruid of bruidegom uit het buitenland mag betrekken. Je mag aannemen dat volwassenen van 25 lentes toch minstens eenmaal smoorverliefd zijn geraakt op een klasgenoot, schoolgenoot, studiegenoot, buurman of collega. Wie weet wordt een aantal van deze liefdes omgezet in een huwelijk of andere langdurige verbintenis. En voorzover dat niet gebeurt mag je hopen dat deze 25-jarigen dan in elk geval hebben ervaren hoe een spontane liefdesrelatie kan zijn. Kiezen zij na zo'n ervaring alsnog voor een huwelijk dat (mede) gebaseerd is op andere motieven, dan doen ze dat, mag je hopen, weloverwogen. Ik vind zo'n 25-jarigen-maatregel niet op voorhand onverdedigbaar. Een flinke importbelasting heffen op een buitenlandse partner zou mogelijk hetzelfde effect kunnen hebben (`voor ik kan denken aan een partner uit mijn land van herkomst moet ik eerst een fors bedrag bij elkaar sparen, dus dat is voorlopig niet aan de orde'), ware het niet dat zo'n bedrag natuurlijk ook door de beoogde partner uit het land van herkomst dan wel door de wederzijdse families kan worden opgebracht. Anderzijds is zo'n financiële prikkel natuurlijk wel weer een geval van opvoeden door een slecht voorbeeld te geven. (Hoe leer je kinderen dat ze elkaar niet mogen slaan? Toch niet door als ouder zelf te gaan meppen. Hoe leer je nieuwe burgers dat wij vinden dat je uit liefde moet trouwen en niet om financiële redenen? Toch niet door om financiële redenen gesloten huwelijken fiscaal onaantrekkelijk te maken.)

Zover was ik met mijn overpeinzingen toen ik besloot eens te kijken hoe minister Van Boxtel zijn recent aangekondigde importheffing op de buitenlandse partner motiveert. Wat zou er staan in de nota `Integratie in het perspectief van immigratie'? Van Boxtel heeft met een staf van slimme ambtenaren misschien allerlei vernuftige argumenten verzonnen waar ik niet op ben gekomen, dacht ik hoopvol. De paragraaf over gezinsvorming in bovengenoemde nota opent met een artikel uit het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. In artikel 8 wordt het recht op eerbiediging van privé, familie- en gezinsleven vastgelegd. Van Boxtel en de zijnen benadrukken dat aan dit recht beperkingen mogen worden gesteld om ,,een beroep op de openbare kas of een bedreiging van de openbare orde of de nationale veiligheid te voorkomen'', een nogal duistere passage die verder niet echt wordt uitgelegd. Daarna wordt een Zembla-documentaire aangehaald van 14 december 2001, waarin allochtone landgenoten aan het woord kwamen over hun huwelijken met importpartners. En in de daaropvolgende alinea kondigt het kabinet aan dat het van plan is een suggestie van het Nederlands Centrum Buitenlanders over te nemen waarin wordt voorgesteld trouwlustigen een bijdrage te vragen in de inburgering van hun partner. Je haalt je principe uit een internationaal verdrag, je neemt je probleemanalyse over van de tv en je adopteert de oplossing van een belangengroep. Zo wordt dus beleid gemaakt. Dat is intellectueel, maar ook moreel gezien toch wel een tegenvaller.