Het gevaar komt van alle kanten

Aernout Mik maakt video's waarop de wereld er anders uitziet dan we gewend zijn: een autistische variant op de wereld van Monty Pythons Flying Circus.

De nieuwste installatie van Aernout Mik speelt zich af bij de Chinees. Op vijf videoschermen, opgesteld in een cirkel, volgen we een avondje eten. Obers lopen rond met volle schalen, een groep Chinezen bestudeert de kaart, de manager knikt en fleemt, op de achtergrond zendt een grootbeeld-televisie een Chinese speelfilm uit. Dan loopt een man gehaast het gangpad in. Valt tegen een ober aan. De twee raken slaags, en ineens slaat de ober de man met een uitgekiende hoek dwars over de tafel van twee etende gasten. De tafel zijgt dramatisch ineen.

Het beeld lijkt zo uit een middelmatige Hollywood-film te komen, of een parodie daarop. Maar het is geen van tweeën. Sterker nog, hoe langer de toeschouwer naar dit deel van Miks Reversal Room kijkt, hoe ongemakkelijker hij wordt. De manager bijvoorbeeld, wordt alsmaar achtervolgd door een jongetje in een wit overhemd, dat bijna op zijn hakken trapt. Of neem de gasten, die gewoon door eten terwijl de twee mannen elkaar de hersens inslaan. Ook het getroffen paar is stoïcijns – als haar tafel ter aarde is gestort, pikt de vrouw van het stel terloops nog wat rijst van haar bord. En waarom zou ze zich ook druk maken, op een gegeven moment strekken de tafelpoten zich weer en is alles weer bij het oude. Steeds minder blijkt er te kloppen van dat beeld dat eerst zo bekend leek. Maar waar het `mis' gaat, wordt niet goed duidelijk. De Reversal Room plaatst de toeschouwer in een wereld die veel op de onze lijkt, maar waar een paar wetten een kwartslag zijn gedraaid, zonder dat de toeschouwer daarvan op de hoogte is gesteld.

Vervreemding en stoïcijns gedrag zijn typisch voor het recente werk van Aernout Mik (Groningen, 1962). De afgelopen jaren exposeerde hij een intrigerende film van blokkade-opwerpende demonstranten die er in hun trage, rituele bewegingen uitzien als een groep balletdansers, maar ook een van beurshandelaren die een crash aanschouwen, en een bijna documentaire-installatie met beelden van de stad Hongkong, die hij samen met documentaire-maakster Marjoleine Boonstra filmde. Met soortgelijk werk vertegenwoordigde Mik Nederland in 1997 op de Biennale van Venetië, en had hij in 2000 een veelgeprezen solo-tentoonstelling in het van Abbemuseum in Eindhoven waarbij het hele gebouw van binnen verbouwde.

Ironisch genoeg lijkt Mik die populariteit vooral te danken te hebben aan het feit dat zijn werk zo on-Nederlands is. De vervreemding in zijn werk doet eerder aan Belgisch surrealisme denken, of aan een autistische variant op de wereld van Monty Pythons Flying Circus. Niet voor niets vertrok Mik na een jaar opleiding van de Ateliers in Amsterdam omdat hij het gevoel had dat hij `met iets totaal anders bezig was dan de begeleiders.' ,,Ik heb er gewoon lang over gedaan om een eigen werkterrein te vinden, zegt hij nu. ,,Veel uitgeprobeerd. Je zou kunnen zeggen dat ik tijd heb nodig gehad om mijn eigen traditie te formuleren.''

In die jaren werd ook duidelijk dat hij niet uit de voeten kan met termen als `surrealistisch' en `absurd' waarmee zijn werk nogal eens wordt aangeduid. ,,`Absurd, dat hoor ik nogal eens, maar ik heb er eigenlijk een hekel aan. Door mijn werk absurd te noemen, plaatst men het buiten de wereld. Absurd, dat wordt surreëel en voor je het weet komt Beckett weer om de hoek kijken. Mijn video's zijn niet alledaags, maar hebben wel een heel eigen, dwingende logica. Ik ga graag uit van beelden die iedereen denkt te kennen. Maar als de toeschouwer er langer naar kijkt, vallen die situaties voor zijn ogen uit elkaar in kleine vreemde gebeurtenissen die het geheel steeds complexer maken. Uiteindelijk blijft er van het oorspronkelijke geheel weinig meer over. Als je dat absurd noemt, plaats je het buiten je eigen wereld. En daarmee haal je het effect weg.''

