Hof gewraakt in IRT-zaak

De advocaten van de medeverdachten van voormalig IRT-informant Kris J. hebben vandaag het gerechtshof in Amsterdam gewraakt. Dat deden ze, omdat het hof hun weigerde de verklaringen te geven die in de zaak tegen J. achter gesloten deuren zijn afgelegd.

Het hof verwierp vandaag het niet-ontvankelijkheidsverweervan de advocaat van J. De raadsheren verhoorden de afgelopen weken verschillende justitie- en politiemedewerkers over de informantenrol van J. Deze verhoren vonden in beslotenheid plaats, buiten aanwezigheid van de advocaten van de andere verdachten. Die eisten vandaag de processen-verbaal van de besloten zittingen op, maar daar ging het hof niet op in.

De rechtbank in Haarlem veroordeelde J. vorig jaar tot twaalf jaar cel, onder meer voor het leiden van een criminele organsatie en betrokkenheid bij de smokkel van 1.200 kilo cocaïne. De Haarlemmer werd vrijgesproken van de beschuldiging dat hij als informant van de politie dubbelspel had gespeeld. Negen andere verdachten kreeg lagere straffen opgelegd.

Het openbaar ministerie verdacht J. er aanvankelijk van dat hij als informant met hulp van corrupte douane- en politiemensen duizenden kilo's cocaïne het land had ingesmokkeld voor criminelen. Justitie kreeg dat echter niet bevestigd.

Pas bij de start van het hoger beroep vertelde J. het hof achter gesloten deuren dat hij als burgerinfiltrant voor de politie had gewerkt. Hij werkte onder meer voor het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland/Utrecht. Dit IRT werd ontbonden, omdat drugs werden doorgelaten. De politie wilde zo informanten in de criminele organisaties laten `groeien'.

Het hof besloot na de bekentenis van J. tijdens besloten zittingen enkele hoofdrolspelers in de IRT-affaire te horen, onder wie voormalig CID-chef K. Langendoen en zijn ondergeschikte J. van Vondel, alsmede de vorige hoofdofficier van justitie van Amsterdam, H. Vrakking.