`Het was zowel creatieve als seksuele rivaliteit'

Morgen opent in het Van Gogh Museum een tentoonstelling over Van Gogh en Gauguin. Douglas Druick reconstrueerde elke dag die de schilders samen doorbrachten in Arles. Zelfs het weer en de plaatsing van de ezels werd achterhaald.

,,De relatie tussen Van Gogh en Gauguin is een veelbeschreven, sensationele mythe, maar hij is nimmer goed begrepen'', zegt Douglas W. Druick. ,,Wij wilden verder gaan dan het verhaal van ze komen, ze krijgen ruzie en ze gaan weer weg. Wij wilden inzichtelijk maken hoe ze daar negen weken lang leefden als sparring partners. Totaal verschillend als mens en kunstenaar, maar tegen elkaar opgewassen. Het was als een intense masterclass en voor beiden een keerpunt.''

Druick is hoofdconservator moderne Europese schilderkunst van het Art Institute of Chicago, een van de topmusea in de Verenigde Staten. Samen met zijn collega Peter Kort Zegers deed hij jarenlang onderzoek naar de negen weken die Vincent van Gogh en Paul Gauguin van 23 oktober tot en met 23 december 1888 samenwoonden in het Gele Huis in Arles. Een indrukwekkende hoeveelheid feiten daarover presenteren Druick en Zegers in de catalogus bij de tentoonstelling, die morgen opent in het Van Gogh Museum en die vorig jaar te zien was in Chicago.

Na het grote Gauguin-retrospectief dat hij in 1988 samen met Zegers maakte, bleef de vraag knagen hoe die schilder zich eind jaren 80 zo snel kon ontwikkelen tot de exotische avonturier die wij kennen. ,,We vermoedden dat Van Gogh een enorme rol speelde bij het idee van Gauguin om naar de tropen te gaan. In hun relatie moesten verklaringen te vinden zijn.''

Dat Van Gogh en Gauguin in Arles een rol van twintig meter jute hadden gebruikt was bekend, maar niet precies welke schilderijen ze daarop maakten en in welke volgorde. De werken die in aanmerking kwamen werden nauwgezet onderzocht door het team van Druick en Zegers. De draadjes in het jute werden geteld en gemeten en zo ontstond een exacte `vingerafdruk' van het jute uit Arles. ,,Daarover is geen discussie meer mogelijk'', zegt Druick. ,,En dat is een grote wetenschappelijke winst. We weten nu exact waar we over praten.''

De ondergrond waarmee de schilders de doeken prepareerden werd aan scheikundig onderzoek onderworpen. Zo bleek dat achtereenvolgens met drie verschillende grondlagen was geëxperimenteerd. Druick en Zegers konden dus vaststellen welke doeken eerder dan andere waren gemaakt. En zo konden ze aannemelijk maken dat Van Gogh iets in de compositie of techniek van Gauguin had overgenomen, of omgekeerd.

Het unieke van Van Gogh is dat hij zo veel brieven heeft geschreven waarin hij verwijst naar schilderijen. Alle brieven van en aan Vincent en zijn broer Theo zijn door het Van Gogh Museum nauwkeurig gedateerd en samen met de recent gepubliceerde correspondentie van Gauguin in een computer gezet. Frases en verwijzingen konden naar hun oorsprong worden getraceerd en de inhoud van verloren brieven kon enigszins worden afgeleid. Ook op deze manier konden Druick en Zegers de artistieke dialoog tussen Gauguin en Van Gogh reconstrueren.

Ter plaatse en met luchtfoto`s werd nauwgezet vastgesteld waar in Arles en omgeving Gauguin en Van Gogh hun ezels hadden geplaatst volgens het perspectief van de tekeningen en schilderijen. Ook van de sessies met modellen in het Gele Huis staan diagrammen in de catalogus. Je kunt zien wie links van mevrouw Ginoux (de Arlésienne) zat en wie rechts.

Nog dichterbij kwamen de onderzoekers door de krant die Van Gogh in die dagen in het café las, L'Intransigeant, na te slaan op weerberichten en feitjes die in de correspondentie voorkomen. Zo werd duidelijk waarom ze soms thuis werkten: het regende.

Het belang van deze dag voor dag-reconstructie is volgens Druick dat het inzicht biedt in hoe twee grote kunstenaars elkaar beïnvloedden in een voor beiden cruciale periode. ,,Negen weken lijkt kort, maar een zomerkamp van twee maanden kan een enorme indruk maken op een kind. En dit waren mannen die leefden voor hun werk'', zegt Druick. ,,Ze schilderden, ze gingen naar het bordeel, aten in het café en altijd maar praatten ze over religie, viriliteit (kun je neuken en schilderen tegelijk?), de techniek en de betekenis van het schilderen. Vooral Vincent hield waarschijnlijk nooit op met praten. Het was een creatieve rivaliteit, maar ook een seksuele. Wie neemt het meisje mee naar het atelier?''

Druick noemt het fascinerend hoe vaak Van Gogh in de twee jaar die hij na Arles nog leefde teruggreep op wat daar gebeurd was. ,,Ook Gauguin is altijd met die periode blijven worstelen, denk maar aan de zonnebloemen die hij aan het einde van zijn leven schilderde'', zegt Druick. ,,Dit is een unieke casestudy van twee kunstenaars in isolement.''

Van Gogh and Gauguin and the studio of the south, Douglas W. Druick en Peter Kort Zegers, Uitg. Thames & Hudson, isbn 0-86559-194-6, prijs € 32,50. (www.vangoghgauguin.com)