Havengebouw

Ons gesprek vindt plaats in Miks atelier in een oud Amsterdams havengebouw, waar meer kunstenaars onderdak hebben gevonden. Het is typisch het onderkomen van een video-kunstenaar, kaal en leeg op wat beeldschermen, projectoren en een koffiezetapparaat na. Toch is Mik geen video-kunstenaar uit overtuiging. Toen hij begin jaren negentig doorbrak was dat met beelden die het meest leken op uit hun krachten gegroeide decors. Op de tentoonstelling Wild Walls bijvoorbeeld, in 1995 in het Stedelijk, bouwde Mik een soort toneeldecor van wandjes en deuren waarin poppen hingen, kleren rondzwierven en een deur los van zijn sponningen in de ruimte zweefde. De Stedelijk-suppoosten waren in het werk opgenomen, zaten aan een tafeltje aan de zijkant. Ze suggereerden dat de toeschouwer zich zo in het decor kon wagen, maar dat zag er tegelijk zo vreemd uit dat niemand in de verleiding kwam. Het was een intrigerend beeld, maar ook nogal hybride – deels performance, deels beeld, deels decor. Zelf is Mik er achteraf ook niet helemaal gelukkig mee. ,,Het probleem met die installaties was dat ze zowel in ruimte als tijd nog uitdijden'', zegt hij. ,,Het uitgangspunt was om mensen te laten zien die opgaan in hun omgeving. Mensen die de ruimte niet automatisch beheersen, maar op voet van gelijkheid met de ruimte, met de objecten verkeren. Daarvoor moeten ze passief in die omgeving rondlopen, maar niet on-alert, zoals suppoosten dus ongeveer. Als ik dat een enkele keer had laten uitvoeren, zou het iets van een evenement, van theater krijgen. Daarom wilde ik het permanent laten zien. Maar dan ging de verveling van die mensen ook nog eens een rol spelen. Daar ging het me helemaal niet om.''

Video bleek de ideale uitwijk-mogelijkheid. De eerste video's die Mik maakte, droegen zijn idee van vervreemding goed uit, maar het opgaan in de ruimte kwam op het beeldscherm minder tot zijn recht. Mik worstelde met het klassieke kunstenaars-probleem dat de `taal' van film en video al grotendeels is geannexeerd door speelfilm en televisie. Daarom begon hij zijn video's al snel in te bouwen in kleine, architectonische omgevingen. Hij zette muurtjes om de projectieschermen, waar de toeschouwer net niet overheen kon kijken. Bouwde gangen en kamertjes om de video's waar hij zelf de sfeer bepaalt. Hij begon de ruimte te beheersen. ,,Ik wilde de ruimte zo beïnvloeden dat je je van de ruimte bewust blijft terwijl je naar de video's kijkt'', zegt hij. ,,Film en video hebben nogal de neiging de toeschouwer `op te zuigen' hem passief te maken. Ik wil hem alert houden. Dat was ook de belangrijkste reden om de projectieschermen op de grond te zetten. Zo werden ze gelijkwaardig met de toeschouwer.''

Niet voor niets beschouwt Mik zijn solo twee jaar geleden in het Van Abbemuseum als een doorbraak. Deze tentoonstelling, Primal gestures, minor roles, was voor Nederlandse begrippen dan ook spectaculair. Mik bouwde de oude Philips-kantine, waarin het Van Abbe tijdelijk was gehuisvest, om tot een organisch labyrint. Geen van de oorspronkelijke wanden was op zijn plaats blijven staan en een heel stelsel van gangen en steegjes, vleeskleurig geschilderd, pulseerde soms als menselijke organen. Daartussen draaiden op lage, op de grond geplaatste schermen Miks video's. Plotseling stond de toeschouwer naast al die verlaten mensen in dezelfde ruimte. De desoriëntatie was niet meer louter afhankelijk van een scherm, je onderging die als toeschouwer ook zelf.

Ongemakkelijk

Mik heeft nu zijn vorm gevonden. De combinatie van vervreemdende video's met een nadrukkelijke architectuur heeft zijn werk tot een indringende, soms benauwende ervaring gemaakt. Dat geldt zeker ook voor de Reversal Room die nu in het Stedelijk Museum Bureau is te zien. De vijf projectieschermen die het Chinese restaurant in een panorama laten zien, maken dat de toeschouwer zich door de omgeving voelt opgenomen, maar nooit het hele restaurant in de gaten kan houden. Het gevaar kan van alle kanten komen. De toeschouwer voelt zich ongemakkelijk. De kracht van Reversal Room wordt dan ook niet gevormd door de beelden op het scherm, maar door de combinatie van die beelden en Miks omgeving.

,,Ik heb nooit goed begrepen waarom je als kunstenaar alleen een object zou willen maken'', zegt Mik. ,,Beeldende kunst onderscheidt zich juist van film of theater of muziek doordat de toeschouwer zich bewust blijft van de ruimte en van zijn eigen lichaam in die ruimte. Vergelijk het met iemand die ergens binnenloopt. Of dat nu een wachtkamer is, een museum of een winkelcentrum, de manier waarop je je gedraagt, verschilt enorm. Je past je aan aan de fysieke codes in zo'n ruimte. Mensen voelen dat feilloos aan, zonder dat ze het onder woorden kunnen brengen. Daarom is het voor mij ook belangrijk om de ruimte naar mijn hand te zetten. Bewegende beelden hebben al zo'n magnetische uitwerking op mensen, dat de toeschouwer er onmiddellijk in opgaat als je daar als kunstenaar niet iets tegen doet.''

Is dat ook een manier om uw werk te onderscheiden van tv en film?

,,Ja, zeker. Film en televisie willen de toeschouwer volledig laten opgaan in de illusie van het beeld. Daar heb ik geen problemen mee, maar ik wil juist dat de toeschouwer zichzelf blijft ervaren als hij naar het werk kijkt. Daarom gebruik ik ook nauwelijks typische filmtechnieken. Ik snij niet, maak geen jumps, de tijd loopt meestal even snel als in de normale werkelijkheid. En juist om niet in die illusie mee te gaan hangen de schermen niet als een venster in de ruimte maar staan ze altijd op de grond, verwerkt in een architecturale omgeving, zodat de beelden zich veel directer op het niveau van de toeschouwer afspelen.''

Is dat niet tegelijk een belangrijk probleem van veel film- en videokunst? De videokunst is, als ze zich wil onderscheiden, bijna gedwongen tot traagheid, waardoor de toeschouwer het al snel als traag en sloom beleeft.

,,Dan ga je er van uit dat je als kunstenaar alleen maar aandacht krijgt door mee te gaan in dat tempo. Ik denk juist dat dat bombardement aan beelden een enorm fysieke invloed heeft op de kijker. Hij wordt erdoor verdoofd. Dan kan de toeschouwer twee kanten op: hij wordt apathisch en laat alles over zich heenkomen, of hij raakt in een soort hyperstaat. Hysterie. Juist die staten laat ik allebei zien in mijn werk, maar dan wel in een tempo waarin het ook nog tot je doordringt.''

Apen

Gezien Miks interesse voor het gedrag van mensen in hun biotoop, is het bijna onvermijdelijk dat zijn werk vaak iets krijgt van een biologisch experiment. Niet voor niets werkte hij al een paar keer met apen. Zo bouwde hij voor de Sint Maartenskliniek in Nijmegen een robotaap, die in de gang van de kliniek bivakkeert en er beangstigend echt uitziet. De patiënten kunnen een potje boter-kaas-eieren met hem spelen. De aap is zo afgesteld dat hij zijn buien heeft, zijn speelsterkte verschilt nogal, en soms valt hij zomaar tijdens een potje in slaap.

Maar ook de acteurs in zijn films zien er soms uit als willoze subjecten in een tragisch biologisch experiment. Bij Middlemen (2001) bijvoorbeeld, stelde Mik een groep acteurs aangekleed als beurshandelaren op in een kleine arena. Allereerst werd ze verteld dat ze heel veel geld verloren hadden. ,,Op hun beeldschermen was ook niets te zien, dus ze waren gedwongen tot wachten. Maar terwijl ze daar stonden werden er door twee mensen permanent opdrachten naar ze geschreeuwd. Daardoor verloren ze langzaam de controle over hun rol. Ze moeten opletten wat ze zelf moeten doen, ze moeten zich een weg banen door het geschreeuw en hebben zichzelf uiteindelijk niet meer volledig onder controle. Ik ben ervan overtuigd dat de dingen daardoor een heel eigen dynamiek krijgen, die verder gaat dan gecontroleerd acteren. Dat levert vaak bijzondere dingen op.''

Het werk verscheen vlak na 11 september.

,,Die overeenkomst was curieus, maar was niet de bedoeling, het was ook al eerder opgenomen. Ik voel wel steeds vaker de behoefte om te refereren aan beelden uit de media. Jaren geleden had ik nog meer afstand nodig, speelde mijn werk zich af in een abstractere wereld. Blijkbaar ben ik er naartoe gegroeid.''

Betekent dat dat u ook `gewone' absurde documentaires zou kunnen maken, zoals in de `Hongkongoria', waarin toch vooral scènes uit het dagelijks leven van Hongkong zijn te zien?

Mik aarzelt. ,,Het is nogal dubbel. Ik ensceneer mijn films graag zoveel mogelijk om alles onder controle te houden, maar als we dan eenmaal gaan draaien geef ik het uit handen. Dan wordt het een soep die een eigen logica heeft. In Hongkong gebeurt zoiets op een ander niveau. Die cultuur is een vreemde snelkookpan, er is daar een bijna surreële wereld ontstaan. De Chinese cultuur is er vermengd met de westerse en ondertussen vormen ook de geesten van de voorouders een onderdeel van het dagelijks leven. Overal zijn altaren en geesten... Daardoor is die stad een soort gewrongen constellatie die wij nu eenmaal makkelijker herkennen doordat die zich in een andere cultuur afspeelt. Daar gebeurt op een organische manier wat ik in mijn werk moet creëren. Ik weet niet of dat de toekomst is voor mijn werk, maar toch – ik ga er binnenkort weer naartoe om te filmen.''

Aernout Mik: `Reversal Room'. Stedelijk Museum Bureau, Rozenstraat 59 Amsterdam. Dag 10-17u. T/m 17 maart. Inf. www.smba.nl